Medicinale kruiden die de borstvoeding stimuleren


Beautiful Sitting Mama Breastfeeding door Gioia Albano

Dit is een onderwerp waar aanstaande en jonge moeders graag duidelijkheid over willen en veel verwarrende informatie over krijgen, soms zeer afwijzend van de gemiddelde consultatiebureaus, die weinig weten over geneeskruiden tot overenthousiaste berichten van ‘alternatieve geneeskunde’ websites, die kritiekloos van alles aanbevelen, als het maar ‘natuurlijk’ is. Ik heb dit artikel geschreven om op een nuchtere manier informatie te geven, zodat aanstaande en jonge moeders een weloverwogen keuze kunnen maken.

Na de inleiding worden diverse kruiden verder uitgewerkt, met een duidelijke opsomming van de voor – en nadelen van iedere plant. Daarnaast wordt verwezen naar onderzoek als dat mogelijk is.

Borstvoeding

Iedere deskundige is het erover eens dat borstvoeding de beste voeding voor baby’s is, het bevat alle stoffen die het kindje nodig heeft om zich te ontwikkelen, daarnaast zorgt het voor een intieme emotionele binding tussen moeder en kind, die voor beiden de rest van hun leven belangrijk blijft.

Borstvoeding is ook volgens de WHO (World Health Organization), de standaard. Flessenvoeding moet alleen als alternatief gezien worden als de borstvoeding niet toereikend is, of als er geen moeder voor het kindje is.

Dit zorgt ook voor de nodige druk op jonge moeders, die toch al aan allerlei normen denken te moeten voldoen. Soms lukt het borstvoeden niet meteen, vaak kan dan met behulp van vroedvrouwen – en mannen, het consultatiebureau, of een lactatie-specialist gezorgd worden voor betere aanlegtechnieken en andere truuks om het voeden te laten slagen. Door geslaagde zuigpogingen komt de melkvloed vaak vanzelf goed op gang.

Als vrouwen er dan nog niet in slagen om het kindje voldoende melk te laten drinken, dan kan er gekeken worden naar plantaardige medicijnen die de melkvloed helpen stimuleren.

Een aparte groep zijn moeders die te vroeg bevallen zijn, door een vroeggeboorte kan er weinig melkproductie zijn, waardoor vaker naar externe middelen wordt gegrepen.

Daarnaast zijn er moeders die het idee hebben dat ze te weinig melk produceren en daarom kiezen voor medicinale kruiden om meer melk te geven. Toch is er verrassend weinig onderzoek verricht naar de effectiviteit van deze planten, de belangrijkste reden daarvoor is, dat onderzoek naar deze kruiden in de praktijk lastig is, o.a. door ethische bezwaren.

Moedermelk, hoe ontstaat het?

Deze vraag is belangrijk om een idee te krijgen waaraan kruiden die de melkvloed bevorderen moeten voldoen.

Bij alle vrouwelijke zoogdieren ontwikkelt het melkklierweefsel zich sterk tijdens de zwangerschap, maar de uitscheiding van de melk wordt tijdens de zwangerschap voorkomen door hoge circulerende waarden van progesteron. Progesteron is een geslachtshormoon, dat niet alleen een rol speelt bij het voorkomen van het uitscheiden van de melk tijdens de zwangerschap, maar ook nog tal van andere functies heeft, zoals het reguleren van de menstruatiecyclus, andere aspecten van de zwangerschap, zoals de embryonale ontwikkeling, daarnaast is het ook van invloed op het functioneren van de hersenen.

Deze fase tijdens de zwangerschap wordt lactogenese I genoemd.

De daaropvolgende fase, lactogenese II vindt plaats na de bevalling, meestal 30–40 uur na de geboorte van een volledig uitgedragen baby. Dit proces wordt op gang gebracht door het uitstoten van de placenta, hierdoor dalen de progesteronwaarden heel snel, waardoor de waarden van prolactine naar verhouding hoger worden.

Prolactine is een hormoon, dat een belangrijke rol heeft bij het opstarten van de uitscheiding van melk. Door het zuigen van de baby aan de tepel, worden de waarden van oxytocine, een ander hormoon dat zorgt dat de melkproductie regelmatig wordt, verhoogd. een derde hormoon dat belangrijk is voor lactogenese II, is insuline, dit zorgt dat voedingsstoffen meer beschikbaar zijn voor de vorming van melk en als laatste speelt ook schildklierhormoon een rol, dat nodig lijkt te zijn voor het klierweefsel voor de ontvankelijkheid voor groeihormoon en prolactine tijdens de lactatie.

Naast al deze fysieke factoren, zijn ook sociale en psychologische factoren van invloed op de lactatie. Zoals eerder al gezegd, moeders staan nogal onder druk om het allemaal perfect te doen en ontspanning is belangrijk voor het geven van borstvoeding.

Te weinig moedermelk?

Vreemd genoeg zijn er geen specifieke diagnostische methoden om te kijken of de moeder genoeg melk produceert. Meestal wordt de perceptie van de moeder gebruikt als indicator, en op de langere duur een te laag gewicht van de baby.

Daarnaast zijn er een aantal aandoeningen die kunnen zorgen voor een lage moedermelk productie, bijvoorbeeld diabetes, hypothyreoïdie, extremer overgewicht en PCOS (polycystic ovarian syndrome).

Maar doorgaans lijken problemen vooral veroorzaakt door verkeerd aanleggen aan de borst, niet vaak genoeg aanleggen, een te gestresseerde moeder (en omgeving).

Reguliere methoden om meer moedermelk te produceren zijn bijvoorbeeld kolven en in sommige landen, het gebruik van metoclopramide of domperidon (deze 2 middelen zijn eigenlijk bedoeld om misselijkheid tegen te gaan en zijn niet zonder risico, in Nederland worden ze nauwelijks gebruikt voor zover mij bekend).

Lactogene medicinale kruiden

Een lactogeen is een stof die de melkproductie in zoogdieren stimuleert, lactogene kruiden bevorderen dus de melkvloed, in kruidenliteratuur worden dergelijke kruiden ook nog wel galactagoog genoemd.

De meeste aanstaande en jonge moeders horen van dergelijke kruiden via het internet, het jonge moedercircuit, soms een vroedvrouw – of man of het consultatiebureau. De informatie over deze middelen is vaak gekleurd en eenzijdig.

Er zijn voor zover bekend geen gegevens beschikbaar over hoeveel Nederlandse moeders die deze middelen gebruiken, maar in de VS werd in 2003 geschat dat 15% van de vrouwen die borstvoeding geven plantaardige lactogenen gebruiken. (TNCS, 2003)

Lactogene kruiden lijken een direct of indirect posifief effect op de productie van prolactine te hebben. Fyto-oestrogene stoffen (plantaardige stoffen met een gelijke structuur als oestrogeen) in planten spelen daarbij vaak een rol, maar niet altijd.

Er zijn vele kruiden die als lactogeen worden omschreven, ik heb ervoor gekozen om meest genoemde planten te omschrijven:

- Anijszaad
- Brandnetelblad, Grote
- Distel, Gezegende
- Fenegriekzaad
- Framboosblad
- Galega
- Mariadistelzaad
- Monnikspeper
- Moringa
- Venkelzaad

Anijszaad (Pimpinella anisum)

Familie: Apiaceae

Medicinaal worden de zaden gebruikt.

De zaden bevatten:

- Etherische olie: grotendeels bestaande uit trans-anethol (93,9%), net als Venkel, verder ook lagere gehalten aan methylchavicol, anisaldehyde, estragol (2.4%), cumarinen, scopoletine, umbelliferon, estrolen, terpene hydrocarbonen, polyenen, polyacetylenen, (E)-methyleugenol, α-cuparene, α-himachaleen, γ-himachaleen, β-bisaboleen, p-anisaldehyde, cis-anethole (0.4–8.2%), trans-pseudoisoeugenyl 2-methylbutyraat, carvon, β-caryofylleen, dihydrocarvyl acetaat, limoneen en methylchavicol
- Vetzuren: palmitinezuur, oliezuur
- Fenole glycosiden: benzoinezuur
- Glucosiden: (E)-3-hydroxy-anethol β-d-glucopyranoside, (E)-10-(2-hydroxy-5-methoxyfenyl) propane β-d-glucopyranoside, 3-hydroxyestragol β-d-glucopyranoside, methylsyringaat 4-O-β-d-glucopyranoside, hexane-1,5-diol 1-O-β-d-glucopyranoside en 1-deoxy-l-erythritol 3-O-β-glucopyranoside
- Flavonoiden: quercetine 3-glucuronide, rutine, luteoline, 7-glucoside, isoorientine, isovitexine, apigeninw 7-glucoside
- Koolhydraten
- Proteinen

(Besharati-Seidani & al, 2005), (Gülçın & al, 2003), (Özcan & al, 2006), (Embong & al, 1977), (Orav & al, 2008), (Fujimatu & al, 2003), (Kunzemann & al, 1977)

Anijszaad is een bekend geneeskruid dat o.a. traditioneel gebruikt wordt om de melkproductie te stimuleren. De Nederlandse traditie om beschuit met (anijs) muisjes te serveren bij een geboorte heeft ook een connectie met het lactogene effect van Anijs.

Er is echter geen klinisch onderzoek bekend, naar de effecten van Anijszaad op de melkvloed, wel bevat de etherische olie anethol, dezelfde stof die zich in de etherische olie van Venkel bevindt. Anijs bevat echter grotere hoeveelheden anethol dan Venkel. Naar de lactogene eigenschappen van Venkel zijn wel klinische onderzoeken verricht (zie Venkel), waarbij anethol als belangrijkste lactogene stof naar voren komt.

Er is wel dieronderzoek verricht naar de effecten van Anijs op de melkproductie. Zo bleek uit onderzoek op konijnen, dat het toevoegen aan het dieet van Anijszaad en Fenegriekzaad aan zogende moertjes, niet leidde tot grote verschillen in toename van het gewicht van de jongen, in vergelijking met de controlegroep. (Eiben & al, 2004)

Er moet echter veel meer onderzoek uitgevoerd worden om een conclusie te kunnen trekken.

De werkzame stof in Anijszaad, anethol, is terug te vinden in de moedermelk. (Hausner & al, 2008), (Kirsch & al, 2013), (Denzer & al, 2015)

Dit betekent dat de smaak van de melk beinvloedt wordt, maar ook dat de stof van invloed is op de baby, in normale doseringen levert dit een aantal voordelen op, anethol is werkzaam bij babykrampjes en het heeft een rustgevend effect. (Savino & al, 2005), (Kishore & al, 2012), (Padma, al, & ‘, 2002)

Hoe kun je Anijszaad het beste gebruiken?

Je kunt Anijszaad op diverse manieren gebruiken, als thee, belangrijk is dan wel dat je de zaden eerst kneust voordat je ze aan het water toevoegt, je kunt ook warme melk gebruiken (rauwe melk of plantaardige melk) in plaats van water, de vetten in de melk zorgen voor een betere opname van de etherische olien in Venkel, omdat deze lipofiel zijn (oplosbaar in vet).

Een hele makkelijke methode is om de zaden te mengen met wat kokosolie en ze zo innemen, waarbij je de zaden goed kauwt.

Het kneuzen en kauwen zijn bedoeld om de etherische olien goed vrij te krijgen, de kokosolie zorgt ervoor dat de etherische olie goed wordt opgenomen.

Je kunt ook capsules met het zaadpoeder of een tinctuur van de zaden toepassen. Uitwendig kan de verdunde etherische olie worden gebruikt.

Toepassingen en doseringen

- Thee: 1 tot 3 gr, kneuzen in een vijzel, 15 minuten afgedekt laten trekken in gekookt water. 3 x daags.
- Melkthee: 1 tot 3 gr kneuzen in een vijzel, 15 minuten afgedekt laten trekken in gekookte melk (mag ook kokos, amandelmelk en andere plantaardige melk zijn. 3 x daags.
- Losse zaden: 1 el zaden mengen met 1 el kokosolie, samen innemen en goed kauwen, voordat je het doorslikt. 3 x daags.
- Etherische olie: 3% toevoegen aan een dragende olie en hier 3 x daags de borsten mee inmasseren.
- Capsules met zaadpoeder (500 mg): 3 tot 6 capsules per dag
- Tinctuur: 2 ml 3 x daags

Eventuele bijwerkingen van Anijszaadgebruik

De in vet oplosbare etherische olien van Anijszaad zijn terug te vinden in de moedermelk, bij normale doseringen die de moeder inneemt levert dit geen problemen op, de hoeveelheden zijn klein, wel levert het voordelen op, zoals bij het bestrijden van darmkrampjes bij de baby en ook heeft het een licht rustgevend effect.

Het kruid heeft een fotosensibel effect, bij sommige mensen zorgt dat voor huidreacties als de huid na inname of uitwendige toepassing van Anijszaad blootgesteld wordt aan de zon.

Anijszaad heeft een anticoagulant/antistollingseffect. Stop week voor een chirurgische ingreep met het gebruik van het kruid, om de kans op bloedingen te verkleinen.

Een aantal mensen zijn allergisch voor Anijszaad, vaak zijn deze mensen ook allergisch voor andere leden van de Schermbloemenfamilie, zoals Peterselie, Selderij, Venkel, Wortels en andere.

Wanneer kun je Anijszaad beter niet gebruiken?

- Als je lijdt aan hormoongevoelige kankers, zoals sommige vormen van borstkanker, baarmoederkanker of eierstokkanker.
- Als je lijdt aan aandoeningen zoals endometriose en myomen (vleesbomen), deze ziekten worden beinvloedt door de oestrogeenwaarden in het lichaam, Anijszaad bevat fyto-oestrogenen die deze waarden kunnen doen stijgen, waardoor de klachten kunnen verergeren.

Interacties van Anijszaad met reguliere geneesmiddelen

- Anti-conceptiepil, door de fyto-oestrogene effecten van Anijszaad is er mogelijk dat er interacties optreden tussen Anijszaad en de anti-conceptiepil, waardoor deze laatste minder effectief kan worden. Gebruik een condoom als je Anijszaad, samen met de anti-conceptiepil gebruikt en je wilt zoveel mogelijk zekerheid.
- Oestrogene reguliere medicijnen, naast de anti-conceptiepil heeft Anijszaad mogelijk ook een interactie met andere reguliere oestrogene medicijnen, die daardoor aan effectiviteit kunnen inboeten.
- Tamoxifen, is een selectieve oestrogeenreceptormodulator en heeft een anti-oestrogeen effect. Dit middel wordt gebruikt om hormoongevoelige kankers te bestrijden. Het gebruiken van Venkel, samen met dit geneesmiddel kan de effectiviteit van tamoxifen verminderen.

Voordelen Anijszaad

- Makkelijk te verkrijgen
- Goedkoop
- Bijkomend positief effect op darmkrampjes bij baby’s
- Lekkere smaak (in vergelijking met Venkelzaad, is Anijszaad iets zoeter)
- In veel vormen toe te passen

Nadelen Anijszaad

- Enige contra-indicaties
- Enige interacties
- Sporadisch bijwerkingen
- Weinig onderzoek, geen klinisch onderzoek (wel op een vergelijkbaar kruid als Venkel en de stof anethol)

Brandnetel, Grote (Urtica dioica)

Familie: Urticaceae

Medicinaal worden de jonge bladeren en de wortels gebruikt, soms ook de zaden. Voor het stimuleren van de borstvoeding worden de bladeren ingezet.

De bladeren bevatten:

- Flavonoïden: quercitine, isoquercitine, luteoline, rutine, quercetine-3-O-rutinoside, kaempherol-3-O-rutinoside, kaempferol 3 O glucoside en isorhamnetine-3-O-glucoside
- Carotenoiden: chlorofyl, xanthophyl, beta-caroteen, luteine, luteine isomeren, β-caroteen en β-caroteen isomeren zijn de belangrijkste, daarnaast komen ook neoxanthine, violaxanthine en lycopeen in vooral het volwassen blad voor.
- Aminen: adrenaline en noradrenaline (in de chloroplasten)
- Fytosterinen
- Chlorofyl
- Plantaardige zuren: transferulazuur, erucazuur, ursolzuur, salycylzuur, chlorogeenzuur
- Tanninen: protocatechuinezuur
- Bijtende stoffen (in de brandharen): histamine , 5-hydroxytryptamine (serotonine), mierenzuur, azijnzuur, boterzuur, wijnsteenzuur, kiezelzuur, kaneelzuur, acetylcholine, vluchtige en harszuren. Acetyltransferase is verantwoordelijk voor de synthese van acetylcholine in de brandharen van de Brandnetel, dit aminozuur werkt het sterkst bij een temperatuur van 40 graden.
- Cumarinen: scopoletine
- Etherische olie: p-hydroxylbenzalcohol, ketonen
- Vitaminen: A, B1, B2, B9, C, E en K
- Mineralen: calcium,magnesium, kalium, ijzer, silicium, fosfor, zwavel

(Ayan & al, 2006), (Emmelin & al, 1949), (Collier & al, 1956), (Ji & al, 2007), (Obertreis & al, 1996)

Brandnetelblad is een traditioneel middel om de borstvoeding te stimuleren. Er is echter geen klinisch onderzoek verricht naar de effecten van Brandnetel op de melkproductie, wel is er onderzoek gedaan naar een aantal kruidenmengsels met daarin Brandnetelblad, die gebruikt worden om de melkproductie van melkkoeien te verbeteren (en de kwaliteit van de melk).

Het is in deze onderzoeken lastig om het effect van Brandnetel te onderscheiden van de andere kruiden in deze mengsels, die bestonden uit Brandnetel, Karwijzaad (Carum carvi), Paardenbloemwortel (Taraxacum officinale), Agrimonie (Agrimonio eupatoria), Echte Kamille (Matrica chamomilla) en het tweede mengsel uit Brandnetel, Pepermunt (Mentha x piperita), Driekleurig Viooltje (Viola tricolor), Echte Kamille (Matricaria chamomilla), Duizendblad (Achillea millefolium) en Tijm (Thymus vulgaris)

Beide mengsels hadden wel een positief effect op de productie en samenstelling van de koemelk. (Grega & al, 2002), (Kraszewski & al, 2004)

Brandnetelblad is zeer rijk aan vitaminen en mineralen, in die zin is het zeker een goede toevoeging voor vrouwen die borstvoeding geven.

Hoe kun je Brandnetelblad het beste gebruiken?

Je kunt jong Brandnetelblad vers oogsten in het voorjaar (maanden april/mei), blad van oudere planten smaakt minder goed. Dit Brandnetelblad kun je verwerken in talrijke gerechten, diverse kun je vinden op deze website. Je kunt ook een infuus maken van vers of gedroogd Brandnetelblad, maar dan mis je wel de vitaminen A, E en K, deze zijn niet in water oplosbaar. Een slimmere manier om Brandnetelblad te benutten is in een smoothie, waaraan je ook wat vet toevoegt, bijvoorbeeld een handje noten of zaden, kokosmelk, of een theelepel kokosolie, een stukje avocado, zodat alle vitaminen worden opgenomen. Ook tincturen en capsules behoren tot de mogelijkheden als je niet zo van de smaak van Brandnetel houdt. Je kunt ook Brandnetelsap uitpersen als je een goede juicer hebt.

Toepassingen en doseringen

- Tinctuur van de wortel en het blad: 2-6 ml 3 x daags.
- Infuus van het gedroogde blad: 3-6 gr op 200 ml gekookt water, 10 minuten laten trekken, 3 x daags.
- Capsules: 500 mg per dag, gevriesdroogd 600 mg
- Brandnetelsap: 15 ml in water 3 x daags
- Vers kruid: verwerken in gerechten.

Sommige brandnetelproducten zijn gestandaardiseerd op de content aan scopoletine, maar het is niet bevestigd dat dit het actieve ingredient is, dit lijkt daarom vooralsnog zinloos.

Eventuele bijwerkingen van Brandnetelblad-gebruik

Brandnetelblad heeft een sterk diuretisch effect, je gaat er dus veel van plassen.

Wanneer kun je Brandnetelblad beter niet gebruiken?

Over het algemeen kan Grote Brandnetel veilig gebruikt worden door de meeste mensen, ook ouderen en kinderen.

In theorie zouden extracten van Grote Brandnetel een lage bloeddruk kunnen veroorzaken, een waterextract van de bladeren, toegediend aan ratten veroorzaakte een acute lage bloeddruk. Of dit bij mensen het geval is onduidelijk, en de dosering in dit onderzoek was erg hoog. (Tahri & al, 2000)

Hou er rekening mee, dat Brandnetelblad een sterk diuretisch effect heeft, bij diabetespatienten is het zaak om dit in de gaten te houden, omdat diabetespatienten al een versterkte diurese hebben.

Interacties van Brandnetelblad met reguliere geneesmiddelen

- Reguliere duretica: Grote Brandnetel is een sterk diuretisch kruid, samen met reguliere diuretica gebruikt, kan er een stapelend effect ontstaan, waardoor het lichaam teveel vocht en elektrolieten verliest.
- Kaliumsparende diuretica: Wees voorzichtig met deze combinatie. Grote Brandnetel bevat aanzienlijke hoeveelheden kalium. Tegenwoordig zijn veel reguliere diuretica kaliumsparend, dit omdat juist dit mineraal van positieve invloed kan zijn op de hartfunctie. Bij het samen innemen van deze diuretica en Grote Brandnetel, kan er echter een teveel aan kalium in het lichaam ontstaan. Deze diuretica zijn niet gangbaar, maar worden wel steeds meer voorgeschreven.
- Anticoagulanten: Grote Brandnetel heeft stollingsremmende effecten dankzij de aanwezigheid van cumarinen, en zou in theorie een interactie kunnen hebben met reguliere anticoagulanten.
- Reguliere antihypertensiva: Ook extracten van Grote Brandnetel kunnen in theorie de bloeddruk verlagen. Wees voorzichtig met deze combinatie.

Voordelen Brandnetelblad

- Makkelijk te verkrijgen
- Makkelijk zelf te plukken en te verwerken
- Goedkoop
- Bijkomend positief effect door een hoge content aan vitaminen en mineralen
- In veel vormen toe te passen

Nadelen Brandnetelblad

- Enige contra-indicaties
- Enige interacties
- Sporadisch bijwerkingen
- Weinig onderzoek, geen klinisch onderzoek

Distel, Gezegende (Cnicus benedictus)

Familie: Asteraceae

Medicinaal worden de bovengrondse delen gebruikt.

De bovengrondse delen bevatten:

- Bitterstoffen in de vorm van sesquiterpene lactonen: de belangrijkste is cnicine (0,2–0,7 %) en andere sesquiterpenen waaronder salonitenolide, absinthine en artemisiifoline.
- Triterpenoiden: zoals a-amyrenon, a-amyrine acetaat, a-amyrine en multiflorenol acetaat.
- Lignanen: trachelogenine, arctigenine, arctiine en nortracheloside, ook deze dragen bij aan het bittere karakter van de plant.
- Flavonoide glycosiden: apigenine, luteoline
- Etherische olie: 0.03 % met hierin cinnamaldahyde, citral, p-cymeen, fenchon en salonitenolide en de sesquiterpene lactonen en triterpenoiden.
- Tanninen: 8%
- Slijmstoffen
- Plantaardige zuren zoals ferulazuur, oleanolzuur
- Voedingsstoffen: K, Mg, Ca, Na, Fe, Co, Mn, Cu, Cr, Zn, Ni, Li, Pb, Cd
- Polyenen

(Vanhaelen-Fastre, 1974), (Kataria, 1995), (Ulbelen & al, 1977), (Vanhaelen & al, 1975), (Duke), (Vanhaelen-Fastre, 1973)

Extracten van Gezegende Distel worden traditioneel gebruikt om de melkvloed te stimuleren, er is echter geen onderzoek verricht naar deze veronderstelde eigenschap van dit kruid.

Hoe kun je Gezegende Distel het beste gebruiken?

Het beste kun je Gezegende Distel in capsulevorm gebruiken als je de melkvloed wilt stimuleren met dit kruid. De smaak is zeer bitter en is onaangenaam in thee. Omdat de bittere smaak veroorzaakt wordt door de in vet oplosbare sesquiterpene lactonen, zal ook de moedermelk iets bitter smaken (dit heeft geen nadelige effecten voor de baby, maar deze kan het wel vies vinden).

Toepassingen en doseringen

Thee van het gedroogde kruid: 4 tot 6 gr van het gedroogde kruid laten infuseren op 500 ml gekookt water en dit verdeeld over de dag voor de maaltijden drinken. Of 2 gr per keer in 150 ml gekookt water.
Tinctuur: doseringen lopen uiteen van 2 ml tot 10 ml 3 x daags voor de maaltijd, doseringen boven 5 ml 3 x daags acht ik te hoog.

Eventuele bijwerkingen van Gezegende Distel-gebruik

Gezegende Distel kent weinig bijwerkingen. In extreme doseringen (meer dan 5 gr per kopje decoct) kan Gezegende Distel een braakwekkende werking hebben. Mensen die allergische reacties vertonen voor andere leden van de Composietenfamilie, kunnen Gezegende Distel beter vermijden.

Wanneer kun je Gezegende Distel beter niet gebruiken?

- Gebruik het kruid niet tijdens de zwangerschap, de plant bevat steroïde stoffen die mogelijk kunnen ingrijpen in de ontwikkeling van de jonge vrucht.
- Het kruid is ook niet geschikt voor kinderen onder de 12 jaar, de meeste kinderen vinden het ook niet lekker.
- Vanwege de sterk stimulerende werking op de maagsapsecretie, kun je Gezegende Distel het beste vermijden bij acute maag – en darmzweren, wel is het kruid geschikt voor gebruik in de herstellende fase van dit soort aandoeningen.

Interacties van Gezegende Distel met reguliere geneesmiddelen

- Maagzuurremmers (diverse soorten). Een kleine kans op een negatieve interactie is mogelijk. Maagzuurremmers worden gegeven om maagzuurproductie te remmen, er zijn diverse soorten, de antacida, protonpompremmers en de H2-receptor-antagonisten. Gezegende Distel kan ervoor zorgen dat er meer maagzuur wordt geproduceerd, hierdoor kan de werking van maagzuurremmers worden verminderd.
- Anticoagulanten (antistollingsmiddelen): Gezegende Distel vertoont in vitro PAF -antagonistische eigenschappen, deze kunnen in theorie de PAF-gestimuleerde bloedplaatjesaggregatie verhogen, waardoor ere en vergrote kans op bloedingen kan ontstaan. (Nose & al, 1993)

Voordelen Gezegende Distel

- Makkelijk te verkrijgen
- Goedkoop

Nadelen Gezegende Distel

- Enige contra-indicaties
- Enige interacties
- Sporadisch bijwerkingen
- Weinig onderzoek, geen klinisch onderzoek

Fenegriekzaad (Trigonella foenum-graecum)

Familie: Fabaceae

Medicinaal worden meestal de zaden gebruikt, ook als men het kruid wil inzetten om de borstvoeding te stimuleren.

De zaden bevatten:

- Vezels: rond de helft van Fenegriekzaad bestaat uit voedingsvezels, polysaccharide slijmstoffen waaronder galactomannan.
- Proteinen: 20-30% met een hoog gehalte aan tryptofaan en lysine
- Alkaloiden: pyridine-type trigonelline, gentianine, carpaine
- Flavonoiden:
- Aminozuren: 4-hydroxyisoleucine, arginine, lysine, histidine
- Steroidale saponinen: 0.1% tot 0.9% diosgenine, kleinere hoeveelheden gitongenine en trigogenine, sporen smilagenine, sarsapogenine en yuccagenine, fenugrine B
- Glycosiden: cumarine stoffen
- Vitaminen:
- Mineralen
- Vaste olie: 8%, geisoleerd heeft deze olie een sterke zwavelachtige geur (niet prettig)
- Etherische olie: sotolon

Fenegriekzaad smaakt bitter, dit is door aanwezigheid van bitterstoffen in de etherische olie en bittersmakende steroidale saponinen en alkaloiden.
(mdidea)

Fenegriekzaad wordt al eeuwenlang traditioneel gebruikt om de melkproductie in zogende moeders, maar ook bij melkvee te verhogen. Tegenwoordig is het meestal het alternatieve middel dat jonge moeders het eerst horen, als ze het idee hebben dat de melkproductie te laag is.

Net als veel andere leden van de bonenfamilie (Fabaceae) is deze plant rijk aan fyto-oestrogenen, die een oestrogeen effect hebben, veel is nog onduidelijk over de manier waarop Fenegriek zorgt voor meer moedermelk, maar dat het kruid een hormonaal effect heeft is wel door in vitro onderzoek aan het licht gekomen. (Sreeja & al, 2010)

Onderzoek op geiten liet zien dat het van invloed is op de productie van groeihormoon en dat zorgde voor een hogere melkafscheiding in de geiten. (Alamer & al, 2005)

Waarschijnlijk zijn de stoffen in het zaad die deze effecten veroorzaken, de steroidale saponinen, vooral diosgenine.

Er is ook klinisch onderzoek uitgevoerd op het effect van Fenegriek op de melkvloed. Niet al deze onderzoeken zijn even goed van kwaliteit.

Een niet geblindeerd klinisch onderzoek op 1200 vrouwen die borstvoeding gaven, zag dat bijna alle vrouwen die het kruid gebruikten, binnen 24 tot 72 uur na het begin van de inname, een toename zagen van de melkproductie, samen met het gebruiken van een electrische melkpomp. Dit onderzoek was niet officieel en wordt vermeld in een andere research paper die ik tegenkwam. (Reeder & al, 2011)

Een klinisch dubbelblind placebo-gecontroleerd onderzoek op 26 moeders van premature kinderen, dat keek naar het toenemen van het volume van de moedermelk en de prolactinewaarden in deze vrouwen na het driemaal daags gebruik van capsules (575 mg) met Fenegriekzaadpoeder (of een placebo), zag geen statistisch verschil tussen de groep die het middel ontving en de placebogroep. (Reeder & al, 2011)

Het ging hier echter om een kleine testgroep, in een specifieke omstandigheid (premature baby’s).

Een gerandomiseerd dubbelblind klinisch onderzoek met placebo – en controlegroep, uitgevoerd op 66 moeders en pasgeboren baby’s zag dat de groep die een kruideninfuus met daarin Fenegriekzaad ontving, een significante toename van het gewicht liet zien, na de gebruikelijke afname van het gewicht vlak na de geboorte. Ook het volume van de moedermelk was aanmerkelijk hoger. (Turkyılmaz & al, 2011)

Een Iraans klinisch onderzoek uit 2015, met controlegroep, waarbij 78 baby’s en hun moeder waren betrokken. Een groep moeders kreeg 3 x daags een infuus met 7,5 gr poeder van Fenegriekzaad, samen met 3 gr Zwarte Thee en de controlegroep kreeg enkel Zwarte Thee. Het onderzoek duurde 4 weken. Gekeken werd naar de groeiparameters van de baby’s, het aantal natte luiers op een dag, de ontlastingfrequentie en hoe vaak de kinderen wilde drinken. Na vier weken, bleek dat de groep baby’s van de moeders die Fenegriekzaad gebruikte, minder vaak wilde drinken, een grotere toename van het gewicht liet zien, net als een toename van de omtrek van het hoofdje en het aantal natte luiers, dit in tegenstelling tot de controlegroep. (Ghasemi & al, 2015)

Hoe kun je Fenegriekzaad het beste gebruiken?

Het blijkt uit ervaringen dat doseringen onder 3500 mg per dag geen effect hebben bij de meeste vrouwen. Een manier om te weten of je voldoende inneemt is de geur van je urine en je zweet, deze moeten gaan geuren naar Esdoornsiroop, een bijwerking van het gebruik van Fenegriek (hierover later meer).

Toepassingen en doseringen

- Capsules (500 mg): 8 tot 12 capsules per dag
- Fenegriekzaadpoeder opgelost in een thee of appelsap in doseringen hoger dan 3500 mg per dag (hou er rekening mee dat de smaak nogal vies is, en dat bijvoorbeeld het oplossen van het poeder in sinaasappelsap, een smerig brouwsel oplevert, appelsap camoufleert de smaak beter.
- Tinctuur: 3 tot 4 ml 3 x daags

Zelf vind ik capsules de beste toedieningsvorm, je proeft het kruid niet en de dosering is preciezer. Je kunt capsules met het poeder heel makkelijk zelf bereiden.

Gebruik niet meer dan 8 gr per dag van het kruid, anders kunnen er misselijkheid en maag – en darmklachten ontstaan.
De meeste vrouwen merken binnen 24 tot 72 uur na het starten van het gebruik van Fenegriekzaad een toename van de melkproductie. Hou er rekening mee, dat het kruid niet bij iedereen werkt of even goed werkt.
Veel moeders merken dat op het moment dat de melkproductie eenmaal goed loopt, je kunt stoppen met het gebruik van het kruid. (Huggins)
Het is onduidelijk of inhoudsstoffen van het kruid in de melk belanden, maar bijwerkingen zijn zeldzaam. Zelf vermoed ik dat de in vet oplosbare bestanddelen van het kruid, zoals onderdelen van de etherische olie wel in de melk belanden.

Eventuele bijwerkingen van Fenegriekzaad-gebruik

- Zweet, urine en moedermelk kunnen gaan ruiken naar Esdoornsiroop, dit geldt ook voor de baby, dit komt door de stof sotolon in de etherische olie van het zaad. Hierdoor kan er verwarring ontstaan, er is namelijk een aandoening die dit effect ook heeft, Maple syrup urine disease (MSUD), een zeer zeldzame erfelijke stofwisselingsziekte. (Korman & al, 2001)
- Soms ontstaat diarree, dit komt door de vezels en slijmstoffen in het kruid.
- Soms ontstaat verstopping, als er niet voldoende gedronken wordt.

Wanneer kun je Fenegriekzaad beter niet gebruiken?

- Als er sprake is van een allergie voor pinda’s en andere peulvruchten. Fenegriek behoort tot dezelfde familie. Er zijn 2 gevallen bekend van Fenegriekallergie. (Ohnuma & al, 1998), (Patil & al, 1997)
- Als je lijdt aan diabetes of hypoglykemie zul je er rekening mee moeten houden dat Fenegriek een verlagend effect heeft op de bloedglucose-waarden. (Heller) Als je insuline gebruikt dan zul je je dosering van dit middel mogelijk moeten aanpassen. Hou de bloedglucose-waarden goed in de gaten.
- Als je lijdt aan astma, kan het inademen van het zaadpoeder de aandoening verergeren. Een aantal vrouwen hebben hier melding van gemaakt. (Dugue & al, 1993), (Lawrence & al, 1999)
- Als je lijdt aan bloedstollingsaandoeningen, Fenegriek heeft een anticoagulant/antistollingseffect.
- Stop week voor een chirurgische ingreep met het gebruik van het kruid, om de kans op bloedingen te verkleinen.

Interacties van Fenegriekzaad met reguliere geneesmiddelen

- Door de aanwezigheid van slijmstoffen in Fenegriek, is er een kans dat inname van het kruid de opname van reguliere medicijnen kan vertragen. Neem de Fenegriek twee uur in na inname van de reguliere middelen.
- Reguliere diabetesmedicatie zoals metformine, omdat Fenegriek ook de bloedglucosewaarden verlaagd, kan er een versterking van de effecten van deze medicijnen ontstaan. Dit geldt ook voor insuline.
- Antistollingsmiddelen/Anticoagulanten, in de volksmond bloedverdunners genoemd, ook Fenegriek heeft een antistollingseffect, dankzij de aanwezigheid van cumarinen, als deze middelen samen worden gebruikt met Fenegriek is er een kans op een stapelend effect, waardoor de kans op in – en uitwendige bloedingen toeneemt.
- Monoamino-oxidaseremmers (MAO-remmers), deze antidepressiva kunnen een interactie hebben met deze medicijnen omdat Fenegriek amine bevat, dat de effecten van deze middelen kan versterken.

Voordelen Fenegriekzaad

- Makkelijk te verkrijgen
- Goedkoop
- Relatief veel onderzoek dat het lactogene effect onderschrijft.
- Voedzaam, geeft extra energie

Nadelen Fenegriekzaad

- Enige contra-indicaties
- Enige interacties
- Bijwerkingen waar je rekening mee moet houden
- Bittere smaak

Framboosblad (Rubus idaeus)

Familie: Rosaceae

Medicinaal worden de bladeren gebruikt.

De bladeren bevatten:

- Polyfenole tanninen: ellagitanninen 2,6 tot 6,9 %, sanguiine H-6 (dimeer), lambertianine D (trimeer), lambertianine C (trimeer), 1.2.6 trigalloylglucose, pentagallolyl-D-glucose, methyl gallaat;
- Flavonoiden: kaempferole glycosides zoals kaempferol-3-Oβ-D galactopyranoside, kaempferol-3-O-β-L arabinopyranoside, kaempferol-3-O-β-D glucoside; quercetine-glycosiden zoals quercetine 3-O-β-D glucopyranoside, quercetine 3-O-β-D galactopyranoside, quercetine 3-rutinoside (rutine), quercetine; hyperoside
- Fenole zuren: caffeinezuur, chlorogeenzuur, p- cumarinezuur, ferulazuur, protocatechuinezuur, gentisinezuur, p–hydroxybenzoinezuur, vanillinezuur
- Mineralen: Magnesium, zink
- Vitaminen: C, E (δ,tocoferol, α-tocoferol, γ-tocoferol)
- Alcoholen: octanol, n-Butanol, 3- Hexen
- Aldehyden: benzaldehyde, fenylacetaldehyde, decanal, hexanal, 2 –hexenal, tetradecanal
- Terpenoiden: terpinoleen, nerol, pulegon, α-terpineol, citral
- Sesquiterpenoiden: 3-oxo-α-ionol, 4- oxo-β-ionol, 4-hydroxy-β-ionon
- Triterpenen: α-amyrine, β-amyrine, squaleen, cycloartenol

(Gudej, 2003), (Gudej & al, 2004), (Durgo & al, 2012), (Patel & al, 2003), (Gudej, 2003), (Bradley, 2006)

Framboosblad is een typisch kruid, dat traditioneel rondom de bevalling wordt gebruikt, meestal om de geboorte makkelijker te laten verlopen en om de baarmoeder weer in conditie te krijgen na de bevalling, het wordt echter ook ingezet om de melkproductie te bevorderen.

Er is echter nauwelijks onderzoek verricht naar dit veronderstelde effect van het kruid, slechts een aantal persoonlijke verhalen van vrouwen die zeggen dat het goed werkt. (Westfall, 2003)

Wel bevat Framboosblad belangrijke antioxidante stoffen die moedermelk kunnen verrijken.

Aan de andere kant bevat het taninnen die de melkklieren kunnen doen samentrekken.

Hoe kun je Framboosblad het beste gebruiken?

Framboosblad kun je inzetten als tinctuur, infuus en in de vorm van capsules met droog verpoederd blad.

Toepassingen en doseringen

- Thee: 1 tot 2 gr gedroogd blad op 150 ml gekookt water, 3 x daags
- Capsules (500 mg): 3 tot 6 capsules per dag
- Tinctuur: 3 tot 5 ml 3 x daags

Eventuele bijwerkingen van Framboosblad-gebruik

Als je grote hoeveelheden Framboosblad gebruikt kan er constipatie optreden door het hoge gehalte aan taninnen in het kruid.

Wanneer kun je Framboosblad beter niet gebruiken?

- Tijdens de eerste drie maanden van de zwangerschap, in sommige literatuur wordt Framboosblad aanbevolen om miskramen te voorkomen, er zijn weinig aanwijzingen dat dit werkelijk het geval is, omdat er dan verwezen wordt naar de inhoudsstof fragarine, die alleen eenmalig in oud onderzoek is aangetroffen, daarna niet meer.

Interacties van Framboosblad met reguliere geneesmiddelen

Er zijn geen interacties van Framboosblad met reguliere medicijnen bekend.

Voordelen Framboosblad

- Makkelijk te verkrijgen
- Relatief smakelijk als thee
- Helpt de baarmoeder weer in conditie te krijgen na de bevalling

Nadelen Framboosblad

- Weinig tot geen onderzoek dat de lactogene effecten onderschrijft
- Mogelijk een samentrekkend effect op de melkklieren
- Enige bijwerkingen
- Enige contra-indicaties

Galega (Galega officinalis)

Familie: Fabaceae

Medicinaal worden de bovengrondse bloeiende delen gebruikt.

De bovengrondse bloeiende delen bevatten:

- Guanidine derivaten: galegine (isoamylene-guanidine) en hydroxygalegine.
- Flavonole triglycosiden: kaempferol, quercetine
- Norterpenoide en sesquiterpenoide glycosiden: dearabinosyl pneumonanthoside.
- Quinazoline alkaloiden: vasicine
- Peganine
- Saponinen
- Tanninen

(Bisset & al, 1994), (Chevallier, 1996), (Reuter & al, 1967), (Schafer & al, 1967), (Barthel & al, 1968), (Desvages & al, 1969), (Reuter & al, 1969), (Leonard & al, 1972), (Rosca & al, 1988), (Champavier & al, 2000), (Champavier & al, 1999), (Laakso & al, 1990), (Shevchuk, 1967), (Funkunaga & al, 1987)

Galega is ook een lid van de Bonenfamilie, net als Fenegriek en wordt net als dit kruid al eeuwenlang gebruikt om de melkproductie van vee en moeders te vergroten. Er is echter weinig onderzoek gedaan naar dit effect van het kruid, waarschijnlijk omdat het zwaartepunt van de wetenschappelijke belangstelling voor het kruid gericht is op de antidiabetische eigenschappen die het ook heeft (net als Fenegriek). Analogen van guanidine en galegine, vormen de basis van metformine, een veel gebruikt regulier antidiabeticum. Het lijkt aannemelijk dat ook Galega fyto-oestrogene eigenschappen bezit, die van invloed zijn op de melkproductie.

Het onderzoek naar de lactogene eigenschappen van het kruid is praktisch alleen uitgevoerd op melkproducerende dieren zoals koeien en schapen. Het toevoegen van Galega aan het voer, zorgde in de meeste research voor een hogere melkproductie van deze dieren. (Kudrna & al, 1992), (Sharifyanov & al, 1996), (Bikbulatov & al, 1997), (Gonzalez-Andres & al, 2004), (Champavier & al, 2000)

Een Italiaans onderzoek naar effecten van een complexmiddel met silymarine (afkomstig uit Mariadistel (Silybum marianum) en Galega op een groep moeders van voortijdig geboren baby’s, in vergelijking met een groep moeders die een voldragen baby hadden gekregen, zag dat het middel, de verschillen in melkproductie tussen deze twee groepen significant verkorte. (Castoldi & al, 2014)

Een middel dat was samengesteld uit silymarin-fosfatidylserine en Galega, bedoeld om de melkvloed te versterken, werd getest op 100 jonge moeders in een dubbelblind, gerandomiseerd onderzoek. De vrouwen waren in de eerste maand na de bevalling en waren niet uitgeteld op het moment van bevalling. De melkproductie was significant verhoogd in de groep die het middel ontving, vergeleken bij de placebogroep en de controlegroep, vanaf de 7de dag na de bevalling en op de 30ste dag na bevalling. Er werden geen negatieve bijwerkingen gezien. Onduidelijk in dit onderzoek is of de lactogene effecten werden veroorzaakt door Galega of door silymarine uit Mariadistel, en of de stoffen een synergetisch effect op elkaar hadden. (Zecca & al, 2016)

Hoe kun je Galega het beste gebruiken?

Gedroogde Galega is vaak wat lastig te vinden, omdat het kruid minder bekend is dan bijvoorbeeld Fenegriek, maar als je aan het kruid kunt komen dan moet je altijd het gedroogde kruid inzetten, omdat het verse kruid wat toxische eigenschappen heeft, ook de tinctuur moet gemaakt worden van het gedroogde kruid. Het is een vies smakend kruid, dus de thee zou ik vermijden.

Toepassingen en doseringen

- Capsules (500 mg): 3 tot 6 capsules per dag
- Tinctuur: 1 tot 3 ml 3 x daags

Eventuele bijwerkingen van Galega-gebruik

- Galega heeft naast de stimulerende invloed op de melkproductie, nog andere sterke medicinale eigenschappen, deze kunnen zorgen voor de nodige bijwerkingen.
- Galega heeft net als Fenegriek een anticoagulant of antistollingseffect (bloedverdunnend), dit zorgt voor de nodige interacties en contra-indicaties.
- Galega heeft net als Fenegriek een bloedglucose-verlagend effect, dit zorgt voor de nodige interacties en contra-indicaties.

Wanneer kun je Galega beter niet gebruiken?

- Als je lijdt aan diabetes of hypoglykemie zul je er rekening mee moeten houden dat Galega een verlagend effect heeft op de bloedglucose-waarden. Als je insuline gebruikt dan zul je je dosering van dit middel mogelijk moeten aanpassen. Hou de bloedglucose-waarden goed in de gaten.
- Als je lijdt aan bloedstollingsaandoeningen, Galega heeft een anticoagulant/antistollingseffect. Stop week voor een chirurgische ingreep met het gebruik van het kruid, om de kans op bloedingen te verkleinen.
- Wanneer je zwanger bent.

Interacties van Galega met reguliere geneesmiddelen

- Reguliere diabetesmedicatie zoals metformine, omdat Galega ook de bloedglucosewaarden verlaagd, kan er een versterking van de effecten van deze medicijnen ontstaan. Dit geldt ook voor insuline.
- Antistollingsmiddelen/Anticoagulanten, in de volksmond bloedverdunners genoemd, ook Galega heeft een antistollingseffect, als deze middelen samen worden gebruikt met Galega is er een kans op een stapelend effect, waardoor de kans op in – en uitwendige bloedingen toeneemt.

Voordelen Galega

- Enig dieronderzoek onderschrijft een lactogeen effect

Nadelen Galega

- Wat moeilijker te verkrijgen
- Vieze smaak
- Enige bijwerkingen
- Enige contra-indicaties
- Enige interacties

Mariadistel (Silybum marianum)

Familie: Asteraceae

Medicinaal worden de zaden gebruikt.

De zaden bevatten:

- Flavonoide complexen: belangrijkste stof is silymarine (80%), deze bestaat op zijn beurt uit een groot aantal flavolignanen waaronder 2.33% silybine A en B (of silybinine), isosilybine, silybonol, 2.19% taxifoline, silydianine en silychristine. De isolatie van de flavolignan isosilybine is ook gemeldt. Zowel silybine en isosilybine zijn mengsels van diastereoisomeren.
- Flavonoiden: apigenine 7-O-β-(2″-O-α-rhamnosyl), galacturonide, kaempferol 3-O-α-rhamnoside-7-O-β- galacturonide, apigenine 7-O-β-glucuronide, apigenine 7-O-β-glucoside, apigenine-7-O-β-galactoside, kaempferol-3-O-α-rhamnoside en kaempferol
- Enkelvoudig – en meervoudig onverzadigde vetzuren: 25,2 en 61,1 g/100 gr zaadolie

(Kren & al, 2005), (Kokate & al, 2008), (Ahmed & al, 1989), (Barreto & al, 2003), (Bilia & al, 2001), (Parry & al, 2006), (Wallace & al, 2003)

Mariadistel heeft een reputatie als kruid dat de melkproductie kan stimuleren. In het Engels heet de plant dan ook Milk Thistle, maar dit verwijst ook naar de vlekken op de bladeren, die volgens de overlevering veroorzaakt zouden zijn door de moedermelk van de Heilige Maagd.

Onderzoek naar deze werking is schaars, het meeste onderzoek naar Mariadistel richt zich op de leverbeschermende werking van silymarine, de belangrijkste inhoudsstof van het kruid. Toch zijn er enkele onderzoeken bekend.

Het toedienen van gemicroniseerde (verpulverde) silymarine in een dosering van 420 mg/dag, aan vrouwen die borstvoeding gaven (ongeveer 700 mL melk/dag) zorgde voor significant meer melkproductie op de 30ste dag van de behandeling, dan voor de moeders die het middel niet toegediend kregen (64,43% toename vanaf het starten van het toedienen, versus een toename van 22,51%, respectievelijk). Op de 63e dag van de behandeling, was er een toename van 85,95% versus een toename van 32,09% respectievelijk. (Di Pierro & al, 2008)

Een Italiaans onderzoek naar effecten van een complexmiddel met silymarine (afkomstig uit Mariadistel (Silybum marianum) en Galega op een groep moeders van voortijdig geboren baby’s, in vergelijking met een groep moeders die een voldragen baby hadden gekregen, zag dat het middel, de verschillen in melkproductie tussen deze twee groepen significant verkorte. (Castoldi & al, 2014)

Een onderzoek op 50 moeders die te vroeg waren bevallen en die daardoor te weinig melkproductie hadden, naar de effecten van silymarine (droog extract 420 mg, met 252 mg silymarine),op de melkproductie zag positieve effecten. De vrouwen kregen of silymarine of een placebo. De hoeveelheid melk werd gemeten door het gebruik van een pomp of door het wegen van de baby, voor en na het voeden. Silymarine was niet terug te vinden in de moedermelk. (Peila & al, 2015)

Silitidil®, een fytosoom (een complex van natuurlijk actieve ingredienten en een fosfolipide, meestal lecithine), samengesteld uit silymarin en fosfolipiden, dat in staat is de biobeschikbaarheid van silymarine te verbeteren, presteerde beter dan silymarine en gemicroniseerde silymarine in een onderzoek dat keek naar de prolactine-waarden in vrouwelijke ratten. (Liu & al, 2015)

Een middel dat was samengesteld uit silymarin-fosfatidylserine en galega, bedoeld om de melkvloed te versterken, werd getest op 100 jonge moeders in een dubbelblind, gerandomiseerd onderzoek. De vrouwen waren in de eerste maand na de bevalling en waren niet uitgeteld op het moment van bevalling. De melkproductie was significant verhoogd in de groep die het middel ontving, vergeleken bij de placebogroep en de controlegroep, vanaf de 7de dag na de bevalling en op de 30ste dag na bevalling. Er werden geen negatieve bijwerkingen gezien. Onduidelijk in dit onderzoek is of de lactogene effecten werden veroorzaakt door Galega of door silymarine uit Mariadistel, en of de stoffen een synergetisch effect op elkaar hadden. (Zecca & al, 2016)

Hoe kun je Mariadistelzaad het beste gebruiken?

Het meest lactogene bestanddeel van Mariadistel, silymarine, is slecht oplosbaar in standaard extractiemiddelen, als water en ethanol, de biobeschikbaarheid van silymarine is in dergelijke extracten dan ook niet optimaal. Maak dus geen thee of tinctuur van dit kruid, maar ga op zoek naar gemicroniseerde extracten van het kruid, de ingredienten in deze vorm zijn zeer fijn verpulverd, waardoor de opname sterk verbeterd is. Ook een fytosoom van Mariadistel lijkt een grotere biobeschikbaarheid te bezitten.

Toepassingen en doseringen

- Gemicroniseerde extracten: 200 mg 3 x daags. (volg verder de aanwijzingen op de verpakking)
- Fytosoom: 180 mg, 3 x daags (volg verder de aanwijzingen op de verpakking)

Eventuele bijwerkingen van Mariadistelzaad-gebruik

Sommige mensen zijn allergisch voor extracten van Mariadistel, meestal zijn deze mensen ook allergisch voor andere leden van de Composietenfamilie.

Mariadistel kan de bloedglucose-waarden verlagen in mensen met diabetes, mensen die hieraan lijden en het kruid gebruiken moeten hun bloedglucose-waarden monitoren.

Soms ontstaan er maag – en darmklachten bij gebruik van Mariadistelextracten.

Wanneer kun je Mariadistelzaad beter niet gebruiken?

- Er is weinig bekend over de effecten van Mariadistel tijdens de zwangerschap. Daarom wordt geadviseerd om het kruid te vermijden.
- Als je allergisch bent voor andere leden van de composietenfamilie.
- Als je lijdt aan diabetes, zul je de bloedglucose-waarden in de gaten moeten houden.

Interacties van Mariadistelzaad met reguliere geneesmiddelen

- Reguliere medicijnen die in de lever worden omgezet via cytochroom P450 3A4 (CYP3A4), 2C9 (CYP2C9), 2D6 (CYP2D6) substraten. Mariadistel kan van invloed zijn op leverfunctie, het heeft leverbeschermende eigenschappen, hierdoor kunnen deze medicijnen sneller worden omgezet in de lever, waardoor de effectiviteit van deze middelen wordt beinvloedt. Er zijn vele reguliere medicijnen die in de lever worden omgezet, vraag dit na bij je apotheker.
- Reguliere diabetesmedicatie zoals metformine, omdat Mariadistel ook de bloedglucosewaarden verlaagd, kan er een versterking van de effecten van deze medicijnen ontstaan. Dit geldt ook voor insuline.

Voordelen Mariadistelzaad

- Fytosomen en gemicroniseerde extracten zijn in Nederland verkrijgbaar en makkelijk in te nemen
- Enig onderzoek wijst op een positief effect op de melkproductie van fytosome en gemicroniseerde extracten van het kruid.

Nadelen Mariadistelzaad

- Alleen echt effectief in de genoemde extracten
- Relatief veel interacties
- Enige bijwerkingen
- Enige contra-indicaties

Monnikspeper (Vitex agnus-castus)

Familie: Verbenaceae

Medicinaal worden de gedroogde vruchtjes gebruikt.

De gedroogde vruchten bevatten:

- Iridoide glycosiden:agnuside, aucubine
- Flavonoiden: vitexine, kaempferol,casticine, quercetagetine, apigenine, castican, orientine, isovitexine
- Diterpenen: vitexilacton, rotundifuran
- Progestinen: progesteron, hydroxyl progesteron, androstenedion
- Alkaloiden: viticine
- Etherische olie (0,8 tot 1,8%): 1,8-cineol[eucalyptol], limoneen, α-pinenen, β-pinenen, sabineen, α-terpinol, β-caryofylleen, β-selineen en cis-β-farneseen. (Ambrosini & al, 2013)
- Essentiele vetzuren: palmitinezuur, oliezuur, stearinezuur

Monnikspeper lijkt te werken op de hypothalamus en de hypofyse en is daarmee indirect van invloed op de homeostase van de geslachtshormonen. De manier waarop Monnikspeper effect heeft is nog niet geheel duidelijk en meerdere mogelijkheden zijn voorgesteld. Waarschijnlijk heeft het kruid het vermogen om een interactie aan te gaan met dopaminerge receptoren in de voorkwab van de hypofyse, wat leidt tot een daling van de hoeveelheid prolactine die vrijkomt, dit is waargenomen in in in vitro – en in vivo onderzoek. (Sliutz & al, 1993), (Jarry & al, 1994)

Dit lijkt een contradictie, minder circulerende prolactine, zou betekenen dat er minder melkproductie is, het lijkt er echter op dat een kleine dosering van een Monnikspeperextract de melkproductie stimuleert en een hoge dosering verminderd deze. (Eglash, 2014), (Jackson, 2010)

Dit gegeven kwam aan het licht bij diverse onderzoeken naar de effecten van Monnikspeper op hyperprolactinemia (de aanwezigheid van abnormaal hoge waarden van prolactine in het bloed). Hyperprolactinaemia kan galactorroe (melkvloed bij mensen die niet zwanger zijn of bevallen, kan ook bij mannen voorkomen) en verstoringen in de menstruatiecyclus, hypogonadisme (een te lage hoeveelheid geslachtshormonen). Alleen zijn de onderzoeken niet duidelijk over de dosering die de productie van prolactine stimuleert. Zo zorgde de inname van 20mg Monnikspeperextract er voor dat bij vrouwen met hyperprolactinemia dat de klachten die gepaard gaan met deze aandoening significant verminderden. (Milewicz & al, 1993)

In een ander klinisch onderzoek met vrouwen die leden aan milde hyperprolactinemia en cyclische borstgevoeligheid (ook veroorzaakt door een te hoge prolactinewaarde van het bloed) was de dosering die de waarden omlaag bracht 40 mg Monnikspeper per dag. (Kilicdag & al, 2004)

Dan is er een onderzoek op 20 gezonde mannen, die 14 dagen een Monnikspeperextract (of placebo) kregen in doseringen van 120 mg, 240 mg en 480 mg 3 x daags. In dit onderzoek zorgde een dosering van 120 mg voor een verhoging van het gehalte aan prolactine met een toename van 16% en dat de 480 mg dosis het gehalte aan prolactine verlaagde met ongeveer 10%. De 240 mg dosering was neutraal in vergelijking met de placebo. (Merz & al, 1996)

Deze gegevens geven geen duidelijke dosering voor het gebruik van Monnikspeper om de prolactinewaarden te verhogen, bij de onderzoeken op vrouwen zorgen relatief lage doseringen al voor een verlaging van de prolactinewaarden, bovendien waren die vrouwen die leden aan hyperprolactinemia, wat niet representatief is voor vrouwen zonder deze aandoening. Bij het onderzoek op mannen zorgde een dosering van 120 mg voor een verhoging van de prolactinewaarden. Maar ook dit is geen dosering die te vertrouwen is, als je hem zou toepassen op vrouwen die zogen.

Er is wel wat onderzoek verricht naar de effecten van Monnikspeper op de melkvloed, maar dit is niet van goede kwaliteit of voldoet niet meer aan de huidige regels voor wetenschappelijk onderzoek.

Een oud Duits ongecontroleerd en ongeblindeerd onderzoek uit 1943 testte een Monnikspeper oligoplex op het vermogen om de melkproductie te laten toenemen. Bij dit onderzoek waren 125 pas bevallen moeders betrokken, die 1,5 ml, 3 x daags kregen toegediend, als het middel niet goed genoeg werkte, werd de dosering verhoogd naar 2,5 ml 3 x daags. 100 vrouwen vertoonden een toename van de borstvoeding. Na verloop van tijd verloor het middel aan effectiviteit. (Noack, 1943)

Een ongerandomiseerd, gecontroleerd, gedeeltelijk blind onderzoek vergeleek een Monnikspeperbereiding gegeven in een dosering van 0,75 ml 3 x daags met de werking van 3 x daags een thiaminetablet in post-partummoeders. De eerste 14 dagen was er geen verschil te zien, maar daarna, hadden de moeders die Monnikspeper ontvingen een grotere melkproductie, dan de thiamine – en de controlegroep. Het effect leek groter in vrouwen die een keizersnede hadden ondergaan en zij die koorts hadden gekregen. (Mohr, 1954)

Hoe kun je Monnikspeper het beste gebruiken?

Je kunt Monnikspeper het beste toepassen in de vorm van de tinctuur als je de borstvoeding wilt stimuleren met dit middel, de reden is dat je de dosering dan het makkelijkst kunt aanpassen, door gewoon wat lager te doseren. Het lijkt echter een middel met veel haken en ogen voor zogende moeders.

Toepassingen en doseringen

- Tinctuur: 0,75 ml 3 x daags lijkt in een onderzoek effect te sorteren.

Eventuele bijwerkingen van Monnikspepergebruik

1,8-cineol[eucalyptol], het belangrijkste bestanddeel van Monnikspeper is terug te vinden in moedermelk, dit wordt bevestigd door klinisch onderzoek. Melk gaat ook naar Eucalyptus geuren door inname van 1,8-cineol. Hoeveelheden van IJU100 tot 500 mcg/kg melk werden gezien, de concentraties zijn het hoogst 1,5 uur na inname. Het is onduidelijk of dit van invloed is op de melkinname. In Monnikspeper zit minder 1,8-cineol, dan in dit onderzoek werd gebruikt in een enkele dosering. (Kirsch & al, 2012), (Kirsch & al, 2013), (Kirsch & al, 2013a)

Monnikspeper mag niet gebruikt worden tijdens de zwangerschap, omdat het een abortifaciente werking heeft. Als je bezig bent om zwanger te worden mag je het ook niet gebruiken omdat het innesteling van een bevrucht eitje kan voorkomen. (Dugoua & al, 2008)

Wanneer kun je Monnikspeper beter niet gebruiken?

- Monnikspeper mag niet gebruikt worden tijdens de zwangerschap, zeker niet in het eerste trimester. De berichten over veiligheid tijdens de borstvoeding spreken elkaar tegen.
- Gebruik het kruid ook niet als je aan hormoongevoelige aandoeningen zoals endometriose, myomen in de baarmoeder, sommige vormen van borstkanker, baarmoederkanker en eierstokkanker lijdt. Monnikspeper heeft een duidelijk indirect hormonaal effect.
- Als je bezig bent met een IVF behandeling kan de inname van Monnikspeper de behandeling minder effectief maken.

Interacties van Monnikspeper met reguliere geneesmiddelen

- Anti-conceptiepil, door de indirecte hormonale effecten van Monnikspeper is er mogelijk dat er interacties optreden tussen Monnikspeper en de anti-conceptiepil, waardoor deze laatste minder effectief kan worden. Gebruik een condoom als je Monnikspeper, samen met de anti-conceptiepil gebruikt en je wilt zoveel mogelijk zekerheid.
- Oestrogene reguliere medicijnen, naast de anti-conceptiepil heeft Monnikspeper mogelijk ook een interactie met andere reguliere oestrogene medicijnen, die daardoor aan effectiviteit kunnen inboeten.
- Antipsychotica, deze middelen worden gebruikt door mensen die aan psychoses/schizofrenie lijden. Monnikspeper is van invloed op de dopamineregulatie. Sommige antipsychotica helpen de hoeveelheid circulerende dopamine te verlagen, Monnikspeper kan dit effect verminderen, waardoor er een grotere kans ontstaat voor psychoses en verdere ontregeling.
- Antiparkinsonmedicatie (dopamine-agonisten), door invloed van Monnikspeper op de dopamine-regulering, die gelijk is aan veel medicijnen die gebruikt worden om symptomen van de ziekte van Parkinson te bestrijden, kunnen er als deze twee middelen samen worden gebruikt interacties ontstaan.

Voordelen Monnikspeper

- Makkelijk verkrijgbaar

Nadelen Monnikspeper

- Lastig te doseren
- Relatief veel interacties
- Enige contra-indicaties
- Elkaar tegensprekende onderzoeksresultaten
- Geeft een smaak af aan de moedermelk

Moringa (Moringa oleifera)

Familie: Moringaceae

Medicinaal en culinair worden meerdere delen van de plant gebruik, voor het stimuleren van de borstvoeding worden de bladeren gebruikt.

De bladeren bevatten:

- Koolhydraten: polysaccharide slijmstoffen
- Vezels
- Flavonoiden: quercetine en kaempferol
- Carotenoiden: β-caroteen, xanthinen zoals neoxanthine, violaxanthine, zeaxanthinen
- Vetzuren: γ-tocopherol, α-tocopherol
- Sterolen
- Etherische olien: hexacosaan (13.9%), pentacosaan (13.3%) en heptacosaan (11.4%) zijn de belangrijkste bestanddelen van de etherische olie.
- Proteinen: een zeer hoog gehalte aan deze stoffen, in vergelijking met andere groenten, per 100 gr 9.40 gr proteinen.
- Vitaminen: A, B1, B2, B3, B5, B6, B9, C
- Mineralen: zeer rijk aan calcium en ijzer, verder magnesium, mangaan, fosfor, kalium, natrium, zink

(Siddhuraju & al, 2003), (Chuang & al, 2007), (Marrufo & al, 2013), (Foidl & al, 2001), (Machado & al, 2005)

Moringa is een kleine boom, die inheems is in de Himalaya, en groeit in landen als India, Nepal, Pakistan en Afghanistan. Door het grote nut van de boom is zij ook aangeplant in Afrikaanse landen en in Zuid-Amerika. Alle delen van de boom worden medicinaal en/of culinair gebruikt. Belangrijk is de zaadolie (de Olie van Ben uit de Bijbel) en de bladeren, die gezien worden als een ‘super food’. Ze zijn dan ook zeer rijk aan mineralen zoals calcium en ijzer, en bevatten uitzonderlijk veel proteinen voor een groente.

De bladeren hebben tal van medicinale eigenschappen en worden traditioneel ook gebruikt om de borstvoeding te bevorderen, daarnaast worden ze vaak ingezet in gevallen van dreigende of daadwerkelijke ondervoeding van kinderen en vrouwen in ontwikkelingslanden.

Er is echter weinig onderzoek verricht naar het lactogene effect van Moringablad.

Een aantal onderzoeken naar de melkproductie-stimulerende effecten van Moringablad op melkkoeien, die het als krachtvoer kregen toegediend, zagen positieve resultaten op de hoeveelheid melk, het blad was niet van invloed op de samenstelling van de melk. (Sánchez & al, 2006), (Mendieta-Araica & al, 2011)

Een klinisch onderzoek naar de effecten van Moringablad, op 68 post-partum moeders en hun baby’s, die allemaal onder de 37 weken waren zag een trend naar meer melkproductie in vergelijking met de placebogroep. De vrouwen kregen drie maal daags 250 mg bladpoeder in een capsule. (Estrella & al, 2000)

Hoe kun je Moringablad het beste gebruiken?

Maal zelf blad en capsuleer dat, het blad en het bladpoeder zijn in Nederland te koop, maar vermijdt het poeder, omdat dit voorgemalen bladpoeder minder krachtig is).

Toepassingen en doseringen

- Capsules met bladpoeder (250 mg): 3 capsules per dag

Eventuele bijwerkingen van Moringablad-gebruik

Moringablad verlaagd de bloedglucose-waarden, hou hier rekening mee.

Moringablad kan de bloeddruk verlagen bij mensen met hypertensie.

Wanneer kun je Moringablad beter niet gebruiken?

Er zijn geen duidelijke contra-indicaties bekend van Moringablad, allergische reacties zijn zeer zeldzaam, de plant wordt al eeuwenlang als voedingsmiddel gebruikt zonder problemen.
Hou wel de bloedglucose-waarden in de gaten als je diabetespatient bent en pas je medicijnen eventuaal aan.

Interacties van Moringablad met reguliere geneesmiddelen

- Levothyroxine: Levothyroxine is een schildklierhormoon, dat gebruikt wordt door mensen die lijden aan een te traag werkende schildklier. Moringa kan van invloed zijn op de hoeveelheid levothyroxine die het lichaam opneemt, hierdoor kan het effect van levothyroxine verminderen.
- Reguliere medicijnen die in de lever worden omgezet via cytochroom P450 3A4 (CYP3A4) substraten. Moringablad kan van invloed zijn op leverfunctie, het heeft leverbeschermende eigenschappen, hierdoor kunnen deze medicijnen sneller worden omgezet in de lever, waardoor de effectiviteit van deze middelen wordt beinvloedt. Er zijn vele reguliere medicijnen die in de lever worden omgezet, vraag dit na bij je apotheker.
- Reguliere diabetesmedicatie zoals metformine, omdat Moringablad ook de bloedglucosewaarden verlaagd, kan er een versterking van de effecten van deze medicijnen ontstaan. Dit geldt ook voor insuline.
- Reguliere hypertensiemedicatie: Moringa kan net als deze medicijnen de bloeddruk verlagen, als je ze samen gebruikt kan de bloeddruk te laag worden.

Voordelen Moringablad

- Weinig bijwerkingen en contra-indicaties
- Bevat veel extra vitaminen, mineralen en proteinen
- Kan aan de voeding worden toegevoegd

Nadelen Moringablad

- Weinig onderzoek verricht naar de lactogene effecten.

Shatavari (Asparagus racemosus)

Familie: Asparagaceae

Medicinaal worden de wortels gebruikt.

De wortels bevatten

- Steroidale saponinen: shatavarinen de glycosiden van sarsasapogenine. Shatavarinen I tot VI zijn bekend, dit zijn de belangrijkste werkzame stoffen in dit kruid.
- Oligospirostanosiden: immunoside
- Polycyclische alkaloiden: Aspargamine A
- Isoflavonen: 8-methoxy-5, 6, 4-trihydroxy isoflavon-7-0-beta-D-glucopyranoside
- Flavonoiden: glycosiden van quercitine, rutine, kaempferol en hyperoside
- Sterolen: sitosterol, 4, 6-dihydryxy-2-O (-2-hydroxy isobutyl) benzaldehyde en undecanyl cetanoaat, diosgenine
- Cyclische hydrocarbonen: racemosol, dihydrophenanthereen
- Furane stoffen: racemofuran
- Koolhydraten: polysachariden, slijmstoffen
- Vitaminen: A, B1, B2, C, E
- Mineralen: zink, mangaan, koper, kobalt, calcium, magnesium, kalium en selenium
- Essentiele vetzuren: gamma linoleenzuur
- Harsen
- Tanninen

(Handa & al, 2003), (Sekine & al, 1994), (Kukasawa, 1994), (Sekine & al, 1995), (Sharma S. , 1981), (Singh & al, 1991), (Boger & al, 1985), (Sekine & al, 1997), (Wiboonpun & al, 2004), (Acharya & al, 2012), (Choudhary & al, 1992), (Mohanta & al, 2003), (Gaitonde & al, 1969), (Joshi & al, 1988), (Nair & al, 1969), (Patricia & al, 2006), (Saxena & al, 2001)

Shatavari is een Ayurvedisch kruid, dat bekend staat als een typisch medicijn voor vrouwenaandoeningen, het wordt dan ook voor vele klachten rondom de vrouwelijke geslachtsorganen ingezet, en voor het stimuleren van de melkvloed. (Nadkarni, 1994)

Er is enig onderzoek dat dit traditionele gebruik ondersteund.

Toedoening van een ethanolextract van Shatavari aan vrouwelijke ratten die aan het spenen waren, zorgde voor een groei van de melkklieren en de melkproductie hield aan. Hetzelfde ethanolextract in normale ratten zorgde voor toename in het gewicht van de melkklieren, mogelijk door een werking van vrijgekomen corticoiden en prolactine. (Sabins & al, 1968)

Shatavari verwerkt in een commercieel middel uit India om de marktproductie te verhogen, samen met andere galactagoge kruiden zorgden voor een positief effect in pas bevallen vrouwen. (Sholapurkar, 1986)

Dieronderzoek op ratten, muizen, cavia’s, buffels en geiten, wees op toename van de melkproductie en groei van de melkklieren, na het toevoegen van een commercieel middel bedoeld als galactagogum met daarin Shatavari of Shatavari alleen gebruikt. (Narendranath & al, 1986), (Patel & al, 1969), (Mortel & al, 2013)

Bij vrouwen die borstvoeding geven zijn de onderzoeksuitkomsten minder eensluidend.

In combinatie met andere lactogene kruiden in het middel `Ricalex’ lijkt Shatavari de melkproductie in pas bevallen vrouwen te stimuleren. Een graduele afname van de melkproductie na het stoppen van het middel, toonde aan dat de toename te danken was aan het middel. (Joglekar & al, 1967)

Een later onderzoek op pas bevallen vrouwen zag echter geen lactogene effecten door toediening van Shatavari. (Sharma & al, 1996)

Recenter klinisch onderzoek, gerandomiseerd, dubbelblind naar de lactogene effecten van Shatavari op 60 lacterende moeders zag wel significante positieve effecten. De prolactine-waarden van de moeders die het middel gebruikten stegen drievoudig vergeleken met de controlegroep, en ook op andere parameters waren verschillen te zien, zoals de toename van het gewicht van de baby’s en ook het welbevinden van moeder en kind leek verbeterd te zijn in de groep die het middel gebruikte. (Gupta & al, 2011)

Shatavari heeft naast het positieve effect op de melkproductie ook diverse andere activiteiten, binnen de Ayurveda wordt het kruid gezien als een algeheel tonicum voor de vrouwelijke geslachtsorganen, en heeft de plant ook duidelijk positieve effecten op het zenuwstelsel, antidepressieve en cognitie bevorderende effecten zijn aangetoond via dieronderzoek. (Singh & al, 2009), (Ojha & al, 2010), (Sharma & al, 2010)

In India wordt Shatavari als een afrodisiacum gezien, de naam Shatavari, betekent dan ook ‘zij die honderd mannen bezit’, enig dieronderzoek bevestigd dit libido-verhogend effect. (Thakur & al, 2009)

Hoe kun je Shatavari het beste gebruiken?

Shatavari is te verkrijgen in de vorm van capsules, de gedroogde wortel is wat moeilijker te vinden.

Toepassingen en doseringen

- Gedroogd wortelpoeder: 1 tot 3 gr 3 x daags
- Capsules, gestandaardiseerd (500 mg): 3 tot 6 capsules per dag
- Tinctuur: 5 tot 10 ml 3 x daags

Eventuele bijwerkingen van Shatavari-gebruik

Shatavari lijkt een veilig kruid. Het heeft wel een diuretisch effect, dus mogelijk moet je wat vaker plassen.

Wanneer kun je Shatavari beter niet gebruiken?

Gebruik Shatavari niet tijdens de zwangerschap.

Interacties van Shatavari met reguliere geneesmiddelen

- Reguliere diuretische medicijnen

Net als deze middelen heeft Shatavari een diuretisch effect, door ze samen te gebruiken, kan er teveel vocht uit het lichaam verdwijnen.

- Lithium

Lithium is een middel dat geven wordt aan mensen met een bipolaire stoornis. Door het gebruik van diuretische kruiden, waaronder Shatavari, kunnen de lithiumwaarden in het lichaam te hoog worden, hierdoor kan een bipolaire patient ontregeld raken.

Voordelen Shatavari

- Weinig contra-indicaties
- Weinig bijwerkingen
- Weinig interacties
- Andere positieve effecten op het zenuwstelsel en het immuunsysteem

Nadelen Shatavari

- Weinig onderzoek verricht naar de lactogene effecten.

Venkelzaad (Foeniculum vulgare)

Familie: Apiaceae

Medicinaal worden meestal de zaden gebruikt, ook voor het stimuleren van de borstvoeding.

De zaden bevatten:

- Etherische olie: de etherische olie veroorzaakt de anijsachtige geur van Venkelzaad. Het gaat om een complexe etherische oliemet meer dan 87 vluchtige stoffen. De belangrijkste zijn trans-anethol (68.6–75.0%), fenchon (3.9% –14.7%), estragol (7.6%-10.42%), d-limonene (6.8%) en methylchavicol (5.09–9.10%). [53] [61]. Verder kleinere hoeveelheden neophytadien (0–10.6%), (E)-fytol (0.1–6.0%), exo-fenchylacetaate (0.3– 3.8%).
- Flavonoiden: eriodictyol-7-rutinoside, quercetine-3-rutinoside, rozemarijnzuur, quercetine-3-glucuronide, isoquercitrine, quercetine-3-arabinoside, kaempferol-3-glucuronide, kaempferol-3- arabinoside, quercetine-3- O-galactoside, kaempferol-3-O-rutinoside, kaempferol- 3-O-glucoside en isorhamnetine glucoside.
- Andere fenole stoffen: hydroxyl cinnaminezuur-derivaten, flavonoide glycosiden en flavonoide aglyconen [67]. Chlorogene zuren, fenole zuren zoals 3-O-caffeoylquinezuur, 4-O-caffeoylquininezuur, 5-Ocaffeoylquininezuur, 1,3-O-di-caffeoylquininezuur, 1,4-O-dicaffeoylquininezuur en 1,5-O-di-caffeoylquininezuur.

(Akgul & al, 1988), (Damjanovic & al, 2005), (Fang, al, & ‘, 2006), (Singh & al, 2006), (Tognolini & al, 2007), (Telci & al, 2009), (Zoubiri & al, 2010), (Zhaoa & al, 2012), (Senatore & al, 2013), (Faudale & al, 2008), (Kunzemann & al, 1977), (Parejo & al, 2004), , (Ghanem & al, 2012)

Venkelzaad is wereldwijd veel in gebruik als middel om de borstvoeding te stimuleren, een al eeuwenlange traditie. Waarschijnlijk hangt dit samen met de gelijkenis tussen het belangrijkste bestanddeel van de etherische olie anethol en dopamine, een neurotransmitter. Dopamine verhinderd de uitscheiding van het melkproducerende hormoon prolactine, maar anethol gaat een competitie aan met dopamine voor de juiste receptoren, waardoor dopamine minder remmend effect heeft op de vrijgave van prolactine. (Albert-Puleo, 1980)

Dieronderzoek geeft aan dat derivaten van anethol groei veroorzaken van de melkklieren van jonge vrouwelijke konijnen en de menstruatie op gang brengt in muizen en andere testdieren. Verder onderzoek liet zien dat de farmaceutisch actieve stoffen betrokken bij de melkuitscheiding, polymeren van anethol zijn, zoals dianethol en fotoanethol, en niet anethol zelf. (Ostad & al, 2001), (Rahimi & al, 2013)

Er is ook klinisch onderzoek uitgevoerd naar de effecten van Venkel op de melkafscheiding.

Een kleinschalig onderzoek uit 1951 betrok 5 zogende moeders, die eerst 5 dagen zonder galactagogen borstvoeding gaven, daarna kregen ze 10 dagen lang, 3 x daags 15 mL van een 5 % infuus van Venkelzaad, gevolgd door een 5 daagse controleperiode zonder extra middel. Hun dieet en omgeving bleef gedurende deze periode hetzelfde. Het melkvolume en de hoeveelheid vetten in de melk, nam enigszins toe tijdens de periode van Venkelzaadgebruik en nam geleidelijk weer af na het stoppen van inname van het kruid. Dit onderzoek was niet blind en gerandomiseerd en had geen controlegroep. (Nikolov & al, 1951)

Een Iraans onderzoek dat 158 moeders en hun kinderen betrof, met moeilijkheden tijdens het voeden, keek naar de effecten van een commercieel kruidenextract, met daarin ook Venkelzaad (naast Anijszaad (Pimpinella anisum), Komijn (Cuminum cyminum), Zwart Komijnzaad (Nigella sativum) en Peterseliezaad (Petroselinum crispum). De leeftijd van de baby’s varieerde van 0 tot 6 maanden en kregen alleen borstvoeding. Er waseen controlegroep die een placebo ontving. Er werden geen significante verschillen gezien tussen de twee groepen in toename van het lichaamsgewicht van de baby’s. (Shariati & al, 2004)

Een ander commercieel kruidenextract met daarin 200 mg Venkelextract, 20 mg etherische olie van Venkel, 2.6 gr Hibiscus (Hibiscus sabdariffa), 200 mg Rooibos (Aspalathus linearis), 200 mg IJzerhard (Verbena officinalis), 200 mg Framboosblad (Rubus idaeus), 100 mg Fenegriekzaad (Trigonella foenum-graecum), 100 mg Galega (Galega officinalis) en 500 mg vitamine C per 100 gr werd getest op 66 pas bevallen moeders verdeeld over drie groepen, die of het kruidenextract kregen, een placebo of niets. De moeders in de kruidenextract groep, kreeg 3 x daags 200 ml van dit middel. De moeders die het middel gebruikten produceerden meer moedermelk op de derde dag na de bevalling, dan de moeders in de andere groepen, deze baby’s hadden ook minder gewichtsverlies na de bevalling en kwamen sneller terug op het geboortegewicht. (Turkyilmaz & al, 2011)

Hetzelfde extract als in het voorgaande onderzoek liet in een latere test geen significant verschil zien, tussen vrouwen die het middel innamen en vrouwen die het middel niet kregen. (Kavurt & al, 2013)

Een ongecontroleerd, niet-gerandomiseerd, niet blind onderzoek in Iran, dat 46 gezonde zogende moeders betrok als vrijwilligers zag dat het toedienen van een dagelijkse dosering van 3 gr Venkelzaad gedurende 15 dagen, zorgde voor een significante stijging van de serumprolactine-waarden (van 64.6 mcg/L. naar 95.6 mcg/L. De melkproductie werd niet gemeten. (Honarvar & al, 2013)

Een kruidenthee met daarin 7,5 gr Venkelzaadpoeder en drie gr Zwarte Thee (Camelia sinensis), drie x daags gegeven aan zogende moeders, vertoonde positieve effecten vergeleken met de controlegroep, die enkel Zwarte Thee kreeg. Na vier weken werden de baby’s onderzocht op diverse parameters, de Venkelgroep wilde vaker drinken, had meer natte luiers en vaker ontlasting, een grotere gewichtstoename en een iets grotere toename van de hoofdomvang, dan de baby’s in de controlegroep. Er waren geen verschillen te zien in de lengtegroei. (Ghasemi & al, 2014)

Combinaties van borstmassage met de etherische olie van Venkel in een dragende olie zorgden voor een toename van de prolactine-waarden van pas bevallen moeders. (Raras & al, 2016)

In een survey van 188 zogende vrouwen, hadden er 29 Venkelzaad gebruikt als galactagogum, meer dan de helft zag geen verbetering na het gebruik en 6 vermelden bijwerkingen van het middel. Onduidelijk zijn de doseringen en extractie die gebruikt werden door de vrouwen. (Bazzano & al, 2017)

De werkzame stof in Venkel, anethol, is terug te vinden in de moedermelk. (Hausner & al, 2008), (Kirsch & al, 2013), (Denzer & al, 2015)

Dit betekent dat de smaak van de melk beinvloedt wordt, maar ook dat de stof van invloed is op de baby, in normale doseringen levert dit een aantal voordelen op, anethol is werkzaam bij babykrampjes en het heeft een rustgevend effect. (Savino & al, 2005), (Kishore & al, 2012), (Padma, al, & ‘, 2002)

Hoe kun je Venkel het beste gebruiken?

Je kunt Venkel op diverse manieren gebruiken, als thee, belangrijk is dan wel dat je de zaden eerst kneust voordat je ze aan het water toevoegt, je kunt ook warme melk gebruiken (rauwe melk of plantaardige melk) in plaats van melk, de vetten in de melk zorgen voor een betere opname van de etherische olien in Venkel, omdat deze lipofiel zijn (oplosbaar in vet). Een hele makkelijke methode is om de zaden te mengen met wat kokosolie en ze zo innemen, waarbij je de zaden goed kauwt. Het kneuzen en kauwen zijn bedoeld om de etherische olien goed vrij te krijgen, de kokosolie zorgt ervoor dat de etherische olie goed wordt opgenomen. Je kunt ook capsules met het zaadpoeder of een tinctuur van de zaden toepassen. Uitwendig kan de verdunde etherische olie worden gebruikt.

Toepassingen en doseringen

- Thee: 1 tot 3 gr, kneuzen in een vijzel, 15 minuten afgedekt laten trekken in gekookt water. 3 x daags.
- Melkthee: 1 tot 3 gr kneuzen in een vijzel, 15 minuten afgedekt laten trekken in gekookte melk (mag ook kokos, amandelmelk en andere plantaardige melk zijn. 3 x daags.
- Losse zaden: 1 el zaden mengen met 1 el kokosolie, samen innemen en goed kauwen, voordat je het doorslikt. 3 x daags.
- Etherische olie: 3% toevoegen aan een dragende olie en hier 3 x daags de borsten mee insmeren.
- Capsules met zaadpoeder (500 mg): 3 tot 6 capsules per dag
- Tinctuur: 2 ml 3 x daags

Eventuele bijwerkingen van Venkelgebruik

De in vet oplosbare etherische olien van Venkel zijn terug te vinden in de moedermelk, bij normale doseringen die de moeder inneemt levert dit geen problemen op, de hoeveelheden zijn klein, wel levert het voordelen op, zoals bij het bestrijden van darmkrampjes bij de baby en ook heeft het een licht rustgevend effect.

Het kruid heeft een fotosensibel effect, bij sommige mensen zorgt dat voor huidreacties als de huid na inname of uitwendige toepassing van Venkel blootgesteld wordt aan de zon.
Venkel heeft een anticoagulant/antistollingseffect. Stop week voor een chirurgische ingreep met het gebruik van het kruid, om de kans op bloedingen te verkleinen.
Een aantal mensen zijn allergisch voor Venkel, vaak zijn deze mensen ook allergisch voor andere leden van de Schermbloemenfamilie, zoals Peterselie, Selderij, Wortels en andere.

Wanneer kun je Venkel beter niet gebruiken?

- Als je lijdt aan bloedstollingsaandoeningen, Venkel heeft een anticoagulant/antistollingseffect. Stop een week voor een chirurgische ingreep met het gebruik van het kruid, om de kans op bloedingen te verkleinen.
- Als je lijdt aan hormoongevoelige kankers, zoals sommige vormen van borstkanker, baarmoederkanker of eierstokkanker.
- Als je lijdt aan aandoeningen zoals endometriose en myomen (vleesbomen), deze ziekten worden beinvloedt door de oestrogeenwaarden in het lichaam, Venkel bevat fyto-oestrogenen die deze waarden kunnen doen stijgen, waardoor de klachten kunnen verergeren.

Interacties van Venkel met reguliere geneesmiddelen

- Antistollingsmiddelen/Anticoagulanten, in de volksmond bloedverdunners genoemd, ook Venkel heeft een antistollingseffect, als deze middelen samen worden gebruikt met Venkel is er een kans op een stapelend effect, waardoor de kans op in – en uitwendige bloedingen toeneemt.
- Anti-conceptiepil, door de fyto-oestrogene effecten van Venkel is er mogelijk dat er interacties optreden tussen Venkel en de anti-conceptiepil, waardoor deze laatste minder effectief kan worden. Gebruik een condoom als je Venkel, samen met de anti-conceptiepil gebruikt en je wilt zoveel mogelijk zekerheid.
- Ciprofloxacine, een antibioticum, dat in Nederland de merknaam Ciproxin heeft. Mogelijk verlaagt Venkel de opname van dit middel , waardoor de effectiviteit verminderd. Je kunt dit vermijden door Venkel tenminste een uur na inname van ciprofloxacine te gebruiken.
- Oestrogene reguliere medicijnen, naast de anti-conceptiepil heeft Venkel mogelijk ook een interactie met andere reguliere oestrogene medicijnen, die daardoor aan effectiviteit kunnen inboeten.
- Reguliere medicijnen die in de lever worden omgezet via cytochroom P450 3A4 (CYP3A4) substraten. Venkel kan van invloed zijn op leverfunctie, het heeft leverbeschermende eigenschappen, hierdoor kunnen deze medicijnen sneller worden omgezet in de lever, waardoor de effectiviteit van deze middelen wordt beinvloedt. Er zijn vele reguliere medicijnen die in de lever worden omgezet, vraag dit na bij je apotheker.
- Tamoxifen, is een selectieve oestrogeenreceptormodulator en heeft een anti-oestrogeen effect. Dit middel wordt gebruikt om hormoongevoelige kankers te bestrijden. Het gebruiken van Venkel, samen met dit geneesmiddel kan de effectiviteit van tamoxifen verminderen.

Voordelen Venkelzaad

- Makkelijk te verkrijgen
- Goedkoop
- Bijkomend positief effect op darmkrampjes bij baby’s
- Lekkere smaak, wel iets bitterder dan Anijszaad, maar zeker niet te erg.
- Relatief veel ondersteunend onderzoek dat de lactogene effecten onderschrijft.
- In veel vormen toe te passen

Nadelen Venkelzaad

- Enige bijwerkingen
- Enige contra-indicaties
- Relatief veel interacties

Bronnen

1. Acharya, S.R., Acharya NS, Bhangale JO, Shah SK, Pandya SS. Antioxidant and hepatoprotective action of Asparagus racemosus Willd. root extracts. Indian J Exp Biol. 2012;50(11):795–801. [PubMed]
2. Ahmed, A., Mabry TJ, Matlin SA. Flavonoids of the flowers of Silybum marianum. Phytochemistry 1989;
3. Akgul, A. and A. Bayrak, “Comparative volatile oil composition of various parts from Turkish bitter fennel (Foeniculum vulgare var. vulgare),” Food Chemistry, vol. 30, no. 4, pp. 319–323, 1988.
4. Alamer, Mohammed A., and Ghazi F. Basiouni. “Feeding effects of fenugreek seeds (Trigonella foenum-graecum L.) on lactation performance, some plasma constituents and growth hormone level in goats.” Pakistan Journal of Biological Sciences 8.11 (2005): 1553-1556.
5. Albert-Puleo, M. “Fennel and anise as estrogenic agents,” Journal of Ethnopharmacology, vol. 2, no. 4, pp. 337–344, 1980.
6. Ambrosini, Anna, et al. “Use of Vitex agnus-castus in migrainous women with premenstrual syndrome: an open-label clinical observation.” Acta Neurologica Belgica 113.1 (2013): 25-29.
7. Ayan A.K., Caliskan O, Cirak C. Isırgan Otu (Urtica spp.) Ekonomik Önemi ve Tarımı OMÜ Agricultural Faculty. 2006;21(3):357–363
8. Barreto, J.F.A., Wallace SN, Carrier DJ, Clausen EC. Extraction of nutraceuticals from milk thistle, Part I: Hot water extraction. Applied Biochemistry and Biotechnology 2003; 105–108:181-189.
9. Barthel A, Reuter G. Biochemistry and physiology of isoprenoid guanidines, especially (4-hydroxy-3-methyl-2-buten-1-yl)guanidine in Galega officinalis . Pharmazie . 1968;23:26-33.
10. Bazzano AN, Cenac L, Brandt AJ et al. Maternal experiences with and sources of information on galactagogues to support lactation: a cross-sectional study. Int J Womens Health. 2017;9:105-13. PMID: 28280392
11. Besharati-Seidani, Abbas, Ali Jabbari, and Yadollah Yamini. “Headspace solvent microextraction: a very rapid method for identification of volatile components of Iranian Pimpinella anisum seed.” Analytica Chimica Acta 530.1 (2005): 155-161.
12. Bikbulatov, Z.G., Zainutdinov, F.A., Sharifyanov, B.G., 1997. Feeds from goat’s rue in diets for cows. Kormoporizvodstvo 7, 28–31.
13. Bilia, A.R., Salvini D, Mazzi G, Vincieri FF. Characterization of Calendula flower, milk-thistle fruit, and passion flower tinctures by HPLC-DAD and HPLC-MS. Chromatographia 2001; 53(3/4):210-215.
14. Bisset N, ed. Herbal Drugs and Phytopharmaceuticals . Stuttgart, Germany: CRC Press. 1994;220-221
15. Boger, D.L. , Mitscher LA, Mullican MD, Drake SD, Kitos P. Antimicrobial and cytotoxic properties of 9, 10-dihydrophenanthrenes: structure-activity studies on juncusol. J Med Chem. 1985;28:1543–1547. [PubMed]
16. Bradley P. Raspberry Leaf. British Herbal Compendium. A handbook of scientific information on widely used plant drugs. British Herbal Medicine Association, Bournemouth 2006, 328-331
17. Castoldi, F. et al. Silymarin/Galega Administration in Term and Preterm Mothers to Sustain Breast Feeding: An Observational Study Minerva Pediatr 66 (5), 375-380. 10 2014.
18. Champavier Y, Allais D, Chulia A, Kaouadji M. Acetylated and non-acetylated flavonol triglycosides from Galega officinalis . Chem Pharm Bull . 2000;48:281-282.
19. Champavier Y, Comte G, Vercauteren J, Allais D, Chulia A. Norterpenoid and sesquiterpenoid glucosides from Juniperus phoenicea and Galega officinalis . Phytochemistry . 1999;50:1219-1223.
20. Chevallier A. Encyclopedia of Medicinal Plants . New York, NY: DK Publishing. 1996;212. cows. Zootekhniya 5, 15–16.
21. Choudhary, B.K., Kar A. Mineral contents of Asparagus racemosus. Indian Drugs. 1992;29(13):623.
22. Chuang, Ping-Hsien, et al. “Anti-fungal activity of crude extracts and essential oil of Moringa oleifera Lam.” Bioresource technology 98.1 (2007): 232-236.
23. Collier, H.O., Chesher GB. Identification of 5-hydroxytryptamine in the sting of the nettle (Urtica dioica). Br J Pharmacol Chemother 1956;11:186-189.
24. Damjanovic, B. ˇZ. Lepojevi´c, V. ˇZivkovi´c, and A. Toli´c, “Extraction of fennel (Foeniculum vulgare Mill.) seeds with supercritical CO2: comparison with hydrodistillation,” Food Chemistry, vol. 92, no. 1, pp. 143–149, 2005.
25. Denzer M, Kirsch F, Buettner A. Are odorant constituents of herbal tea transferred into human milk? J Agric Food Chem. 2015;63:104-11. PMID: 25436940
26. Desvages G, Olomucki M. Guanidine derivatives of Galega officinalis ; galegine and hydroxygalegine. Bull Soc Chim Fr . 1969;9:3229-3232.
27. Di Pierro, F., Callegari A, Carotenuto D, Tapia MM Clinical efficacy, safety and tolerability of BIO-C (micronized Silymarin) as a galactagogue. Acta Biomed. 2008 Dec; 79(3):205-10.
28. Di Pierro, F., Callegari A, Carotenuto D, Tapla MM. Clinical efficacy, safety and tolerability of BIO-C (micronized Silymarin) as a galactagogue. Acta Biomed. 2008. December; 79 3: 205- 210. [PubMed]
29. Dugoua, Jean-Jacques, et al. “Safety and efficacy of chastetree (Vitex agnus-castus) during pregnancy and lactation.” Can J Clin Pharmacol 15.1 (2008): e74-e79.
30. Dugue P, Bel J, Figueredo M. Fenugreek causing a new type of occupational asthma. Presse Med 1993 May 29;22(19):922
31. Duke, James A. Dr. Duke’s Phytochemical and Ethnobotanical Databases
32. Durgo K, Belščak-Cvitanović A, Stančić A, Franekić J, Komes D. The bioactive potential of red raspberry (Rubus idaeus L.) leaves in exhibiting cytotoxic and cytoprotective activity on human laryngeal carcinoma and colon adenocarcinoma. J Med Food 2012, 15(3):258-268
33. Eglash A. Treatment of maternal hypergalactia. Breastfeed Med. 2014;9:423-5. PMID: 25361472
34. Eiben, C. S., et al. “Effect of Anise and Fenugreek supolementation on performance of rabbit does.” Proceedings of the 8th World Rabbit Congress. 2004.
35. Embong, M. B., D. Hadziyev, and S. Molnar. “Essential oils from spices grown in Alberta. Anise oil (Pimpinella anisum).” Canadian Journal of Plant Science 57.3 (1977): 681-688.
36. Emmelin, N., Feldberg W. Distribution of acetylcholine and histamine in nettle plants. New Phytol 1949;48:143-148.
37. Estrella, Ma Corazon P., et al. “A double-blind, randomized controlled trial on the use of malunggay (Moringa oleifera) for augmentation of the volume ofbreastmilk among non-nursing mothers of preterm infants.” (2000).
38. Fang, L. M. Qi, T. Li, Q. Shao, and R. Fu, “Headspace solvent microextraction-gas chromatography-mass spectrometry for the analysis of volatile compounds from Foeniculum vulgare Mill,” Journal of Pharmaceutical and Biomedical Analysis, vol. 41, no. 3, pp. 791–797, 2006.
39. Faudale, M. F. Viladomat, J. Bastida, F. Poli, and C. Codina, “Antioxidant activity and phenolic composition of wild, edible, and medicinal fennel from different Mediterranean countries,” Journal of Agricultural and Food Chemistry, vol. 56, no. 6, pp. 1912–1920, 2008.
40. Foidl N, Makkar HPS, Becker K. The Potential of Moringa oleifera for agricultural and industrial uses. Procedings of the 1th Workshop What Development Potential for Moringa Products? 2001 Oct; Dar es Salaam, Tanzania; 2001.
41. Fujimatu, Eiko, Toru Ishikawa, and Junichi Kitajima. “Aromatic compound glucosides, alkyl glucoside and glucide from the fruit of anise.” Phytochemistry 63.5 (2003): 609-616.
42. Funkunaga T, Nishiya K, Takeya K, Itokawa H. Studies on the constituents of goat’s rue ( Galega officinalis L.). Chem Pharm Bull . 1987;35:1610-1614.
43. Gaitonde, B.B., Jetmalani MH. Antioxytocic action of saponin isolated from Asparagus racemosus Willd (Shatavari) on uterine muscle. Arch Int Pharmacodyn Ther. 1969;179:121–129. [PubMed]
44. Gallagher J, Lynch FW, Barragry J . A prolactinoma masked by a herbal remedy. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol. 2008;137:257-8. PMID: 17298863
45. Ghanem, M. T. M. H. M. A. Radwan, E. M. Mahdy, Y. M. Elkholy, H. D. Hassanein, and A. A. Shahat, “Phenolic compounds from Foeniculum vulgare (Subsp. Piperitum) (Apiaceae) herb and evaluation of hepatoprotective antioxidant activity,” Pharmacognosy Research, vol. 4, no. 2, pp. 104–108, 2012.
46. Ghasemi V, Kheirkhah M, Samani LN et al. The effect of herbal tea containing fennel seed on breast milk sufficiency signs and growth parameters of Iranian infants. Shiraz E Med J. 2014;15:e22262. DOI: doi:10.17795/semj22262
47. Ghasemi, Vida, Masoomeh Kheirkhah, and Mohsen Vahedi. “The effect of herbal tea containing fenugreek seed on the signs of breast milk sufficiency in Iranian girl infants.” Iranian Red Crescent Medical Journal 17.8 (2015).
48. Gonzalez-Andres, F., Redondo, P.A., Pescador, R., Urbano, B., 2004. Management of Galega officinalis L. and preliminary results on its potential for milk production improvement in sheep. N. Z. J. Agric. Res. 47, 233–245.
49. Grega, T., M. Sady, and J. Kraszewski. “Effect of herb mixture supplementation in ratio on milk yield, milk composition and its technological suitability.” Biotechnology in Animal Husbandry 18.3-4 (2002): 15-20.
50. Gudej J, Tomczyc M. Determination of flavonoids, tannins and ellagic acid in leaves from Rubus idaeus L. species. Arch Pharm Res 2004, (27)11:1114-1119
51. Gudej J. Kaemferol and quercetin glycosides from Rubus idaeus L. leaves. Acta Polon Pharm 2003, (60)4:313-316
52. Gülçın, İlhami, et al. “Screening of antioxidant and antimicrobial activities of anise (Pimpinella anisum L.) seed extracts.” Food chemistry 83.3 (2003): 371-382.
53. Gupta, M, Shaw B. A double-blind randomized clinical trial for evaluation of galactogogue activity of Asparagus racemosus Willd. Iran J Pharm Res. 2011. Winter; 10 1: 167- 172. [PMC free article] [PubMed]
54. Handa, S.S., Suri OP, Gupta VN, Suri KA, Satti NK, Bhardwaj V, et al. et al. Oligospirostanoside from Asparagus racemosus as immunomodulator. US Patent No. 6649745. 2003
55. Hausner, Helene, et al. “Differential transfer of dietary flavour compounds into human breast milk.” Physiology & Behavior 95.1 (2008): 118-124.
56. Heller L. Fenugreek: A Noteworthy Hypoglycemic
57. Honarvar F, Tadayon M, Afshari P et al. The effect of foeniculum vulgare on serum prolactin level in lactating women. Iran J Obstet Gynecol Infertil. 2013;16:18-24.
58. Huggins KE. Fenugreek: One Remedy for Low Milk Production.
59. Jackson PC. Complementary and alternative methods of increasing breast milk supply for lactating mothers of infants in the NICU. Neonatal Netw. 2010;29:225-30. PMID: 20630837
60. Jarry H, Leonhardt S, Gorkow C, et al. In vitro prolactin but not LH and FSH release is inhibited by compounds in extracts of Agnus castus: direct evidence for a dopaminergic principle by the dopamine receptor assay. Exp Clin Endocrinol 1994; 102:448-54
61. Ji, T.F., Liu CH, Wang AG, Yang JB, Su YL, Yuan L, Feng XZ. Studies on the chemical constituents of Urtica dioica L. grown in Tibet Autonomous Region. Zhong Yao Cai. 2007 Jun;30(6):662-4.
62. Joglekar, G.V., Ahuja RH, Balwani JH. Galactogogue effect of Asparagus racemosus. Indian Med J 1967;61:165.
63. Joshi, J.D.S. Chemistry of Ayurvedic crude drugs: Part VIII: Shatavari 2. Structure elucidation of bioactive shatavarin I and other glycosides. Indian J Chem Section B Organ Chem. 1988;27(1):12–16.
64. Kavurt S, Bas AY, Yucel H et al. The effect of galactagogue herbal tea on oxidant and anti-oxidant status of human milk. J Matern Fetal Neonatal Med. 2013;26:1048-51. PMID: 23363373
65. Kilicdag EB, Tarim E, Bagis T et al. Fructus agni casti and bromocriptine for treatment of hyperprolactinemia and mastalgia. Int J Gynaecol Obstet. 2004;85:292-3. PMID: 15145274
66. Kirsch F, Beauchamp J, Buettner A. Time-dependent aroma changes in breast milk after oral intake of a pharmacological preparation containing 1,8-cineole. Clin Nutr. 2012;31:682-92. PMID: 22405404
67. Kirsch F, Buettner A. Characterisation of the metabolites of 1,8-cineole transferred into human milk: Concentrations and ratio of enantiomers. Metabolites. 2013;3:47-71.
68. Kirsch F, Horst K, Rohrig W et al. Tracing metabolite profiles in human milk: studies on the odorant 1,8-cineole transferred into breast milk after oral intake. Metabolomics. 2013;9:483-96. DOI: doi:10.1007/s11306-012-0466-9
69. Kirsch F, Horst K, Rohrig W et al. Tracing metabolite profiles in human milk: studies on the odorant 1,8-cineole transferred into breast milk after oral intake. Metabolomics. 2013a;9:483-96.
70. Kishore, R. Naga, N. Anjaneyulu, M. Naga Ganesh, and N. Sravya, “Evaluation of anxiolytic activity of ethanolic extract of Foeniculum vulgare in mice model,” International Journal of Pharmacy and Pharmaceutical Sciences, vol. 4, no. 3, pp. 584–586, 2012.
71. Kokate, C.K. Purohit AP, Gokhale SB. Pharmacognosy. 37th edition, Nirali Prakashan, 2006, 232-233.
72. Korman, S. H., E. Cohen, and A. Preminger. “Pseudo‐maple syrup urine disease due to maternal prenatal ingestion of fenugreek.” Journal of paediatrics and child health 37.4 (2001): 403-404.
73. Kraszewski, J., J. A. Strzetelski, and B. Niwinska. “Effects of dietary herb supplements for cows on milk yield and technological quality of milk.” 55th annual Meeting of the European Association for Animal Production. 2004.
74. Kren, V, Walterova D. Silybin and silymarin-New effects and applications. Biomed Papers 2005;149(1):29-41.
75. Kudrna, V., Rendla, J., Markalous, E., 1992. Stimulation of milk production by feeding with Galega officinalis L. Fytotechnicka Rada 9, 254–262.
76. Kukasawa, N., Sekine T, Kashiwagi Y, Ruangrungsi N, Murakoshi I. Structure of asparagamine A, a novel polycyclic alkaloid from Asparagus racemosus. Chem Pharm Bull. 1994;42:1360–1362.
77. Kunzemann , J. and K. Herrmann, “Isolation and identification of flavon(ol)-O-glycosides in caraway (Carum carvi L.), fenndel (Foeniculum vulgare Mill.), anise (Pimpinella anisum L.), and coriander (Coriandrum sativum L.), and of flavon-C-glycosides in anise—I. Phenolics of spices,” Zeitschrift f¨ur Lebensmittel-Untersuchung und -Forschung, vol. 164, no. 3, pp. 194–200, 1977.
78. Kunzemann, Jost, and Karl Herrmann. “Isolation and identification of flavon (ol)-O-glycosides in caraway (Carum carvi L.), fennel (Foeniculum vulgare Mill.), anise (Pimpinella anisum L.), and coriander (Coriandrum sativum L.), and of flavon-C-glycosides in anise. I. Phenolics of spices (author’s transl).” Zeitschrift fur Lebensmittel-untersuchung und-Forschung 164.3 (1977): 194-200.
79. Laakso I, Virkajarvi P, Airaksinen H, Varis E. Determination of vasicine and related alkaloids by gas chromatography-mass spectrometry. J Chromatrogr . 1990;505:424-428.
80. Latvietis, J., Drikis, J., Auzins, V., Trupa, A., Kaldmae, H., 2002. Some types of grass silage used in feeding cows. In: Proceedings of the Animal Nutritions Conference, Tartu, Estonia, pp. 7–15.
81. Lawrence RA. Breastfeeding: A Guide for the Medical Profession, 5th ed. St. Louis: Mosby, 1999, p. 376.
82. Leonard N. Synthesis of 1-(4-hydroxy-3-methyl-cis-2-butenyl)guanidine, the naturally occurring hydroxygalegine. J Chem Soc Chem Commun . 1972;3:133-134.
83. Liu, Haibin, et al. “An herbal galactagogue mixture increases milk production and aquaporin protein expression in the mammary glands of lactating rats.” Evidence-Based Complementary and Alternative Medicine 2015 (2015).
84. Machado DIS, Cervantes JL, Vázquez NJR. High-performance liquid chromatography method to measure α e γ-tocopherol in leaves, flowers and fresh beans from Moringa oleifera. J Chromatogr. 2005; 1105(1-2):111-4.
85. Marrufo, Tatiana, et al. “Chemical composition and biological activity of the essential oil from leaves of Moringa oleifera Lam. cultivated in Mozambique.” Molecules 18.9 (2013): 10989-11000.
86. Mdidea: Fenugreek: Archeology, Properties, Constituents and Biochemicals. Available from: http://www.mdidea.com/products/new/new00405.html
87. Mendieta-Araica, B., et al. “Moringa (Moringa oleifera) leaf meal as a source of protein in locally produced concentrates for dairy cows fed low protein diets in tropical areas.” Livestock Science 137.1 (2011): 10-17.
88. Merz PG, Gorkow C, Schrodter A et al. The effects of a special Agnus castus extract (BP1095E1) on prolactin secretion in healthy male subjects. Exp Clin Endocrinol Diabetes. 1996;104:447-53. PMID: 9021345
89. Milewicz A, Gejdel E, Sworen H et al. [Vitex agnus castus extract in the treatment of luteal phase defects due to latent hyperprolactinemia. Results of a randomized placebo-controlled double-blind study]. Arzneimittelforschung. 1993;43:752-6. PMID: 8369008
90. Mohanta, B., Chakraborty A, Sudarshan M, Dutta RK, Baruah M. Elemental profile in some common medicinal plants of India. Its correlation with traditional therapeutic usage. J Rad Anal Nucl Chem. 2003;258(1):175–179.
91. Mohr H. [Clinical investigations of means to increase lactation]. Dtsch Med Wschr. 1954;79:1513-6 . PMID: 3220106
92. Mortel M, Mehta SD. Systematic review of the efficacy of herbal galactogogues. J Hum Lact. 2013; 29 2: 154- 162. [PubMed]
93. Nadkarni, A.K. Indian Materia Medica. Bombay: Popular Book Depot; 1954. Vol I. pp.153-5.
94. Nair, A.G.R., Subramanian SS. Occurrence of diosgenin in Asparagus racemosus. Curr Sci. 1969;17:414.
95. Narendranath, K.A., Mahalingam S, Anuradha V, Rao IS. Effect of herbal galactogogue (Lactare) a pharmacological and clinical observation. Med Surg 1986;26:19-22.
96. Nikolov P, Avramov NR. [Investigations on the effect of Foeniculum vulgare, Carum carvi, Anisum vulgare, Crataegus oxyacanthus, and Galga officinalis on lactation]. Izv Meditsinskite Inst Bulg Akad Naukite Sofia Otd Biol Meditsinski Nauki. 1951;1:169-82. PMID: 14888359
97. Noack M. [Our experience with Agnus castus oligoplex for increasing lactation]. Dtsch Med Wochenschr. 1943;69:204-6.
98. Nose M, Fujimoto T, Nishibe S, Ogihara Y. Structural transformation of lignan compounds in rat gastrointestinal tract; II. Serum concentration of lignans and their metabolites. Planta Med. 1993;59(2):131-134
99. Obertreis, B., Giller K, Teucher T, et al. Antiinflammatory effect of Urtica dioica folia extract in comparison to caffeic malic acid. Arzneimittelforschung 1996;46:52-56. [Article in German]
100. Ohnuma N, Yamaguchi E, Kawakami Y. Anaphylaxis to curry powder. Allergy 1998 Apr;53(4):452-4.
101. Ojha, R. Sahu AN, Muruganandam AV, Singh GK, Krishnamurthy S. Asparagus recemosus enhances memory and protects against amnesia in rodent models. Brain Cogn. 2010;74(1):1–9. [PubMed]
102. Orav, Anne, Ain Raal, and ELMAr Arak. “Essential oil composition of Pimpinella anisum L. fruits from various European countries.” Natural product research 22.3 (2008): 227-232.
103. Ostad, S. N. M. Soodi, M. Shariffzadeh, N. Khorshidi, and H. Marzban, “The effect of fennel essential oil on uterine contraction as a model for dysmenorrhea, pharmacology and toxicology study,” Journal of Ethnopharmacology, vol. 76, no. 3, pp. 299–304, 2001.
104. Özcan, Mehmet Musa, and Jean Claude Chalchat. “Chemical composition and antifungal effect of anise (Pimpinella anisum L.) fruit oil at ripening stage.” Annals of microbiology 56.4 (2006): 353-358.
105. Padma, P. and R. L. Khosa, “Anti-stress agents from natural origin,” Journal of NaturalRemedies, vol. 2, no. 1,pp. 21–27, 2002.
106. Parejo, I. O. Jauregui, F. S´anchez-Rabaneda, F. Viladomat, J. Bastida, and C. Codina, “Separation and characterization of phenolic compounds in fennel (Foeniculum vulgare) using liquid chromatography-negative electrospray ionization tandem mass spectrometry,” Journal of Agricultural andFoodChemistry, vol. 52, no. 12, pp. 3679–3687, 2004.
107. Parry, J., Hao Z, Luther M, Su L, Zhou K, Yu L. Characterization of cold-pressed onion, parsley, cardamom, mullein, roasted pumpkin, and milk thistle seed oils. JAOCS 2006; 83(10):847-854.
108. Patel AV, Rojas-Vera J, Dacke CG. Therapeutic constituents and actions of Rubus species. Med Chem 2004, 11:1501-1512
109. Patel, A.B., Kanitkar UK. Asparagus racemosus Willd. Form Bordi, as a galactogogue, in buffaloes. Indian Vet J 1969;46:718-21.
110. Patil SP, Niphadkar PV, Bapat MM. Allergy to fenugreek (Trigonella foenum graecum). Ann Allergy Asthma Immunol 1997 Mar;78(3):297-300.
111. Patricia, Y.H., Jahidin AH, Lehmann R, Penman K, Kitchinga W, De Vossa JJ. Asparinins, asparosides, curillins, curillosides and shavatarins. Structural clarication with the isolation of shatavarin V, a new steroidal saponin from the root of Asparagus racemosus. Tetrahed Lett. 2006;47:8683–8687.
112. Peila, Chiara, et al. “Evaluation of the galactogogue effect of silymarin on mothers of preterm newborns (< 32 weeks).” La Pediatria Medica e Chirurgica 37.3 (2015).
113. Rahimi, R. and M. R. S. Ardekani, “Medicinal properties of Foeniculum vulgare Mill. in traditional Iranian medicine and modern phytotherapy,” Chinese Journal of Integrative Medicine, vol. 19, no. 1, pp. 73–79, 2013.
114. Raras, Nawang Swastika, et al. “Different Amount of Prolactin Hormone Before and After Acupressure-aromatherapy Combination Technique in Lactation: Epidemiological-clinic Study on Post Partum Mother in Surakarta District Hospital.” ASEAN/Asian Academic Society International Conference Proceeding Series. 2016.
115. Reeder, C., and A. Legrand. “O’Conner-Von S. The effect of fenugreek on milk production and prolactin levels in mothers of premature infants.” J Hum Lact 27.1 (2011): 74.
116. Reuter G, Barthel A, Steiniger J. Metabolism of guanidino-acetic acid in Galega officinalis L. Pharmazie . 1969;24:358.
117. Reuter G, Barthel A. Guanidino-acetic acid as a precursor of galegin in Galega officinalis L. [in German]. Pharmazie . 1967;22:261.
118. Rosca M, Tamas M. Studies on Galegae Herba products. Farmacia (Bucharest) . 1988;36:217-221.
119. Sabins, P.B., Gaitonde BB, Jetmalani M. Effect of alcoholic extract of Asparagus racemosus on mammary glands of rats. Indian J Exp Biol 1968;6:55-7.
120. Sánchez, Nadir Reyes, Eva Spörndly, and Inger Ledin. “Effect of feeding different levels of foliage of Moringa oleifera to creole dairy cows on intake, digestibility, milk production and composition.” Livestock Science 101.1 (2006): 24-31.
121. Savino, Francesco, et al. “A randomized double‐blind placebo‐controlled trial of a standardized extract of Matricariae recutita, Foeniculum vulgare and Melissa officinalis (ColiMil®) in the treatment of breastfed colicky infants.” Phytotherapy research 19.4 (2005): 335-340.
122. Saxena, V.K., Chaurasia S. A new isoflavone from the roots of Asparagus racemosus. Fitoterapia. 2001;72:307–9. [PubMed]
123. Schafer J, Stein M. On the variability of substances contained in the goat’s rue ( Galega officinalis L.) [in German]. Naturwissenschaften . 1967;54:205-206
124. Sekine TN, Fukasawa A. 9, 10-dihydrophenanthrene from Asparagus racemosus. Phytochemistry. 1997;44(4):763–764.
125. Sekine, T. , Fukasawa N, Murakoshi I, Ruangrungsi N. A 9,10-dihydrophenanthrene from Asparagus racemosus. Phytochemistry. 1997;44:763–4.
126. Sekine, T., Fukasawa N, Kashiwagi Y, Ruangrungsi N, Murakoshi I. Structure of asparagamine A: A novel polycyclic alkaloid from Asparagus racemosus. Chem Pharm Bull. 1994;42:1360–2.
127. Sekine, T.N. TIFFNal structure and relative stereochemistry of a new polycyclic alkaloid, asparagamine A, showing anti-oxytocin activity, isolated from Asparagus racemosus. J Chem Soc. 1995;1:391–393.
128. Senatore, F. F. Oliviero, E. Scandolera et al., “Chemical composition, antimicrobial and antioxidant activities of anethole-rich oil from leaves of selected varieties of fennel [Foeniculum vulgare Mill. ssp. vulgare var. azoricum (Mill.)Thell],” Fitoterapia, vol. 90, pp. 214–219, 2013.
129. Shariati M, Mamoori GA, Khadivzade T. The survey of effect of using “Shirafza Drop” by nursing mothers on weight gain (WG) of 0-6 months exclusively breastfed. Horizon Med Sci. 2004;10:24-30.
130. Sharifyanov, B.G., Kharrasov, R.M., Khaziakhmetov, F.S., 1996. Goat’s rue (Galega officinalis) in rations for
131. Sharma K, Bhatnagar M, Kulkarni SK. Effect of Convolvulus pluricaulis Choisy and Asparagus racemosus Willd on learning and memory in young and old mice, a comparative evaluation. Indian J Exp Biol. 2010;48(5):479–485. [PubMed]
132. Sharma, S., Ramji S, Kumari S, Bapna JS. Randomized controlled trial of Asparagus racemosus (Shatavari) as a lactogogue in lactational inadequacy. Indian Pediatr 1996;33:675-7.
133. Sharma, S.C. Constituents of the fruits of Asparagus racemosus Willd. Pharmazie. 1981;36(10):709.
134. Shevchuk O. Flavonoids in flowers of Galega officinalis . Khim Biol . 1967;29:544-547.
135. Sholapurkar, M.L. Lactare-for improving lactation. Indian Practitioner 1986;39:1023-6.
136. Siddhuraju, Perumal, and Klaus Becker. “Antioxidant properties of various solvent extracts of total phenolic constituents from three different agroclimatic origins of drumstick tree (Moringa oleifera Lam.) leaves.” Journal of agricultural and food chemistry 51.8 (2003): 2144-2155.
137. Singh, G. S. Maurya, M. P. de Lampasona, and C. Catalan,“Chemical constituents, antifungal and antioxidative potential of Foeniculum vulgare volatile oil and its acetone extract,” Food Control, vol. 17, no. 9, pp. 745–752, 2006.
138. Singh, G.K., Garabadu D, Muruganandam AV, Joshi VK, Krishnamurthy S. Antidepressant activity of Asparagus racemosus in rodent models. Pharmacol Biochem Behav. 2009;91(3):283–290. [PubMed]
139. Singh, J., Tiwari HP. Chemical examination of roots of Asparagus racemosus. J Indian Chem Soc. 1991;68(7):427–428.
140. Sliutz G, Speiser P, Schultz AM, et al. Agnus castus extracts inhibit prolactin secretion of rat pituitary cells. Horm Metab Res 1993; 25: 253-5
141. Sreeja, S., and V. S. Anju. “In vitro estrogenic activities of fenugreek Trigonella foenum graecum seeds.” (2010).
142. Tahri, Abdelhafid, et al. “Acute diuretic, natriuretic and hypotensive effects of a continuous perfusion of aqueous extract of Urtica dioica in the rat.” Journal of Ethnopharmacology 73.1 (2000): 95-100.
143. Telci, I. I.Demirtas, and A. Sahin, “Variation in plant properties and essential oil composition of sweet fennel (Foeniculum vulgare Mill.) fruits during stages of maturity,” Industrial Crops and Products, vol. 30, no. 1, pp. 126–130, 2009.
144. Thakur M, Chauhan NS, Bhargava S, Dixit VK. A comparative study on aphrodisiac activity of some ayurvedic herbs in male albino rats. Arch Sex Behav. 2009;38(6):1009–1015. [PubMed]
145. TNCS The National Children’s Study, Use of Herbal Products in Pregnancy, Breastfeeding, and Childhood Workshop. December 16, 2003.
146. Tognolini, M. V. Ballabeni, S. Bertoni, R. Bruni, M. Impicciatore, and E. Barocelli, “Protective effect of Foeniculum vulgare essential oil and anethole in an experimental model of thrombosis,” Pharmacological Research, vol. 56, no. 3, pp. 254– 260, 2007.
147. Turkyilmaz C, Onal E, Hirfanoglu IM et al. The effect of galactagogue herbal tea on breast milk production and short-term catch-up of birth weight in the first week of life. J Altern Complement Med. 2011;17:139-42. PMID: 21261516
148. Turkyılmaz, Canan, et al. “The effect of galactagogue herbal tea on breast milk production and short-term catch-up of birth weight in the first week of life.” The journal of alternative and complementary medicine 17.2 (2011): 139-142.
149. Ulbelen A, Berkan T. Triterpenic and steroidal compounds (Df Cnicus benedictus. Planta Medica. 1977;31:375-377.
150. Vanhaelen M, Vanhaelen-Fastre R. Lactonic lignans from Cnicus benedictus. Phytochemistry. 1975;14:2709.
151. Vanhaelen-Fastre R. Constitution and antibiotical propertie.s of the essential oil of Cnicus benedictus (author’s transi). Planta Med. 1973;24(2):16.’i-175.
152. Vanhaelen-Fastre R. Polyacetylen compounds from Cnicus benedictus. Planta Medica. 1974;25:47-59.
153. Wallace, S.N., Carrier DJ, Clausen EC. Extraction of nutraceuticals from milk thistle, Part II. Extraction with organic solvents. Applied Biochemistry and Biotechnology 2003, 105–108:891-903.
154. Westfall, Rachel Emma. “Galactagogue herbs: a qualitative study and review.” Canadian Journal of Midwifery Research and Practice 2.2 (2003): 22-27.
155. Wiboonpun, N., Phuwapraisirisan P, Tip-pyang S. Identification of antioxidant compound from Asparagus racemosus. Phytother Res. 2004;8(9):771–773. [PubMed]
156. Zecca, E., et al. “Efficacy of a galactogogue containing silymarin-phosphatidylserine and galega in mothers of preterm infants: a randomized controlled trial.” European journal of clinical nutrition 70.10 (2016): 1151-1154.
157. Zhaoa, N. N. L. Zhoub, Z. L. Liua, S. S. Duc, and Z. W. Dengd, “Evaluation of the toxicity of the essential oils of some common Chinese spices gainst bostrychophila,” Food Control, vol. 26, no. 2, pp. 486–490, 2012.
158. Zoubiri, S. A. Baaliouamer, N. Seba, and N. Chamouni, “Chemical composition and larvicidal activity of Algerian Foeniculum vulgare seed essential oil,” Arabian Journal of Chemistry, 2010.

This entry was posted in Kruidenverhalen, Kruidenwetenschap and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Comments are closed.