Mais, zijdezacht bij blaasontsteking


Mais – Zea mays

Mais is veel meer dan een van de meest geteelde voedingsgewassen ter wereld. Het heeft ook een zeer positief effect op problemen met de blaas, nieren en prostaat. En het is een van die geneesmiddelen die je ontzettend eenvoudig zelf kunt maken. Je hoeft er niet eens voor het veld in…een bezoek aan de groentenboer of supermarkt volstaat. En augustus is ook het seizoen dat verse mais overal verkrijgbaar is.

Mais behoort tot de grassenfamilie (Graminaceae). De botanische naam betekent letterlijk ´Moeder van het Leven´. Mais is een van de oudste landbouwgewassen van de mens. De plant stamt af van de wilde vorm teosinte Zea mays ssp. parviglumis. Teosinte was een wilde grassoort, die erg verschilde van de huidige soorten, de kolven waren klein en nog niet samen geplaatst. Al 7000 jaar geleden werd deze plant intensief verbouwd in Midden-Amerika, waar de inheemse bevolking voor een groot deel afhankelijk was van de teelt van deze plant. In de loop van de eeuwen selecteerden de mensen steeds grotere en voedzamere kolven. Columbus nam de plant mee naar Europa, waar hij goed gedijde in Spanje. In de loop van de tijd zijn er soorten geselecteerd die het ook goed doen in koudere gebieden. Mais behoort tot de groep C4-gewassen, een groep planten met een beperkte ademhaling die een zeer hoge koolstofopname realiseren. Eén hectare mais absorbeert 22 à 44 ton CO2 per jaar, en produceert 16 à 32 ton zuurstof per jaar. Dit is aanzienlijk meer dan wat 1 hectare bos per jaar aan zuurstof kan leveren. Uiteraard wordt de hoeveelheid opgenomen kooldioxide, in tegenstelling tot de bossen, niet voor langere tijd gebonden en komt weer in de atmosfeer terecht zodra de snijmaïs door het rundvee wordt gegeten.


Mais is lang niet altijd geel

Nadelige effecten van de teelt van snijmaïs zijn de monocultuur ervan en de mogelijkheid om veel mest aan het land toe te voegen. Verder wordt mais zeer veel genetisch gemanipuleerd, waardoor er gevaar bestaat voor de diversiteit van de soorten en een veel te grote macht voor de voedingsindustrie. Probeer alleen te werken met biologische mais, juist bij deze plant is dit extra belangrijk.

Omdat de plant van een zo groot belang was voor de Indiaanse cultuur, bestaan er veel ontstaansmythen over Mais, dit is er een van:

Heel lang geleden voerden de indianenstammen oorlog met elkaar. Het werd heel moeilijk om rond te reizen, want iedere stam verdacht de reizigers ervan spionnen te zijn van de vijandige stam.

Toch trokken een oude vrouw en haar kleinzoon van tentenkamp naar tentenkamp, op zoek naar een stam die hen wilde opnemen, want zij hadden geen familie meer. Maar overal waar zij kwamen, werden ze geweerd.

Op een dag kwamen ze bij indianen die hen verzochten naast het vuur te gaan zitten en mee te eten. Het stamhoofd zei tegen de oude vrouw: “U kunt bij ons blijven, als u niet bang bent honger te lijden. Er is niet veel wild op ons land, maar het weinige voedsel dat we hebben, willen we graag met jullie delen.” – “Wij hebben niet veel nodig,” antwoordde de grootmoeder. “En ik kan voor jullie werken. Ik zal voor de kinderen zorgen terwijl de ouders op zoek gaan naar voedsel.”


De ´Corn Mother´

De volgende dag gingen de mannen zoals gewoonlijk jagen en gingen de vrouwen fruit en planten plukken en water halen. De kinderen bleven alleen achter. Dit was een mooie kans om de hele dag te spelen, zonder te worden lastiggevallen door de grote mensen! Maar ze hadden niets te eten… Hun ouders kwamen pas ‘s avonds terug van het jagen of vruchten plukken, en het was een lange dag voor hun kleine maagjes.

