De Signatuurleer, relevant of flauwekul?

De signatuurleer is een manier om aan de hand van het uiterlijk van geneeskruiden te bepalen, voor welke kwalen men ze kan inzetten. Deze wijze van determineren is niet zonder controverse. Tijdens mijn opleiding die sterk gestoeld was op antroposofische ideeën werd de signatuurleer bijna kritiekloos onderwezen, zelf had en heb ik daar veel moeite mee, ook al omdat er niet werd uitgelegd welke historische achtergrond de signatuurleer had en in welke context je deze theorie moet plaatsen. Ik ben dus uiteindelijk zelf op zoek gegaan naar de achtergrond van de signatuurleer en ontdekte dat tal van andere culturen een variant van een signatuurleer kennen, die soms, maar lang niet altijd met elkaar overeenkomen. Deze systemen werden gebruikt om geneeskruiden te herkennen, soms is er sprake van een uiterlijke gelijkenis met een lichaamsdeel, soms zijn het kleuren die ingedeeld worden in lichaamssystemen. Mijn idee is dat deze theorieën hun basis vinden in een tijd waarin mensen lang niet allemaal de schrijfkunst machtig waren en toch noodzakelijke kennis moesten doorgeven, de signatuurleer als een geheugensteuntje dus, een verzameling ezelsbruggetjes die het de leerling makkelijk maken om informatie op te slaan. En deze manier van werken met de signatuurleer vind ik ook acceptabel, mits men mensen erbij vertelt dat er talloze geneeskruiden zijn die niet aan de regels voldoen. Het klakkeloos toepassen van de signatuurleer, met het idee dat iedere plant, mineraal e.d. een goddelijke handtekening zou dragen die een aanwijzing geeft over de geneeskracht van de plant of mineraal is sterk antropocentrisch en gaat ervan uit dat de mens de kroon op de schepping is, een idee dat ik niet onderschrijf. Waarom dan toch dit verhaal? Omdat er zeker voor mensen die net beginnen met het werken met geneeskruiden toch veel leuks inzit, inderdaad het geheugensteuntje dat de signatuurleer biedt, de werking van een aantal van de meest gebruikte inheemse geneeskruiden kun je inderdaad makkelijker onthouden met een beetje kennis van de signatuurleer, maar ook biedt kennis van de signatuurleer een kijkje op de manier waarop onze voorouders mogelijk met geneeskruiden bezig waren. Verder zal je als (leerling) kruidengeneeskundige ook mensen tegenkomen die hier heilig in geloven en dan weet je in ieder geval waar het over gaat en kun je ze kritisch te woord staan…na het lezen van dit verhaal, weet je er al veel meer over dan de gemiddelde natuurgeneeskundige….

De astrologie die in later tijden een rol gaat spelen in de signatuurleer, is in mijn ogen van een andere orde, ook deze is niet zonder meer toe te passen, maar biedt een mooi filosofisch en symbolisch denkraam waarin men geneeskruiden kan indelen en toepassen.

Voor zowel de signatuurleer en de (medische) astrologie geldt dat een grondige kennis van de werking van geneeskruiden een noodzaak is voor het voorschrijven van deze planten aan mensen en dieren. Kennis van de signatuurleer en van astrologie alleen zijn niet genoeg om te werken als kruidengeneeskundige, sterker nog als je, je er volledig op verlaat, dan ben je in mijn ogen niet serieus te nemen.

Historie
In vroeger tijden werd kennis over geneeskruiden mondeling overgedragen, eerst omdat er nog geen schrift was uitgevonden, later ook omdat niet iedereen de schrijfkunst machtig was. Men had een systeem nodig om het gemakkelijk te maken om informatie te onthouden. De Signatuurleer was dan ook in eerste instantie bedoeld om zich de eigenschappen van geneeskrachtige planten te herinneren door bepaalde uiterlijke kenmerken, habitat en geur in verband te brengen met menselijke lichaamsdelen en organen. In vele culturen zijn er voorbeelden van een dergelijke manier van classificeren te vinden. Noord-Amerikaanse Indianen hanteerde een vergelijkbare methode. Zij benoemden verschillende delen van de plant volgens gebruik, smaak en oorsprong. Bijvoorbeeld: hoofdmedicijn, armmedicijn, bitterwortel, moeraswortel.

Vaak werd een groep planten die dezelfde werking hadden een zelfde naam gegeven. Ook de Azteken hadden hun eigen variant van de Signatuurleer. Het eerst opgetekend is die uit China waar:
Geel en zoet staan voor de milt
Rood en bitter staan voor het hart
Groen en zuur staan voor de lever
Zwart en zoutig staan voor de longen

Yang (mannelijke energie, positief) werd geassocieerd met sterk werkende planten, ziekten van het bovenste gedeelte van het lichaam met de bovenste gedeelten van een plant. Yin (vrouwelijke energie, negatief) werd in verband gebracht met planten die een matigende werking hadden, en met planten die bitter, zuur, zout en zoet smaakte, ziekten van het onderste gedeelte van het lichaam werden behandeld met ondergronds groeiende plantendelen.

Binnen de Westerse Geneeskruidenleer is er ook al vroeg sprake van een aan de Signatuurleer verwante manier om naar planten te kijken, Galenus (130-200 na Chr.) hanteerde al een dergelijke methode van classificatie.


Aelius Galenus

Ook Albert Magnus (ca. 1208-1280) een van de grootheden van de middeleeuwen, hield zich bezig met de ´signatuur´van kruiden, stenen en andere natuurlijke middelen. Een dominicaner monnik die het bracht tot Bisschop van Ratisbourg in het 13de eeuwse Duitsland, later werd hij heilig verklaard als St. Albertus de Grote. Hij was zowel student als leraar van alchemie en chemie en werd verondersteld magie te bedrijven. Hij was hevig geïnteresseerd in de werking van kruiden, stenen en andere natuurlijke geneesmiddelen. Hij was een van de eerste die de vier elementen, de planeten en bepaalde zodiaktekens verbond aan geneeskruiden. Als een echte middeleeuwse geleerde was zijn filosofie die van Aristoteles. Het boek dat hij schreef over geneesmiddelen was genaamd ‘Het Boek der Geheimen: over de deugden van kruiden, stenen en bepaalde beesten’ ook een boek over de wonderen der wereld’. Albert Magnus was een originele geleerde, hij observeerde en trok zijn eigen conclusies. Ook was hij de leraar van Thomas van Aquino.


Albertus Magnus

Maar pas met Paracelsus (Theophrastus Bombastus von Hohenheim) 1493 – 1541, wordt de signatuurleer een min of meer theoretisch onderbouwde manier om kruiden en andere geneeskrachtige substanties in te delen en toe te passen. Geboren in Zwitserland, was hij een beroemd en berucht geneesheer en alchemist. Hij behaalde in 1515 te Ferrara zijn dokterstitel en gaf van 1526 tot 1528 medische colleges te Bazel. Hij stond bekend als een recalcitrant man, door zijn kritiek op de Galenische en Arabische geneeskunde kreeg hij zoveel oppositie over zich heen dat hij in 1529 Bazel moest verlaten en rond ging zwerven in Duitsland, tot in 1540 de aartsbisschop van Salzburg hem opnam.

Paracelsus verwierp de viersappenleer en voerde de zogenaamde chemische trias in, hiermee stelde hij dat de natuur uit drie elementen bestaat (kwik, zwavel en zout). Hij geloofde in het astrologische signatuursysteem, dat ook refereerde naar de invloed van de sterren en planeten op planten en op het menselijk lichaam. Ondanks zijn af en toe ronduit bizarre ideeën en gedrag wordt Paracelsus gezien als de grondlegger van de farmaceutische chemie. Paracelsus meest gewaardeerde werk is Liber paramixum.


Paracelsus (Theophrastus Bombastus von Hohenheim)

Nog een grondlegger van de signatuurleer is Giambattista della Porta (1535-1615). Zijn vader was vanaf 1541 in dienst van Keizer Karel V en de jonge della Porta werd onderwezen door priveleraren. Hij heeft nooit hoeven te werken voor de kost, omdat het familiekapitaal genoeg was om van te leven, om deze reden kon Della Porta zich volledig aan de studie wijden. Hij reisde door Italië, Frankrijk en Spanje, was in dienst van Luigi, Kardinaal van d’Este te Rome en bezocht het hof van Hertog Alfonso II d’Este in Ferrara. Hij verbleef ook in Venetië terwijl hij werkte voor de kardinaal. Hij schreef toneelstukken, maar verrichte ook wetenschappelijk werk zoals het maken van optische instrumenten.

Della Porta richtte een sociëteit op, de Accademia dei Segreti, die zich bezighield met het bestuderen van en het filosoferen over de natuur. Deze Sociëteit werd verboden door de Inquisitie rond 1578, nadat zij della Porta ondervraagd hadden. In 1585 trad hij in bij de Jezuïeten, maar zijn steun aan de Katholieke kerk verhinderde niet dat zijn boeken verboden werden tussen 1594 en 1598. Zijn belangrijkste werk is `Magia Naturalis` (1558) waarin hij de natuurlijke wereld onderzoekt, waarbij hij beweerde dat deze gemanipuleerd kon worden door de natuurfilosoof door middel van theoretische en praktische experimenten. Het werk bespreekt vele zaken, inclusief demonologie, kruidenleer, magnetisme en de camera obscura.


Giambattista della Porta

Een andere naam die zeker vermeld moet worden in verband met de Signatuurleer is Jacob Boehme, hij was een schoenmaker van een arme familie net buiten Goerlitz, vlakbij de huidige Poolse grens. De enige scholing die hij genoot was de stadsschool in Seidenberg. Vanaf zijn veertiende vestigde hij zich als schoenmaker. In 1600 kreeg hij een plotselinge ingeving, waarin zijn visie van de Signatuurleer aan hem duidelijk werd. Deze visie publiceerde hij in zijn boek “Signatura Rerum” (De Signatuur van alle dingen), hierin beschreef hij een meer filosofische dan praktische benadering van de Signatuurleer, hij kreeg op slag moeilijkheden met de kerk en verliet zijn dorp. Boehme liet zich vooral inspireren door de alchemistische literatuur. Hij wordt nu beschouwd als een van de grondleggers van de theosofie, maar heeft ook op bijvoorbeeld de Quakerbeweging een grote invloed gehad. Ondanks zijn gebrekkige opleiding wordt hij nog steeds als een van de grootste Duitse filosofen gezien.


Jacob Boehme

John Gerard (1545-1607), de bekendste van alle Engelse herbalisten en Nicholas Culpeper (1616-1654), apotheker en astroloog in Londen maakten ook gretig gebruik van de signatuurleer, vooral Culpeper, die het astrologisch aspect van de filosofie nog meer uitbouwde en verfijnde. Culpeper was een man van het volk en schreef ook zo, regelmatig gaf hij in zijn boeken af op de theorieën en handelswijzen van de artsen uit zijn tijd, hij werd hogelijk gerespecteerd door zijn eigen patiënten. Hij combineerde een grote kennis van kruiden met astrologie. Nadat in de 19de eeuw de kruidengeneeskunde steeds meer op het terrein van de volksgeneeskunst kwam en alleen artsen erkend werden als genezers, raakte de signatuurleer sterk in onbruik. Wel is bijvoorbeeld de homeopathie sterk beïnvloedt door de leer en ook binnen de Bachbloesemtherapie is er sprake van een verwante manier van kijken naar kruiden.


Nicholas Culpeper

Wel is het zo dat nadat planten scheikundig geanalyseerd konden worden in de 19de eeuw, bleek dat de wijze van toepassen en classificeren in oude tijden helemaal zo gek nog niet was, veel inhoudsstoffen bleken inderdaad op gebieden in te werken die men van oudsher al met in verband bracht met het kruid.

Hoe gaat het toepassen van de Signatuurleer in zijn werk?
Heel eenvoudig gesteld, zegt de Signatuurleer dat door zorgvuldige observatie, men aan de vorm, de geur en de leefomgeving van een plant kan zien waar hij medicinaal voor gebruikt zou kunnen worden.

Welke aspecten spelen allemaal een rol bij deze bepaling:
• De kleur van de bloemen of vruchten
• De vorm en kleur van de bladeren
• De vorm en kleur van de stengel
• De geur
• Diverse andere uiterlijke kenmerken
• De leefomgeving
• Astrologische invloeden
Hou er altijd rekening mee dat cultivatie van kruiden hun medicinale eigenschappen kan wijzigen. Ter aanvulling, dezelfde planten die in een ander type aarde groeien kunnen ook andere chemische eigenschappen bezitten.

Hoe ga je te werk?
Kijk goed naar de plant, laat hem op je inwerken, wat doet hij met je, welk gevoel roept hij op en wie zou hij kunnen helpen. Kijk naar de groeiwijze, kruipt hij, klimt hij, groeit hij recht ophoog, hoe voelt hij aan, zacht of juist ruw en behaard, zitten er doornen, stekels of brandharen aan de plant, wat is de vorm en kleur van de bloemen, hangen ze, staan ze. Wat is de vorm en de kleur van de bladeren, zijn ze groot, klein, ingesneden. Is de stengel hol of juist dicht, is hij houtig of sappig, komt er sap uit de plant als ze gekneusd wordt, hoe geurt de plant, zoet, of juist scherp en penetrant, of weeïg, waar groeit hij, groeit hij alleen, of staan er meer exemplaren bij elkaar, hoe gedraagt hij zich ten opzichte van andere planten, dominant of juist meegaand. Hoe is hij geworteld, oppervlakkig of juist met een dikke penwortel diep in de grond, wat is de smaak van blad, bloemen en wortel (proef uiteraard niet zo maar van alle planten).

BLOEMEN
Het meest opvallende deel aan de bloem, zowel voor mens als dier, dit is niet voor niets, de bloemen vormen de seksuele aantrekkingskracht van de plant, de apotheose van zijn voortplantingsdrift, met geur, vorm en kleur doet de plant zijn uiterste best er zo aantrekkelijk mogelijk uit te zien. De variatie is eindeloos, maar het doel is voortplanting, de pure overlevingsdrang in haar mooiste vorm, de bloem lonkt en draait met de heupen. De kleur van de bloem zegt veel over het innerlijk van de plant.

Gele bloemen
Diep gele bloemen staan voor pure zonne-energie, zij maken de mensen blij en vrolijk, geven energie en levenskracht, het mooiste voorbeeld is het St. Janskruid (Hypericum perforatum), een kruid dat de depressieve mens vrolijk en blij maakt, vooral in de winter als de Zon zelf verstek laat gaan. Maar denk ook aan de Zonnebloem (Helianthus annuus) die in zijn olie de zonne-energie bewaard heeft en de Goudsbloem (Calendula officinalis), die net als de Zonnebloem de Zon volgt op zijn weg door de hemel.


Sint Janskruid – Hypericum perforatum

Een diepgele kleur staat voor meer, het duidt vaak op een werking op de spijsvertering, met name op de lever en de gal (vooral bij diepgele bloemen) en op de aanwezigheid van bitterstoffen, die zo’n goed effect hebben bij problemen met de spijsvertering.
Binnen de natuurgeneeskunde staat de lever ook voor meer dan alleen een orgaan, de lever verwerkt de dagelijkse indrukken, en reinigt niet alleen het lichaam van gifstoffen, maar ook de geest, denk maar aan het spreekwoord “Wat heb je op je lever”. Lichtgele, zwavelachtige kleuren werken reinigend en ontgiftend, specifiek op de milt en de spijsvertering.

Oranje Bloemen
Een mengkleur van geel en rood, werkt in op de solar plexus, op hart, lever en bloed. Oranje is een levenskrachtbevorderende kleur, reinigend en bloedstelpend.


Goudsbloem – Calendula officinalis

Blauwe bloemen
Blauw is verkoelend (infecties), kalmerend voor de ziel en het verstand en het gehele zenuwstelsel. Denk maar aan het gevoel als je een blauwe kamer binnenkomt, de kalmte die de kleur oproept bij de meeste mensen. Ook vaak ontkrampend op de luchtwegen.
Voorbeelden zijn Lavendel, Borage, Kleine Maagdenpalm en Glidkruid.


Lavandula angustifolia

Witte bloemen
Wit is harmonie, alle kleuren gevangen in neutraliteit, zuiverheid en zachtheid. Van oudsher staan witte bloemen in verband met het Vrouwelijke, witte bloemen waren gewijd aan de aspecten van de aloude Moedergodin, na de kerstening werden de witbloeiende bloemen in verband gebracht met de Heilige Maagd. Planten met witte bloemen werken dan ook heel vaak op de vrouwelijke geslachtsorganen, maar ook op hormonale schommelingen, ze kalmeren. Verder algemeen als zuivering bij allerlei infecties. Je kan denken aan Witte Dovenetel, Braam, Meidoorn, Herderstasje, Madonnalelie, Waterlelie, maar ook aan meer exotische soorten als Zilverkaars, Squawvine.


Madonnalelie – Lilium candidum

Rode bloemen
Rood staat voor het bloed en het hart, geven kracht en vitaliteit, passie en seksualiteit, maar ook dadendrang.


Klaproos – Papaver rhoeas

Roze bloemen
Een mengkleur van rood en wit. Deze planten hebben een milde aanvurende werking, met een zacht effect op het bloed.


Groot Kaasjeskruid – Malva sylvestris

Paarse bloemen
Een mengkleur van rood en blauw, werkt zowel stimulerend als kalmerend op het zenuwstelsel, brengen dus evenwicht.

Bloemen die van kleur veranderen tijdens de bloei, meestal van paars naar blauw of andersom.
Dit verschijnsel is een signatuur voor de gasstofwisseling die plaats heeft in de longen, denk dan bijvoorbeeld aan de bloemen van het Longkruid, van de Smeerwortel, de Bernagie en die van het Kaasjeskruid. Chemisch gezien is het een aanwijzing voor de aanwezigheid van anthocyaan.


Longkruid – Pulmonaria officinalis

Hangende bloemen
Deze bloemen harmoniseren mensen die depressief zijn, dus hier geneest het gelijke het gelijke. Denk aan Bernagie en Smeerwortel.


Gewone Smeerwortel – Symphytum officinale

Opwaarts gerichte bloemen
Hebben een energieke kracht in zich, geven dit ook door aan de mens.


Gele Gentiaan – Gentiana lutea

Bloemen die aan een kant van een bloeistengels staan
Een onevenwichtigheid, brengen juist evenwicht en balans, je kan dan denken aan Hysop, dat bijvoorbeeld gebruikt wordt bij de Ziekte van Meniere en aan Glidkruid, dat bij epilepsie en andere problemen in de hersenen wordt gebruikt, ook Vingerhoedskruid heeft weer een dergelijke signatuur, dit brengt de hartslag weer in balans.


Hysop – Hyssopus officinalis

Een holte in de bloem
Dit staat net als een holle stengel, voor holle organen in het lichaam, denk aan het bloemhoofdje van de Echte Kamille.


Doorsnede van de bloem van de Gewone Kamille – Chamomilla recutita

Sommige bloemen zijn in hun geheel een aanwijzing voor de signatuur. Je kan dan denken aan de bloemen van het Vingerhoedskruid, deze hebben donkere strepen, deze doen denken aan aderen, Vingerhoedskruid is dan ook een geneeskruid voor hartkwalen, of de bloemen van de Ogentroost, die ons herinneren aan bloeddoorlopen ogen. De bloemen van de Salie of die van de Witte Dovenetel, die aan een geopende bek doen denken, beide zijn dan ook kruiden voor de keel.


Stijve Ogentroost – Euphrasia stricta

BLADEREN
Planten zijn uniek, door middel van licht maken ze materie, als je dit beseft, kijk je nooit meer op dezelfde manier naar planten. Het zijn de alchemisten van het eerste uur. De bladeren spelen bij dit proces een cruciale rol. De vorm van het blad zegt weer het nodige over de genezende werking van de plant.

Lichtgroen blad
Milde werking

Donkergroen blad
Sterke werking, kalmerend en vitaliserend

Grijsgroen blad
Aanpassing aan veel zonneschijn, bescherming tegen de Zon (Lavendel


Strobloem – Helychrysum italicum

Kleine bladeren
Werken vaak ontkrampend op het zenuwstelsel.(Maagdenpalm)

Grote bladeren
Werken juist samentrekkend op het lichaamssysteem, kunnen bijvoorbeeld hierdoor bloedingen en diarree stoppen. Ook versterken ze spiercontracties. Een voorbeeld is de Gewone Vrouwenmantel (Alchemilla vulgaris).


Tuinvrouwenmantel – Alchemilla mollis

Diep ingesneden bladeren
Laten een samentrekkende kracht zien, maar zijn juist zeer sterk ontkrampend (Kamille, Duizendblad)


Het diep ingesneden blad van het Duizendblad – Achillea millefolium

Geelgroene blad
Versterken de stofwisseling

Bladvlekken en bladporiën
Hebben vaak een specifieke signatuur in zich, de vlekken op het blad van het Longkruid verwijzen naar de vlekken die op door TBC aangetaste longen te zien zijn. En de kleine gaatjes in de blaadjes van het St. Janskruid lijken op de porien van de huid en is daardoor nuttig voor alle kwalen en verwondingen die hier kunnen voorkomen.


Zichtbare kliertjes van het Sint Janskruid – Hypericum perforatum

STENGELS
Stengels en de vorm hiervan bepalen hoe de plant zich opricht en beweegt (planten bewegen!), het is zijn skelet.

Harde of vierkante stengels
Staan voor weerstand en doorzettingsvermogen. Ook voor mens en dier weerstandsverhogend. Lipbloemigen hebben meestal vierkante stengels.


Een doorsnede van de vierkante stengel van de Witte Dovenetel – Lamium album

Holle stengels
Werken in op de holtes van het lichaam, bijvoorbeeld de maag, maar ook de urineleiders en de luchtpijp etc. Een goed voorbeeld is Engelwortel.


De geconfijte holle stengels van de Grote Engelwortel – Angelica archangelica

Knapperige, grove stengels
Wijst op de aanwezigheid van kiezelzuur, zeer versterkend voor de harde delen van het lichaam, zoals haren, nagels en beenderen, maar ook longweefsel. Denk aan Smeerwortel, Bernagie,

Zachte ronde stengels
Staan voor een effect op de vrouwelijke organen, harmoniserend en verzachtend.

Gelede stengels
Zijn analoog aan het ruggenmerg, versterkend voor het beendergestel, denk bijvoorbeeld aan Heermoes en Bamboe.


Heermoes – Equisetum arvense

Rood aangelopen stengels
Hebben een werking op het bloed, vaak samentrekkend, bloedzuiverend. Veel leden van de Rozenfamilie hebben dit kenmerk, maar ook Geraniumsoorten zoals het Robertskruid of de Bloedooievaarsbek. In het vroege voorjaar zie je het ook bij de Brandnetel.


Robertskruid – Geranium robertianum

BEHARING, BRANDHAREN EN DOORNEN
Zijn veelal verdedigingsmechanismen voor de plant.

Beharing
Staat voor een effect op huid, haar en slijmvliezen, behaarde planten bevatten over het algemeen veel slijmstoffen, inderdaad nu net die inhoudsstof met een gunstig effect op huid, haar en slijmvliezen. Voorbeelden zijn Smeerwortel, Bernagie, Longkruid, Grote Klit. Het zeer zacht behaarde blad van de Vrouwenmantel is analoog aan de bekleding van de baarmoeder.


Borage – Borago officinalis

Brandharen
Pure Marskracht, verhoging afweer, weerstand, verdediging, duiden ook weer op de aanwezigheid van kiezelzuur, de Brandnetel is natuurlijk het voorbeeld bij uitstek.


Grote Brandnetel – Urtica dioica

Doornen
De indicatie dat de plant aanzet tot activiteit, hup aan de gang, niet zeuren maar doen, sterke verdediging, overlevingsdrang. Ook weer Mars aan het werk.

WORTELS

Penwortel
Het toppunt van aarding, beide benen op de grond, voor mensen die in hun hoofd zitten en niet bij hun gevoel kunnen komen.


Cichoreiwortel – Cichorium intybus

Kruipende wortelstok
Oerkracht en weerstand, niets krijgt mij klein, ik vind mijn weg, ook als je het niet ziet. Braam, Brandnetel, Vrouwenmantel, Heermoes, Muntsoorten, Bamboe, Guldenroede zijn goede voorbeelden.


Fargesia robustawortels, bamboesoort

Oppervlakkige beworteling
Heeft een tegengestelde werking

Knolvormige wortels
Verwijzen naar een werking op aambeien en andere ziekten van de bloedvaten en de klieren (lymfeknopen) bijvoorbeeld het Geknoopt Helmkruid en het Speenkruid.


Gewoon Helmkruid – Scrophularia nodosa

GEUR
Wijst altijd op de aanwezigheid van etherische olie, dus op een ontsmettende werking. Geurende planten werken altijd op en via het zenuwstelsel.

BIOTOOP EN GROEIWIJZEN
Waterplanten of planten die graag vochtig staan
Water staat voor gevoel en emotie, deze planten werken dus vaak in op de psyche. Ook zijn ze vaak pijnstillend, denk aan Wilg en Moerasspirea, die van oudsher al gebruikt werden als middel om pijn te bestrijden, vooral bij reuma, een kwaal die ook erger wordt door vocht en klamheid.


Treurwilg – Salix spp.

Rots – of muurplanten
Saturnus is hier de vormgever. Taaie planten, doorzettingsvermogen. Krachtige werking.

Schaduwplanten
Bezitten vaak sterke eigenschappen, maar in het verborgene, je ziet ze over het hoofd, maar als je de moeite neemt ze te leren kennen kom je vaak voor verrassingen te staan, net als de ‘stille mens’ die als je hem benaderd en hij zich voor je opent je versteld kan laten staan. Robertskruid, Lelietje der Dalen

Planten die bij voorkeur staan op verontreinigde plaatsen
Hebben juist een reinigend effect op het lichaam, net zoals ze de aarde zuiveren, zuiveren ze ook het lichaam. Brandnetel, Braam, Witte Dovenetel.

Klimplanten
Mercurius, de vindingrijke is hier bezig, aanpassingsvermogen, gebruik maken van de situatie, snelheid van geest, opportunistisch. Vaak een werking op het zenuwstelsel, maar ook op de bloedvaten. Hop, Wijnrank, Bitterzoet.


Hop – Humulus lupulus

Parasitaire planten
Worden binnen de natuurgeneeskunde vaak gezien als de planten voor de afhankelijke onzelfstandige mens, hebben andere nodig om zich te handhaven. Ogentroost en Maretak zijn voorbeelden.


Maretak – Viscum album

Astrologie en de Signatuurleer
In het prerationalistische tijdperk werden de spirituele eigenschappen van de materiele wereld erkend door de vroege wetenschappers en filosofen. Hun concept en uitleg van het Universum waren gedompeld in mystieke symboliek en archetypen, de basis hiervoor werd gelegd door de principes van de astrologie, de oudste wetenschap in de geschiedenis. Volgens deze kosmologie werden de planetaire energieën gereflecteerd door de vier rijken van het bestaan en lieten zij hun signatuur achter op alle aspecten van de materiele en niet-materiële wereld. Paracelsus heeft hier een belangrijke rol in gespeeld, maar ook Nicholas Culpeper heeft deze filosofie sterk beïnvloedt. In Nederland is Mellie Uyldert bekend om haar boeken over het astrologisch aspect van geneeskruiden, zij bediende zich overigens van een geheel eigen zienswijze, die weinig van doen heeft met de oude meesters. Zoals je zal zien heeft elke plant niet alleen de signatuur van een Planeet, maar vertegenwoordigen de onderdelen van de plant en zijn verschillende stadia ook weer Planeten. Het is niet de bedoeling van deze uitleg om heel diep in te gaan op elke Planeet, Element en Teken van de Zodiak. Maar om de Signatuurleer te begrijpen is het essentieel sommige basisbegrippen en de manier waarop ze zich manifesteren te formuleren.

“Zoals boven, zoals beneden”, voor onze voorouders was dit niet alleen een metafoor, het vertegenwoordigde de hoeksteen van de Middeleeuwse kosmologie. Alles, maar dan ook alles werd volgens deze filosofie geleid door de bewegingen van de planeten en sterren aan de hemel. Hun veronderstelde kwaliteiten werden gereflecteerd in alle dingen op Aarde, levende en dode materie, stenen, mineralen, dieren, planten en mensen. Terwijl de planeten hun weg vervolgden langs de Zodiak, veranderde hun uitwerking door de invloed van het sterrenbeeld waardoor heen zij zich verplaatsten, naar gelang het karakter en de kwaliteiten van dat sterrenbeeld. Verder werd alles in het universum niet alleen bepaald door de Planeten, er waren ook de vijf elementen:

• Ether – het primaire element dat alles doordrong, energie, te vergelijken met het
Chinese begrip “chi”, of het begrip uit de Yoga “Prana”.
• Vuur – met als eigenschappen heet en droog
• Lucht – met als eigenschappen koud en droog
• Aarde – met als eigenschappen heet en vochtig
• Water – met als eigenschappen koud en vochtig

Deze elementen werden geïnterpreteerd op een spirituele, metafysische manier, en niet altijd letterlijk. De basis werd gevormd door het idee dat Ether alles doordrong. De Zodiak werd beschouwd als een soort archetypische blauwdruk, door welke de elementen zich manifesteerden in de wereld van de materie, deze wereld werd beschouwd als enkel maar een zwakke afspiegeling van de geestelijke wereld. De eigenschappen van een teken werd dus eerst gedefinieerd door het element dat het beheerste, de planeten vertegenwoordigden de dynamische krachten die de eigenschappen vormden.

Voor moderne mensen zijn deze ideeën vaak moeilijk te bevatten, maar ze zijn essentieel voor het begrijpen van de context waarin de Signatuurleer werd geformuleerd. De menselijke geest heeft de eigenschap om zijn omgeving te willen begrijpen, om patronen te ontdekken, te classificeren, kortom, om orde uit chaos te scheppen. In het prerationalistische tijdperk werden de spirituele eigenschappen van de materiele wereld erkend door de vroege wetenschappers en filosofen.

Hun concept en uitleg van het Universum waren gedompeld in mystiek symbolisme en archetypen, de basis hiervoor werd gelegd door de principes van de astrologie, de oudste wetenschap in de geschiedenis. Volgens deze kosmologie werden de planetaire energieën gereflecteerd door de vier rijken van het bestaan en lieten zijn hun signatuur achter op alle aspecten van de materiele en niet-materiële wereld.

Het is niet de bedoeling van dit artikel om diep in te gaan op elke Planeet, Element en Teken van de Zodiak. Maar om de Signatuurleer te begrijpen is het essentieel sommige basisbegrippen en de manier waarop ze zich manifesteren te formuleren:

DE PLANETEN

Zon

De Zon vertegenwoordigt de levenskracht in alles, het symboliseert de principes van kracht, rechtvaardigheid, deugd en eer. De Zon heerst over het domein van het logisch verstand (linker hersenhelft) en helderheid, bewustzijn, zelfbewustzijn en trots, gezondheid, integriteit, doorzettingsvermogen en creatieve energie.
• Metaal – Goud
• Mineraal – Diamant
• Dieren – Leeuw, Adelaar en andere nobele wezens die de koninklijke kracht van de
Zon vertegenwoordigden.
• Sterrenbeeld – Leeuw
• Element – Vuur
In het plantenrijk is het wat ingewikkelder, omdat iedere planeet verantwoordelijk is voor een specifiek deel van het groeiproces in alle planten, maar ook voor sommige gehele planten. Zo zorgt het Zonprincipe ervoor dat planten naar het licht groeien, wat zich manifesteert in rechte, omhoog groeiende stelen en bloemen met heldere, vurige kleuren, variërend van lichtgeel tot helderoranje. Alle groeien graag op zonnige plaatsen en reageren op de bewegingen van de Zon. Hun smaak is vaak aromatisch.

Enkele Zonneplanten:
• Zonnebloem – Helianthus annuus, volgt de Zon.
• St. Janskruid – Hypericum perforatum, van een zeer helder, bijna juichend geel, deze plant kan het best ’s morgens geoogst worden, voordat de Zon op zijn hoogst staat, het gehalte aan olie is dan het hoogst.
• Goudsbloemen – Calendula officinalis, ook al zo’n echte Zonnevolger.
• Tormentil – Potentilla tormentilla, als kleine Zonnetjes op het groen.
• Toverhazelaar – Hamamelis virginica, één van de eerste bloeiers in het voorjaar, als
een soort groet aan de Zon, met heldergele bloemen aan de nog kale takken.
• Heliotroop – Helotropium arborescens, een uitzondering op de regel, een plant met donkerviolette bloemen, die echter wel de Zon volgen.
• Ogentroost – Euphrasia stricta, het geneeskrachtige kruid voor het oog (zie menselijke fysiologie).

In de menselijke fysiologie heerst de Zon over het hart, het bloed, de hersenen en de ogen, traditioneel het rechteroog bij mannen en het linkeroog bij vrouwen. De Zon symboliseert vitaliteit, de krachten voor het herstel en weerstand tegen ziekten.

Maan

De Maan vertegenwoordigt het uit de Chinese filosofie afkomstige Yinprincipe, van ontvankelijkheid gevoel en verlangen. De Maan heeft een verwantschap met water, zij heerst over het rijk van de nacht, het onderbewuste, de wereld van de dromen, fantasieën en verbeelding (rechter hersenhelft). Haar expressie is door empathie, intuïtie en verzorging.

• Metaal – Zilver
• Mineralen – Maansteen en Labradorite
• Dieren – Uilen, Vleermuizen, dieren met een verondersteld verzorgende natuur zoals runderen (denk hierbij ook aan de melk van deze dieren, de witte kleur hiervan is ook een symbool van de Maan), die zelfs een symbolische Maan op hun kop dragen in de vorm van horens (ook een symbool van de Moedergodin). Ook zeedieren als vissen en schaaldieren.
• Sterrenbeeld – Kreeft
• Element – Water
In het plantenrijk kunnen dezelfde principes gevolgd worden, de Maan heerst over alle ontkiemende processen. De Maansignatuur is verder te vinden in vlezige, waterige bladeren, en vruchten als pompoenen en komkommers, en in planten die ’s nachts bloeien, verder in water – en oeverplanten. Een melkachtig sap is ook een teken van de Maan. Maanplanten zijn vaak verzachtend, pijnstillend, verdovend en soms geestverruimend. De bloemkleur varieert van allerlei blauwachtige tinten tot pastelkleuren.

Enkele Maanplanten
• Aloë – Aloë vera, denk aan de vlezige bladeren en het sap van deze plant, werkt ook verzachtend.
• Blaaswier – Fucus visiculosus, een zeewier, denk aan de invloed van de Maan op de getijden.
• Kalmoes – Acorus calamus, een waterplant die veel langs oevers staat.
• Kokosnoot – Cocos nucifera, de melkachtige vloeistof en de vorm zijn een indicatie voor de signatuur.
• Jasmijn – Jasminum officinale, een plant die ’s nachts op haar sterkst ruikt, voor de etherische olie bestemde Jasmijn wordt dan ook ’s nachts geoogst.
• Kaasjeskruid – Malva sylvestris, een zeer zachte verzorgende plant.
• Papaver – Papaver somniferum, door het melkachtige sap, de geestverruimende en pijnstillende werking een uitgesproken Maanplant.
• Wilg – Salix alba, verzorgend, pijnstillende, staat veel aan de waterkant, de bladeren lijken van zilver als ze in de wind bewegen.

In het menselijk lichaam heerst de Maan over de baarmoeder, vruchtbaarheid, de borsten, maag en lichaamsvloeistoffen. Verder regeert de Maan over het astrale of droomlichaam en het onderbewuste.

Mercurius

De Planeet die genoemd is naar de God van de Handel, de Boodschapper der Goden, vertegenwoordigd de eigenschappen van snelle verandering, transmutatie, leren en groeien. En deze eigenschappen maken het mogelijk zich snel aan te passen en heen en weer te reizen tussen de werelden. In de Griekse mythologie brengt Mercurius boodschappen van mensen over aan de Goden op de Olympus, hij kan zelfs de Onderwereld binnengaan en deze weer verlaten als begeleider van zielen op hun laatste reis. Verder wordt Mercurius geassocieerd met handel, reizen, oplichterij en geneeskunst.

• Metaal – Kwikzilver
• Mineralen – Agaten, verder stenen met veel beweging en patronen in zich.
• Dieren – Apen, Honden en andere slimme, snelle dieren, maar ook een aantal vogels.
• Sterrenbeeld – Tweeling en Maagd
• Element – Lucht

In het plantenrijk vertegenwoordigd Mercurius de snelle groei van jonge planten, verder klimplanten, die zich makkelijk door en langs andere planten bewegen, ze blijven flexibel en verhouten nooit. De bloemkleuren zijn niet specifiek, maar de bloemen zijn wel vaak klein. Hun genezende eigenschappen zijn zeer divers, vochtdrijvend, purgerend, bevorderen de spijsvertering, gaan flatulentie tegen en brengen verlichting in kwalen van de luchtwegen, verder hebben ze een rustgevende en stabiliserende werking op het zenuwstelsel.

Enkele Mercuriusplanten
• Lavendel – Lavandula angustifolia, een van de vele Lipbloemigen (Pepermunt, Marjolein, Malrove, Bergamot), die onder Mercurius vallen, het kruid heeft een gunstige invloed op het zenuwstelsel, met name bij hoofdpijn en slaapproblemen.
• Venkel – Foeniculum vulgare, een uitstekend kruid voor de spijsvertering, ook vergelijkbare planten als Dille, Karwij, Selderij en Peterselie.
• Bitterzoet – Solanum dulcamara, een klimplant die zich door het struikgewas heen beweegt, met kleine bloemen, heeft een werking op het zenuwstelsel.
• Sennepeul – een sterk laxerend kruid.

In de menselijke fysiologie heerst Mercurius over de intellectuele eigenschappen van de hersenen, het zenuwstelsel en de ingewanden.

Venus

Venus, de Godin van de Liefde en Schoonheid symboliseert het genotsprincipe. Alle schone en fraaie dingen vallen onder haar. Vreedzaamheid, harmonie en balans zijn haar eigenschappen.

• Metaal – Koper
• Mineralen – groen zoals de Smaragd en de Malachiet, of roze zoals de Rozenkwarts
• Dieren – Duiven, Herten, Antilopen, Zwanen, Katten en Konijnen en andere zachtmoedige, zich snel voortplantende dieren.
• Sterrenbeeld – Stier en Weegschaal
• Element – Aarde en Lucht

In het plantenrijk heerst zij over de bladeren en de bloemen (voortplantingsorganen van de plant). Vele geneeskrachtige planten vallen onder haar Hun kracht is vaak verkoelend, reinigend en verzachtend, ze hebben vaak vochtafdrijvende eigenschappen. De bloemkleuren variëren van groenwit tot alle kleuren roze, vele hebben een heerlijke geur, vaak bevorderen ze de schoonheid, hebben een werking op de huid en het haar bijv. Ook hebben ze een werking op de vrouwelijke geslachtsorganen.

Enkele Venusplanten
• Roos – Rosa sp., de Koningin der Bloemen, symbool van eeuwige liefde en schoonheid, met een heerlijke geur.
• Vlier – Sambucus nigra, ook weer een plant met een lekkere geur en een lieflijke uitstraling, een kalmerende werking op het zenuwstelsel.
• Grote Klis – Arctium lappa, een van de bekendste kruiden voor de huid en het haar, bevorderd de schoonheid.
• Vrouwenmantel – Alchemilla sp., zachte en ronde uitstraling en een specifieke werking op de vrouwelijke geslachtsorganen, nog enkele andere Venusplanten met deze werking, Duizendblad, Moederkruid, Boerenwormkruid.
• Kers – Prunus avium, rond en sappig, ook de Perzik, de Appel, de Braam, de Peer, de Banaan, de Aardbei, de Framboos en de Avocado vallen onder Venus.
• Vele geurende planten, de Sering, de Hyacint, de Narcis, de Mirte, de Lathyrus, Vanille, de Magnolia e.d.
• Berk – Betula pendula, de witte, elegante Berk, met zijn werking op huid en haar, een typische Venusboom.

In de menselijke fysiologie gaat Venus over de voortplantingsorganen en de nieren die verantwoordelijk zijn voor de innerlijke reinheid en de vloeistoffenbalans.

Mars

Mars, de Planeet genoemd naar de roekeloze God van de Oorlog vertegenwoordigt moed, kracht, ambitie en doorzettingsvermogen. Zonder deze eigenschappen van Mars zou er nooit iets van de grond komen, de kracht van Mars is dus niet per definitie negatief. Maar Mars is niet gemakkelijk van aard, hij kan grof, agressief en scherp zijn.

• Metaal – IJzer
• Mineralen – Robijn en andere vurige rode stenen
• Dieren – Haai, Hyena en andere agressieve en gevaarlijke dieren.
• Sterrenbeeld – Ram en Schorpioen
• Element – Vuur

In planten manifesteert Mars zich in de stampers van alle bloemen (vroeger dacht men dat dit het mannelijke deel van de plant was), en in dorens en stekels e.d., de bloemen zijn meestal rood en de smaak heet en peperig, ook lancetvormige bladeren zijn vaak een teken van Mars. Veel pioniersplanten worden met Mars in verband gebracht. De geneeskrachtige eigenschappen stimuleren de bloedsomloop (met name het hart zelf), verhogen de weerstand (met name het eigen afweersysteem van het lichaam wordt gestimuleerd), vaak bevatten ze veel vitamine C, werken ontsmettend.

Enkele Marsplanten
• Brem – Cytisus scoparius, een echte pionier, kan barre omstandigheden aan, zeer sterk, Marskracht.
• Knoflook – Allium sativum, krachtige desinfectans en reiniger, stimuleert de bloedsomloop en het hart.
• Hulst – Ilex opaca, de stekelige aard zegt genoeg.
• Brandnetel –Urtica urens, weer zo’n krachtige pionier, die in het menselijk lichaam ook de strijd aangaat met het kwaad, zeer veel vitaminen en mineralen, verhoogt de afweer in het lichaam, goed voor de mannelijke geslachtsorganen.
• Distels – Carduus sp. – krachtige reinigers van met name de lever, veel weerstand.
• Spaanse peper – Capsicum sp., alle soorten bevatten enorme hoeveelheden vitamine C, scherpe smaak, krachtige ontsmetters.
• Mierikswortel – Cochlearia armorica, zeer verwarmend en ontsmettend, stimuleert de bloedsomloop.
• Meidoorn – Crataegus oxyantha, een plant met lieflijke bloemen, die onder Venus vallen, maar met doorns die het een Marsplant maken, krachtige werking op de hartspier.

In het menselijk lichaam is Mars de heerser over het hart, de galblaas, spieren, klieren en de mannelijke geslachtsorganen.

Jupiter

Jupiter de planeet die genoemd is naar de Oppergod, hij belichaamt de principes van vrijgevigheid, overvloed, rechtvaardigheid en het volwassen worden. Zijn karakteristieken zijn grandeur, eer, tolerantie en wijsheid, maar hij is ook de zoeker naar spiritualiteit en symboliseert geloof, hoop, en ethiek en moraal.

• Metaal – Tin
• Mineralen – paarse stenen als Amethist en Lovuliet
• Dieren – groot en machtig als Jupiter zelf, zoals de Beer en de Olifant, dieren die zo groot zijn dat ze van andere niets te vrezen hebben.
• Sterrenbeeld – Boogschutter en Vissen
• Element – Aarde en Vuur

In de plantenwereld vertegenwoordigt Jupiter het volwassen stadium van planten, zoals vruchten en noten en alle overvloed van de oogst, die dan weer staan voor zijn vrijgevigheid. De kruiden waarover hij heerst zijn vaak aromatisch en rijk aan etherische oliën De bloemkleur is vaak paars of geel. Hun helende eigenschappen zijn zuiverend en werken vaak op de lever, wat ook een orgaan van Jupiter is. Sommige kruiden werken ook als antidepressiva. De meeste grote bomen vallen onder Jupiter

Enkele Jupiterplanten
• Agrimonie – Agrimonia eupatorium, een echt spijsverteringskruid, met name op de lever, de plant heeft heldergele bloemen. Een goed kinderkruid.
• Komkommerkruid – Borago officinalis, het kruid wat moed brengt en het humeur verbetert, een enorme sterke uitstraling, die in een seizoen sterk kan groeien.
• Eik – Quercus robur, de Koning der Bomen, de sterkste, de krachtigste en de boom met de hoogste levensverwachting die rijk vruchten draagt valt uiteraard onder Jupiter, andere grote bomen die aan Jupiter gewijd zijn, de Paardekastanje, de Linde, de Walnootboom (in de Latijnse naam Juglans regia, zit zelfs een verwijzing naar Jupiter), de Esdoorn, de Bodhiboom (de boom waaronder Boeddha mediteerde), etc.
• Salie – Salvia officinalis, zeer zuiverend en koninklijk, verdraagt slecht andere planten in zijn buurt.

In het lichaam heerst Jupiter over de lever, de suikerstofwisseling (pancreas), maar ook over het gemoed.

Saturnus

Saturnus de Planeet die genoemd is naar de grimmige God van de Tijd, belichaamt volharding, concentratie en gehardheid.
Hij is de genadeloze leraar van plicht en verantwoordelijkheid. Hij heerst over het verouderen en het stervensproces. Zijn eigenschappen zijn starheid, rigiditeit, hij is koud en droog.

• Metaal – Lood, het zwaarste metaal van al
• Mineralen – Obsidiaan en git
• Dieren – Reptielen en sommige nijvere insecten zoals de Mier
• Sterrenbeeld – Steenbok en Waterman
• Element – Aarde

In de plantenwereld heerst Saturnus ook over het stervensproces, het uitdrogen en het verschrompelen in de herfst, maar hij is ook verantwoordelijk voor het rijpen van het zaad, dat de belofte van nieuw leven in zich heeft. Zijn planten zijn vaak stakerig van vorm, grijsblauw van kleur of hebben blauwe bloemen. Hun helende eigenschappen zijn vaak samentrekkend en soms zelfs verdovend. Saturnus heerst ook over een aantal planten die in een juiste dosering kunnen genezen, maar bij een overdosering kunnen doden. Ook veel planten die het bewegingsapparaat helpen.

Enkele Saturnusplanten
• Belladonna (Wolfskers) – Atropa belladonna, dodelijk giftig bij een overdosis, een
maar een nuttig medicijn bij een juiste dosering, een geheimzinnige plant, andere
vergelijkbare planten die onder Saturnus vallen, Bilzekruid, Doornappel,
Euphorbiasoorten, Helleborus.
• Smeerwortel – Symphytum officinale, het eerste middel waarnaar men grijpt bij
kneuzingen en botbreuken (de botten vallen onder Saturnus, maar ook een kruid dat
niet onverdund inwendig moet worden ingenomen, vanwege mogelijke
leverbeschadigingen.
• Duivekervel – Fumaria officinalis, een plant waarvan men vroeger zij dat hij uit rook die uit de aarde kwam voortkwam.
• Paardenstaart – Equisitum arvensis, heeft ook weer een werking op het bewegingsapparaat, sterk en grimmig.

In het menselijk lichaam heerst Saturnus over huid, botten en de tanden. Dit zijn ook de gebieden waar de veroudering het eerst zichtbaar is.

HOE WERD DIT ALLES TOEGEPAST?
Zoals blijkt uit het bovenstaande, staat de signatuurleer veraf van onze huidige manier om de dingen in te delen. In plaats van een empirische en meetbare benadering is er een benadering die gebaseerd is op archetypen die een grote mate van intuïtie van de beoefenaar eisen. Zoals we zagen heeft elke plant niet alleen de signatuur van een Planeet, maar vertegenwoordigen de onderdelen van de plant en zijn verschillende stadia ook weer Planeten. Dit alles is niet gemakkelijk in de praktijk toe te passen. Het vereist een grote kennis van de samenhang van de verschillende planeten en van de werking van planten. Hoe dan ook vroeger werd dit systeem toegepast door vele artsen. De meest bekende is wel Nicholas Culpeper die leefde in de 17de eeuw. Men moet wel bedenken dat deze benadering zeer subjectief is, ze liet veel ruimte voor interpretatie, debat en argumentatie in het medisch beroep. Kortom de signatuur van planten werd wijd geaccepteerd, maar er was ook veel voor tweeërlei uitleg vatbaar. Hoe werd dit systeem nu in de praktijk toegepast?

Essentieel was dat er eerst een horoscoop van de patiënt werd getrokken, vanaf het intreden van het ziektebeeld, hieruit werd de aard van de ziekte geïnterpreteerd, het mogelijke verloop en de afloop. Verder moest ook het aangedane lichaamsdeel en zijn planetaire heerser in aanmerking worden genomen. Dan kon de behandelend arts bepalen of hij sympathische dan wel antipathische kruiden zou gebruiken. Dan moest hij een kruid vinden dat van toepassing was.
Bijvoorbeeld een koorts die het hele lichaam betrof, wordt beheerst door Mars.

De beste manier om dat te benaderen zou dan een antipathische zijn, bijvoorbeeld een kruid dat beheerst wordt door Venus, zoals Duizendblad, aan de andere kant, een gebroken bot behandelde men het liefst sympathisch omdat de onderdelen weer aan elkaar moesten groeien, men nam dan een van de typische Saturnuskruiden.

Dit is natuurlijk een oversimplificatie, in de praktijk is het niet altijd even makkelijk om een juiste remedie te vinden. Er zijn veel verschillende kruiden met veel verschillende eigenschappen onder een planetaire heerser. Om de juiste te vinden moest men veel begrip hebben voor de archetypen en het astrologisch symbolisme, om de aard van de ziekte te bepalen, maar ook een grote plantenkennis was noodzakelijk. Het symbolisme was meer een manier om inzicht te krijgen in de onderliggende principes en krachten die aan het werk zijn. Vooral bij psychosomatische klachten was de werking van de Signatuurleer vaak heel goed.

Bronnen
- Mens en Medicijn – Margreet Algera
- Kruiden, Signatuur en Eigenschappen – Yvonne Maessen en Jim Streefkerk
- The Complete Holistic Herbal – David Hoffmann
- A Modern Herbal – Mrs. M. Grieves
- The Natural History of Medicinal Plants – Judith Sumner
- The Encyclopedia of Magickal Herbs – Scott Cunningham
- The Complete Herbal – Nicholas Culpeper
- Compendium van Rituele Planten in Europa – Marcel de Cleene & Marie-Claire LeJeune
- www.botanical.com

This entry was posted in Kruidenwetenschap, Kruidige Geschiedenissen and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply