Grove Den, een fijne boom

Pinus sylvestris

“Ein Fichtenbaum steht einsam
Im Norden auf kahler Höh.
Ihn schläfert; mit weißer Decke
Umhüllen ihn Eis und Schnee.
Er träumt von einer Palme,
Die, fern im Morgenland,
Einsam und schweigend trauert
Auf brennender Felsenwand.”

Heinrich Heine

Ik woon omringd door Dennen…dat is tot op zekere hoogte een luxe positie..en het heeft ook een groot nadeel…ik ruik ze namelijk niet meer, alleen nog op zeer warme dagen, als de bomen op temperatuur komen en een zware harslucht uitscheiden. Vanwege de nabijheid van zoveel Dennen, doe ik er naar verhouding veel mee, en ik experimenteer ook graag met de producten die de Den ons geeft.

Pijnbomen (verzamelnaam voor Naaldbomen) werden, net als veel andere boomsoorten in de oudheid vereerd, o.a. door de oude Egyptenaren, de Assyriërs, Grieken, Romeinen en Germanen.

In het Oude Testament is de identificatie van de coniferen zeer controversieel, behalve dan die van de Ceder van Libanon.

De Pijnboom was gewijd aan tal van Griekse en Romeinse Goden, o.a. aan Aesculapius, Artemis/Diana, Cybele/Agdistis, Dionysos/Bacchus, Demeter/Ceres, Pan/Sylvanus, Poseidon/Neptunes enz. De Griekse tempel van Poseidon werd overschaduwd door Pijnbomen omdat deze gebruikt werden in de scheepsbouw, dieren die geofferd werden aan de Bosgod Pan, werden eerst getooid met een krans van Pijnboomtakken. Bij de stad Efeze, één van de belangrijkste Ionische steden in Klein-Azië, was er ooit een hol geplant met Pijnbomen, men bracht er vrouwen naar toe aan wiens maagdelijkheid getwijfeld werd, als ze nog ‘zuiver’ waren, hoorde men in het bos een lieflijke stem en de deuren van het hol gingen vanzelf weer dicht, waren de vrouwen echter geen maagd meer, dan klonk er droevige muziek en bleven de deuren openstaan. Pijnbomen werden ook door de Germanen als heilig gezien, zoals blijkt uit een tekst over een episode uit het leven van de Heilige Martinus van Tours (ca. 326-397), hij zou bijna zijn gedood door een vallende Heilige Den bij de Dianatempel in een bos nabij Tours, sindsdien hebben de heidenen die daar leefden zich bekeerd (van de schrik, natuurlijk).

Pan en Psyche
De Griekse God Pan, verbonden met de geurige Griekse pijnwouden

De Romeinse schrijver Tacitus heeft het over Germaans dennenfeest ‘Tanfana’, men droeg er Dennentakken in de hand. Dennen en Sparren komen voor in allerlei sagen en legenden, bij voorbeeld als verblijfplaats van geesten en in heel wat Germaans volksgeloof en magie. Ook was de altijdgroene Den natuurlijk een symbool van eeuwig leven, dit kwam vooral tijdens de Germaanse Joelperiode (Yule) naar voren, dit feest viel rond Midwinter, toen de kortste dag eindelijk voorbij was en de dagen weer gingen lengen. Na de kerstening werd dit uiteindelijk kerstmis, met nog steeds als symbool, die eeuwig groene boom. In Duitse landen is de gewoonte om met Kerst een Naaldboom te versieren altijd aanwezig geweest, maar in Engeland kwam deze gewoonte pas na het huwelijk van Koningin Victoria met de Duitse Prins Albert in zwang.

Pijnappels waren ook een symbool van vruchtbaarheid, ze hebben talrijke zaden, dus de vergelijking lag voor de hand.

Binnen de kruidengeneeskunde spelen de diverse soorten Naaldbomen een belangrijke rol. In prehistorische tijden, toen de mensen nog een nomadisch leven leiden, waren de naalden in de winter de enige bron van vitamine C. Plinius de Oudere beschreef de geneeskrachtige werking van Dennen – en Sparrenteer, waarvan er twee kwaliteiten bestonden, de dunne en de dikke. Van de dikke teer werd vooral de ‘bruttiakwaliteit’ medicinaal toegepast, wonden werden ermee gereinigd en gevuld. Een mengsel van deze teer met gerstekorrels werd als een specifiek antigif gezien tegen het gif van de gehoornde adder, en met honing was het een remedie tegen keelinfecties en catarre. De dunne vloeibare teer werd gebruikt bij oorpijn, keelpijn, chronisch hoesten, fluimen, krampen, astma verlamming, baarmoederaandoeningen en in lippenzalven. Een afkooksel van Dennenappels werd gebruikt bij bloedspuwen, en een aftreksel van de bast in wijn werd toegepast bij kolieken.

Al heel vroeg leefde het besef dat een verblijf in een omgeving met veel naaldbossen bijzonder heilzaam was voor mensen met een chronische aandoening. Alle harshoudende gewassen zoals Dennen, Sparren en Cipressen werden door Hildegard von Bingen als nuttig voor de mens beschouwd. Naast een spirituele en medicinale functie werd de Den voor veel andere doeleinden ook toegepast, Plinius de Oudere heeft het al uitgebreid over Dennenhars, waarmee o.a. wijn op smaak mee werd gebracht (net als nu nog Retsina), de Grove Den was in de Oudheid ook al bekend als leverancier van hars die leek op wierook, en daarom werd verkocht als nepwierook. De Grove Den levert ook houtteer. De jonge scheuten van de Grove Den werden vroeger bij het bierbrouwen gebruikt. Dennenappels waren ook goede weervoorspellers, bij zonnig weer gaan ze open, bij regen sluiten ze zich. Veel Dennensoorten leveren goed hout (grenen), vooral in de vroegere scheepsbouw waren deze bomen zeer belangrijk.

Dennen zijn wintergroene naaldbomen uit de Pinaceaefamilie. Als jonge boom is de vorm meer piramidaal, later krijgt de boom een vlakke kroon. De vorm kan overigens erg variëren, naar gelang de groeiomstandigheden, in zeer koude streken krijgen ze een minivorm of de vorm van de boom wordt beinvloedt door de wind. Ze hebben korte en lange loten. De bladeren van de lange loten zijn vliezige schubben met in hun oksels de korte loten die bundels van twee tot vijf blauwgroene naalden dragen (bij Sparren staan de naalden apart). De mannelijke en vrouwelijke bloeiwijze zitten aan één boom. De mannelijke bloemen zijn rood of geel, met een cilindrische vorm, de vrouwelijke bloemen zijn geschubd en houtig, na de bestuiving sluiten de vrouwelijke kegelschubben zich, de kegels vallen niet uiteen en de ontwikkeling tot zaadrijpheid duurt twee tot drie jaar. Het zaad kan gevleugeld zijn. In het laagland vormt de Den stammen die wel 40 meter hoog kunnen worden, boven de boomgrens en in de toendra, s ontstaan dwergvormen die niet meer zijn dan platte heesters. De Grove Den kan wel 600 jaar worden. De geur van de boom is sterk aromatisch, de smaak aromatisch en bitter.

Of de Den in Nederland een inheemse boom is, kun je over twisten. Pollenonderzoek wijst uit dat de boom na de laatste IJstijd, toen het ijs zich terugtrok, een van de eerste pioniers is geweest, hij doet het uitstekend op arme grond en in relatieve koude. Toen rond het Mesolithicum het echter nog veel warmer werd, is de Den waarschijnlijk in onze streken grotendeels verdreven door loofbomen als de Eik en de Beuk. Mogelijk dat alleen op zandverstuivingen en zeer arme gronden nog Dennen hebben gestaan, waarschijnlijk was hij rond het begin van de jaartelling al geen algemene verschijning meer.

zandverstuiving
Dennen op een zandverstuiving in Nederland

Waar komen dan al die Dennenbomen vandaan, die wij nu in het bos aantreffen? Die zijn afkomstig van zaad afkomstig uit andere streken, Dennen vormen een belangrijke bron van hout voor de scheepsbouw en er kon ook teer van gemaakt worden, dus een zeer nuttig bosbouwgewas, dus men had goede redenen om ook hier Dennenbossen aan te leggen die men kon exploiteren. Het eerste geïmporteerde Dennenzaad was afkomstig uit Neurenberg, waar men als eerste experimenteerde met bosbouw.

De verschillende delen van de Grove Den bevatten de volgende bestanddelen:

- etherische olie (inclusief alfapineen, betapineen, delta-limoneen en andere bestanddelen)
- hars
- bitterstoffen
- terpenen
- vitamine C
- flavonglycosiden

De etherische olie van de Grove Den wordt gemaakt van de naalden en moet een zoete harsachtige geur hebben, mindere kwaliteit heeft wat meer terpentineachtige aroma’s. De beste olie zou komen van de Alpenwouden van Tirol. De etherische olie van Grove Den wordt gebruikt bij luchtwegaandoeningen, problemen met het bewegingsapparaat en overbelasting van het zenuwstelsel.

Terpentine wordt gedestilleerd uit de hars en het hout van de Grove Den.

De hars, de naalden en de jonge toppen van de Grove Den hebben een ontsmettend effect op de luchtwegen. Den heeft ook een verwarmende, ontstekingsremmende en licht urinedrijvende werking, hierdoor is het kruid zeer geschikt bij de behandeling van reumatische klachten. Vooral de etherische olie van Den heeft mild rustgevende eigenschappen, die gunstig kunnen uitwerken op een overbelast zenuwstelsel.

Verder is de ontsmettende werking van Grove Den van nut bij blaasinfecties en is er een lichte antischimmelwerking aanwezig. Verder is het natuurlijk een bron van vitamine C!

Medicinaal en culinair vormt de boom een bron van allerlei nuttigs en veel delen van de plant kunnen worden gebruikt. De jonge toppen vanaf april tot mei, de naalden kunnen het hele jaar geoogst worden, net als de hars.

De jonge knoppen zijn geschikt om te verwerken tot een oliemaceraat. Hiervoor oogst je in de aangegeven maanden de jonge topjes, doe dit bij verschillende bomen, anders belast je de boom teveel, en er staan er genoeg. Kneus zo’n topje eens fijn tussen je vingers…als je een sterke harsgeur ruikt, zit je goed!

Dennentoppen
Jonge dennentoppen, geschikt voor verwerking

Het beste kun je de verzamelde toppen eerst even met een vijzel behandelen, voordat je ze toevoegt aan een liefst biologische plantaardige olie en dan kun je een van de manieren om een oliemaceraat te maken toepassen, ik zou zelf niet de zonnemethode gebruiken, omdat er in het jaargetijde dat Dennentoppen geoogst kunnen worden er nog niet zoveel zonnekracht is, dus au-bain-marie, of in een slowcooker of crockpot, of gewoon nog bij de verwarming of kachel. Plaats een deksel op de pot, omdat je anders kostbare etherische olie verliest.

Deze olie vormt natuurlijk een uitstekende basis voor zalven, crèmes en zepen.

Een ander idee is om de toppen te oogsten en dan te drogen, voor een heerlijke dennenthee.

Een recept dat ik al een aantal malen heb gemaakt is deze Dennensiroop, op verbluffend makkelijke wijze…je hoeft er niet eens voor te kunnen koken!

DENNENSIROOP

Ingredienten:
- jonge lichtgroene dennenscheuten
- rietsuiker of kandijsuiker

Pluk jonge, plakkerige, lichtgroene dennenknoppen van de bomen, in de maanden april en mei. Neem een schone pot en leg hier een laag suiker in, dan een laag dennenknoppen etc. tot de pot vol is, wel eindigen met een laag suiker. Goed aandrukken. Plaats de goed gesloten pot op een donkere, koele plaats. Na enkele dagen nog wat suiker toevoegen tot de pot terug goed gevuld is. Na een drietal maanden zal de suiker een dikke kleverige siroop zijn doordrongen van harsachtige geuren en geneeskrachtige stoffen van de dennenscheuten. Indien rietsuiker of kandijsuiker gebruikt zal de stroop zwart van kleur zijn. Men kan de scheuten verwijderen maar dat hoeft zeker niet, ze mag ook zo gebruikt worden. De siroop kan na 4 maanden gebruikt worden. Steeds het deksel goed sluiten na gebruik. De houdbaarheid van de siroop is beperkt (max. 1 jaar).

DENNENHYDROLAAT

Als je zelf een destilleerapparaat hebt, zijn Dennennaalden ook geschikt om er een hydrolaat van te maken. Je neemt dan 1 deel verse naalden op 2 delen water.

DENNENZEEP

De geur van Den en de eigenschappen van de plant laten zich goed vangen in een zeep. Deze zeep is geschikt voor vegetariërs en kan gemaakt worden via een cold en hot process (als je niet bekend bent met zeepmaken, verdiep je hier dan eerst in, voordat je het recept uitvoert).

Ingredienten:

Vetten
- Maceraat van dennentoppen en hars olijfolie, gefilterd 635, 028 gr
- Kokosvet 272,156 gr

NaOH oplossing
- Sterk infuus van Dennentoppen of water 344, 73 gr
- NaOH 129, 104 gr

Supervet
- Kokosvet 40 gr

Eventueel parfumeren met etherische dennenolie of een dennenolieparfum (deze laatste zijn niet natuurlijk, maar geven wel meer geur aan de zeep)

DENNENHARS

Dennenhars kun je het hele jaar van de boom oogsten, maar in de herfst, na een fikse storm heb je de beste opties, wacht een paar dagen en ga dan het bos in met een mes en een potje. Bij Dennenbomen die beschadigd zijn door de wind, heb je een goede kans dat je dit geweldige spul kan oogsten. Maar ook op gewone dagen, kun je als je goed kijkt in het bos, bomen vinden die ‘hars huilen’. Soms is het nog plakkerig, maar meestal is de hars opgedroogd tot harde brokken, die soms bemost zijn op de boom, dus kijk hier ook naar. De boom heeft daar verder geen nadelen van, reinig wel je mes iedere keer als je een nieuwe boom benaderd.

dennenhars
Van dit soort hoeveelheden Dennenhars gaat je herboristenhartje sneller kloppen. Helaas is zoveel hars een zeldzaamheid.

Dennenhars kun je ook weer verwerken in een oliemaceraat op gelijke wijze als de toppen. Verder kun je er een tinctuur van maken, op 60% ethanolbasis in de verhouding 1:5.

Een andere creatieve manier om de hars te verwerken is in de vorm van een wierook, het onderstaande recept bestaat alleen uit inheemse geurende ingrediënten:

DENNENWIEROOK

Ingredienten:

- 2 el Dennenhars
- 5 Jeneverbessen
- Klein beetje Bijvoet

Vijzel de Dennenhars fijn en voeg de Jeneverbessen eraan toe. Doorvijzelen totdat ze goed vermengd zijn en als laatste een snufje gedroogde Bijvoet erbij.

DENNENTEER

Dennenteer wordt vervaardigd door dennenhout op een hoge temperatuur te carbonificeren (inkolingsproces), door middel van droogdestillatie of destructieve destillatie. Door de hitte en druk wordt ontbindt het hout snel in de gesloten container, het resultaat is houtskool en dennenteer. Dit bestaat vooral uit aromatische waterkoolstof, teerzuren en teerbases. Het heeft een lange gebruiksgeschiedenis, bijvoorbeeld in de scheepsbouw, om schepen waterdicht te maken, of bij huizenbouw – en onderhoud. Maar het wordt ook gebruikt in de bekende teerzeep en medicinaal bij de behandeling van steenpuisten en andere huidinfecties, maar ook psoriasis en eczeem.

Hier kun je zien hoe je zelf Dennenteer en zelf Dennenteerzeep kunt maken.

DENNENTEERZEEP

Dennenteerzeep is een oud en probaat middel bij huidinfecties of bij mensen die daar gevoelig voor zijn. Deze zeep is NIET geschikt voor vegetariers en kan gemaakt worden via een cold en hot process (als je niet bekend bent met zeepmaken, verdiep je hier dan eerst in, voordat je het recept uitvoert).

Ingredienten:

Vetten
- Dennenteer (online te verkrijgen speciaal voor zeepmakers) 90, 718 gr
- Kokosolie 90, 718 gr
- Rundertalg (ossenwit) 90,718 gr
- Saffloerolie 136,078 gr
- Palmvet 45,359 gr

NaOH oplossing
- Water 172.365 gr
- NaOH 55,581 gr

TANFANA

Onze voorouders en moderne heidenen, leggen een verband tussen de Den en de Germaanse Godin Tanfana. Tanfana of Tamfana was een Godin van de Weser-Rijngermanen. De vernietiging van haar tempel wordt vermeldt in de Annalen van Tacitus.

Hij beschrijft een massamoord op het volk van de Cherusken, Chatti en Marsi en de totale vernietiging van de ´celeberrimum illis gentibus templum quod Tamfanæ vocabunt´ (De tempel van Tamfana, zoals zij het noemden, het toevluchtsoord van al deze stammen, op het grondgebied van de Marsi.

Er zijn geen andere vermeldingen van deze Godin die zonder meer te herleiden zijn, behalve deze passage van Tacitus. Een inscriptie van Tamfanae sacrum werd gevonden in Terni, maar deze wordt gezien als een vervalsing van Pyrrhus Ligorius. Ze wordt ook vermeldt als Zamfana, in het veronderstelde oud Hoogduitse slaapliedje, opgetekend door Jacob Grimm, maar ook dit wordt gezien als een vervalsing.

Er zijn echter wel wat verklaringen die reëel lijken. ´Fana´ is Latijn voor ´tempels´. Mogelijk betrof het hier een tempel voor de God Tan, waarin we het Duitse woord voor Den herkennen, of dat het eerste element van de naam ´collectief´ betekent. De deling van het woord werd verworpen door Grimm en anderen, hij vond de naam zeker Duits, de uitgang ´ana´, werd ook gevonden in de namen van andere Godinnen als Hludana, Bertana, Rapana, en Madana.

De passage is een van de weinigen die Tacitus eerdere bewering, dat de Germanen geen tempels hadden weerspreekt. Wilhelm Engelbert Giefers stelde voor dat Tanfana afgeleid is van tanfo, wat in verband staat met het Latijnse truncus, en refereerde aan een bos op de Eresburg, verbonden aan de Irminsul.

Veel andere suggesties zijn gedaan over de oorsprong van de naam en de aard van de Godin. Grimm stelde ook dat de naam verbonden was met Stempe, een naam van Berchte, een andere Germaanse Godin. Gebaseerd op folklore en toponymie, bedacht Friedrich Woeste, dat de naam een afgeleide was van het Duitse woord zimmern en de betekenis had van ´bouwer´ of ´voedster´, gebaseerd op het seizoen waarin de Romeinse aanval plaatsvond, Karl Müllenhoff dacht dat zij een Godin was van oogst en overvloed. De Nederlandse geleerde A. G. de Bruyn, die zich verdiepte in de folklore van Oldenzaal en omgeving, deelde de naam ook weer in tweeën. Hij baseerde zijn theorie aangaande Tanfana op een zegel stammende uit 1336 gevonden bij Ommen, die een vrouw voorstelt, die een dennenboom vasthoudt, geflankeerd door een zonnesymbool en een kat en een vogel, hij opperde dat zij een Maan – of een Moedergodin was, misschien verwant aan de Carthaagse Godin Tanit. Hij en meer recent

Rudi Klijnstra brengen Tanfana in verband met de legenden rondom de Grote Steen in Oldenzaal, deze steen lag eerst op de Tankenberg, het hoogste punt in de streek en verondersteld genoemd naar Tanfana.

Hoewel er op de Tankenberg geen echte tempel voor haar heeft gestaan, was het in voorchristelijke tijden een rituele plek, die tot na de middeleeuwen gebruikt kan zijn in de volksreligie, mogelijk is de grote steen verplaatst naar Oldenzaal om deze heidense praktijken tegen te gaan. Volgens de legende is de Tankenberg ook een verzamelplaats voor Witte Wieven en er is een bron, wat het nog aannemelijker maakt dat de plek ritueel is geweest.

Tankenberg
De Tankenberg in tegenwoordige tijden, met een koepel op de top

En nog meer theorieën over haar naam. Tan is het vroege Germaanse woord voor water, maar in latere Germaanse talen wordt het ook gebruikt voor heuvels en bergen. In het Middelnederlands betekende „tange“ een zandrand, in het IJslands betekent tangi bergtop. Tanfana kan dan een plaatselijke variant zijn van Godinnen als Perchta, Hel of Nerthus. Zij wordt verondersteld om een maan of moedergodin te zijn.

De Nederlandse meisjesnaam Tanneke, zou ook afgeleid zijn van de naam Tan, de relatie tussen Anneke Tanneke Toverheks wordt ook gelegd.

Tanfana vertoont ook overeenkomsten met de in Zeeland vereerde Nehalennia, die in verband wordt gebracht met reizen en de Noordzee. Nehalennia had een zacht weldoend karakter, maar Tanfana lijkt wat meer ´donkere´ kanten te hebben gehad, vandaar ook het voortleven in Witte Wieven.

DOSERINGEN
Ø: 2 tot 4 ml, 3 x daags
Infuus: 2 theelepels gedroogde naalden op 200 ml gekookt water.

VEILIGHEID
Dennenproducten zijn relatief veilig. Voor de etherische olie geldt niet gebruiken bij allergische huidaandoeningen. Niet gebruiken bij zwangerschap en bij prostaatkanker of een verleden van prostaatkanker. Er zijn geen interacties bekend van Den met reguliere middelen en andere kruiden. Kan in hoge concentraties mogelijk overgevoeligheid veroorzaken.

This entry was posted in Wildcrafting. Bookmark the permalink.

Leave a Reply