Die dag speelden de kinderen heel lang en werden ze geroepen door de oude vrouw toen ze moe begonnen te worden. Nieuwsgierig kwamen de kinderen naar haar toe. “Maar wat doe jij, grootmoeder?” vroeg een van de kinderen. “Ik maak maïssoep voor jullie klaar,” antwoordde ze terwijl ze in een grote pan dikke soep roerde.

Dat hadden de kinderen nog nooit gezien, maar toen ze eenmaal van de soep hadden geproefd, wilden ze meer! Toen hun buikjes vol waren, gingen ze om de oude vrouw heen zitten, zoals kuikentjes om de kloek. De oude vrouw vertelde de kinderen prachtige verhalen. En vanaf die dag ging het iedere dag zo. Dankzij de maïs van de oude vrouw kenden de kinderen geen honger meer, en leerden ze allerlei verhalen!

Zo gingen er maanden voorbij en de oude vrouw begon steeds vermoeider te raken. Toch maakte zij nog steeds het eten voor de kinderen klaar. Op een dag had ze niet eens meer de kracht om op te staan; maar vond haar kleinzoon ‘s middags naast haar een pan met soep. Ze zei tegen hem: “Ik heb maïs gezaaid, en die is goed gegroeid. Maar de maïs moet nog wel besproeid en gewied worden. Jij moet daarvoor zorgen, samen met de andere kinderen.”

Dat waren haar laatste woorden, maar ze ging door met soep geven totdat de maïskolven rijp waren. Toen haar kleinzoon die dag in haar tent kwam, zag hij niemand. Hij zag haar nooit meer terug: ze was veranderd in maïs. Wanneer je nu een maïskolf ziet in bladeren gehuld, zie je altijd zilveren draden: dat zijn de haren van de goede oude vrouw die voor maïs heeft gezorgd, zodat de indianenkinderen geen honger lijden.

Mais is een éénjarige plant uit de graanfamilie of grassenfamilie. Mais kan tot 4,5 meter hoog worden en komt oorspronkelijk uit Midden-Amerika, maar wordt inmiddels overal ter wereld geteeld. Samen met soja behoort het tot de meest geteelde voedingsgewassen. Mais heeft een zeer typerende groei, de bladeren die laag aan de stengel zitten zijn tussen de 5 en 10 cm breed en tussen de 50–100 cm lang. De stengel staat recht en heeft net als bamboe knopen, waaruit ook weer bladeren groeien. Onder deze bladeren en vlakbij de stam, groeien de ‘oren’. Deze groeien ongeveer 3 mm per dag. De oren zijn de vrouwelijke bloemvormen, die bedekt zijn met lagen bladeren, je ziet ze niet, totdat de bleekgele maiszijde er bovenuit steekt, die later verkleurt naar rood of geel. Maiszijde zijn de verlengde stigmata en lijken op toefjes haar. De mannelijke bloemen staan bovenin de plant in de vorm van pluimen.

Mais is relatief makkelijk te telen, ook in Nederland. Mais geeft de voorkeur aan een zonnig, droog plekje op goed gedraineerde grond. Doet het goed op een pH-waarde van tussen de 5,5 tot 6,8. Mais heeft wel een rijke bodem nodig, dit is ook een van de redenen, dat het gewas zo populair is bij Nederlandse boeren, zo kunnen ze veel mest kwijt. Mais wordt zeer veel geteeld, vooral in de tropen en warm gematigde gebieden op aarde en er zijn vele variëteiten. Mais is een windbestuiver. Vroeger bestonden de rassen uit zogenaamde open bestoven rassen. Tegenwoordig zijn bijna alle maisrassen hybriden. Afhankelijk van de opbouw wordt gesproken van enkelvoudige (opgebouwd uit twee inteeltlijnen), drieweg (drie inteeltlijnen) of vierweg (vier inteeltlijnen) hybriden. Door maisplanten via zelfbestuiving in te telen worden inteeltlijnen verkregen. Als deze inteeltlijnen in specifieke combinaties elkaar bestuiven ontstaan beter groeiende en hoger opbrengende planten. Dit effect noemen we “heterosis”. Kruisbestuiving wordt verkregen door de moederplanten te ontpluimen. De plant kan niet goed tegen vorst. Mais groeit goed samen met vroege aardappelen, peulvruchten, dille, pompoenen en zonnebloemen. Ze hebben het minder op tomaten. In onze streken kun je mais voorzaaien in een koude kas. Groeit zeer snel en dan buiten uitplanten na de laatste vorst.


Mais in Nederland

Cultuurvormen van mais
- De belangrijkste in Noord Amerika en Europa is de Dent-maïs, waaruit ingrediënten voor humane voeding, diervoeders en industriële producten worden gewonnen; Z. mays ‘Indentata’ (syn. Z. mays ‘Dentata’) heeft lange, stevige en dikke, zware bladeren. De korrels zijn wit of geel en onderscheiden zich doordat ze aan één kant een kuiltje vertonen. Deze cultivar is het belangrijkste veldgewas van Amerika en Afrika en het zaad wordt gebruikt om maïsmeel van te maken of als veevoer.
- Flint-maïs, met een harde korrel, lijkt op Dent-maïs en wordt voor dezelfde doeleinden gebruikt. Ze wordt voornamelijk verbouwd in Zuid Amerika. In de praktijk is er niet zo’n uitdrukkelijk onderscheid tussen Dent- en Flintmaïs en lopen de variëteiten door elkaar heen; Z. mays ‘Indurata’ is een vroeg rijpe cultivar met vrij harde korrels, die in gedroogde toestand nauwelijks krimpen en daarom geschikt zijn als veevoer.
- Waxy-maïs heeft korrels met een wasachtig uiterlijk wanneer ze worden opengebroken. Alle zetmeelketens in waxy-maïs zijn vertakt, en daarmee uitermate geschikt voor gebruik als verdikkingsmiddel.
- Suiker-maïs heeft zaden met een hoog suikergehalte. De zaden van suikermaïs worden vers gegeten;Z. mays ‘Rugosa’ (syn Z. mays ‘Saccharata), de zogenaamde zoete of suikermaïs, heeft juist vrij kleine stengels en bladeren. Dit type dankt zijn zoete smaak aan het feit dat de kolven rijp zijn voordat de suikers volledig in zetmeel zijn omgezet.
- Popcorn heeft een korrel met een zeer harde buitenkant. Z. mays ‘Praecox’ (syn. Z. mays ‘Everta’) produceert korrels die zetmeel en water bevatten en worden omgeven door een harde schil. Als de korrels worden verhit, zet het water uit en barst de schil met een harde plof uit elkaar.Bij verhitting ‘popped’ de inhoud naar buiten
- Flour corn bestaat volledig uit zacht zetmeel en wordt voornamelijk gebruikt voor de productie van tortilla’s, chips en bakwaren. In Zuid Amerika wordt deze maïs in uiteenlopende kleuren geteeld en gebruikt in voedingsmiddelen en als grondstof voor bier.

Medicinaal worden de stigmata van de vrouwelijke bloemen gebruikt. Fijne zachte draden die tot 10-20 cm lang zijn. De farmaceutische namen voor dit product zijn Stigmata maydis en Maidis stigmata. In het Nederlands heet het maiszijde.


De maiszijde van dichtbij

De stigmata van mais moeten worden verzameld, vlak voor de bevruchting plaatsvindt. Dit tijdstip verschilt van per klimaatzone. Gebruik het zo vers mogelijk. Het beste is om er gelijk tinctuur van te maken. Als men maiszijde te lang laat liggen ontstaat er ook een purgatieve werking.

Maiszijde bevat:

- Flavonoiden > maysine
- chlorogenisch zuur
- saponinen > ontstekingsremmer
- etherische olie
- vaste olie
- harsen
- suikers
- fytosterolen
- allantoine
- looistoffen
- mineralen vooral kalium
- alkaloïden
- Slijmstoffen
- Vitaminen C en K

Maiszijde is bij uitstek een kruid dat geschikt is voor tal van infecties en andere problemen van de urinewegen. Voor dieren is het erg veilig in gebruik en wordt het goed verdragen. De combinatie van slijmstoffen, saponinen, allantoïne, looistoffen en fytosterolen zijn uniek voor de plantenwereld, en zorgen ervoor dat er samentrekking, verzachting, wondgenezing en mictie optreden. Vooral de kalium is zeer urinedrijvend. Heel bijzonder is ook de aanwezigheid van vitamine K, een vitamine die essentieel is voor de bloedstolling, waardoor inwendige bloedingen kunnen verminderen. Maiszijde is ook zeer antiseptisch.

De verzachtende werking van Maiszijde is ook zinvol bij huidaandoeningen.

Maïsmeel werd door de inheemse bevolking van Amerika ook gebruikt als medicijn, bijvoorbeeld in de vorm van cataplasma’s bij wonden, steenpuisten en kneuzingen. Maiszijde wordt ook gebruikt binnen de TCM, bij oedeem en hepatitis. Maiszijde verlaagt ook de bloeddruk door de diuretische werking. Het is een goed aanvullend kruid bij bijvoorbeeld Crataegus. De diuretische werking is ook effectief bij jicht en reumatische klachten. Alles bij elkaar is het een zeer zachte, maar effectieve reiniger. Een decoct van de kolf kan worden gebruikt bij de behandeling van bloedneuzen en inwendige bloedingen. De zaden zijn ook diuretisch en mild stimulerend.

Verder is mais natuurlijk een zeer belangrijk voedingsgewas, men kan het rauw (onrijpe kolf) of gekookt eten, of in de vorm van meel. Het meel heeft een zeer milde smaak en is een goede verdikker van soepen en sauzen en er wordt brood en tortilla’s van gemaakt. De zaden zijn ook geschikt om popcorn te maken, vooral bepaalde variëteiten. Ook zijn maisspruiten zeer voedzaam. Van de zaden wordt een olie gemaakt. De pollen van mais worden gebruikt als bron van proteïne. De geroosterde zaden kan men gebruiken als koffiesurrogaat. Vezels van de stengels en de kolfbladeren worden verwerkt tot papier.

Toepassingen en doseringen

Infuus: 2- 8 gr in 200 ml gekookt water, 10 minuten laten trekken.
Ø: 5 – 15 ml, 3 x daags

Tinctuur van maiszijde
Gebruik maiszijde van biologische kwaliteit, zo vers mogelijk. Snij fijn en overgiet met wodka in een schone pot, alles moet onder staan. Afsluiten en op een donkere plek bewaren, af en toe schudden. Na twee maanden afzeven en bottelen, klaar!

Oliemaceraat van maiszijde
Heb ik vorig jaar voor het eerst gemaakt en was een groot succes, zeer verzachtend ingredient in zalven en cremes. Verse maiszijde au bain marie verwarmen in een biologische kwaliteit plantaardige olie, zonnebloemolie is prima, de olie moet verzadigd zijn, dus moeilijk roerbaar door alle maiszijde. Op een zacht vuur laten macereren, ongeveer 8 uur. Dan afzeven en laten bezinken (er zal mogelijk wat water aanwezig zijn in het maceraat, dit kan nu naar beneden zakken. Na een dag voorzichtig overgieten in een schone fles.

Contra-indicaties, interacties, bijwerkingen

Zeer veilig kruid voor mens en dier. Ook voor mensen met coeliakie. Sommige mensen zijn allergisch voor mais, deze kunnen beter geen maiszijde gebruiken.

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply